Hemelhef
Hemelhef
Zij rijdt gedachteloos door rood, scherf
van een seconde en ronde gaten in het licht.
Hoe zij nu trager bestaat, anders van gewicht,
woorden kiest voor haar praten en niet praat.
Dat uiteindelijk in de regen, tussen de
geluiden, haar been bewogen en gelicht,
haar voet en wat zo zwaar, bloed dat verder
achterwege, de hemelhef van de brancard
en dat zij met haar ogen dicht omstanders
leest.
Thom Schrijer
Uit : “L”, Liber Amicorum t.g.v. de 50ste
verjaardag van Maarten van den Elzen
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
mateloos ver weg ben jij
mateloos ver weg ben jij
maar nu in de zaal de mensen
hoorbaar zwijgen allemaal
weer even zo dichtbij
je kist van bloemen overdekt
zacht begint muziek te spelen
ragfijn licht naar binnen valt
de ruimte zindert van respect
aan het raam de herfst verglijdt
ijs zal straks de linten bleken
overleeft de tijd de liefde
of toch de liefde, lief, de tijd?
laat nu niemand nog iets zeggen
want al wat iemand dierbaar is
raakt toch in vergetelheid, maar…
hier durf ik je neer te leggen
Jace van de Ven
Uit: “L’”, Liber Amicorum voor de 50ste
verjaardag van Maarten van den Elzen.
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
VUUR, WATER, JIJ
VUUR, WATER, JIJ
Het licht, de voormalige smidse,
zoals in Rembrandt’s schildering,
bijna tastbaar de tijd, vuur, water, jij
de blaasbalg, de fonteinen van vuur !
het verbinden en verbranden van carbid
bij elke slag de kracht van paarden
het vijlen en het slijpen, van de morgen
tot de avond het nagalmende aambeeld;
waakhond van gedichten
jij en de smid, dag na dag Brabant,
door merg en been zingt in de geest
van de kleinzoon de grootvader
goudgeel is zomer, is Udense zwarte,
kapelletjes en kruisbeelden, zoals in het
vroegere de belofte schuilt van het latere
Mieke van Baal
Uit : “L”.
Liber Amicorum t.g.v. de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Bibliofilie ?
Bibliofilie ?
De geplastificeerde rug van
Pauline Réage is opengesprongen
(“Het verhaal van O” dat
liegt dat het barst) en
drukt de fameuze opname van
Arthur Rimbaud (Etienne Carat,
Paris, 1872) naar de rand van de
overvolle boekenkast (“nog even
en hij zal nooit meer dichten” ).
Adriaan Morriën heeft “Histoire d’O”
(Paris, 1954) vertaald en
van een nawoord voorzien (Amsterdam,
1970, 2de druk). “Jaloezie” (vertaald
door C.N. Lijsen; Amsterdam, 1961)
staat erbij en “het lijkt alsof
Alain Robbe-Grillet de wereld
Door het oog van een insect bekijkt”.
Aldus de achterflap.
Cees van Raak
Uit: “L”.
Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag van Maarten van den Elzen
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
vijftig
VIJFTIG
De wegen gebaand, de vrouw ontdaan
van illusies. Alle kennis overgegaan in herinnering
aan een schoolschrift, hoe samen dat was.
Dan keren de kringen van de steen, meer
dan een jongen geleden in roerloos taalvlak
geworpen, van de oevers. En ontsluiten.
Na deze dag van jaren zwijgen lokt plots
de verte, ruist haar stem, zwelt aan
en gebiedt weer hoe elkaar te bestaan.
Albert Hagenaars
Uit : “L” Liber Amicorum t.g.v. de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Kobbeduinen
Kobbeduinen
Men noemt dat een natuurgebied. Overal
slingeren resten van de gevolgen der procreatie rond.
Krabbetjes uit zee gejat. Braaksel, slecht verteerde graat
van vissen. Slordige nesten, gebroken eierschalen,
alles volgescheten. Een vergadering krijsende meeuwen
die over het lot van een jonge soortgenoot beslissen.
De jonge soortgenoot terzijde, voorbeeldig uitgestoten.
Nog even en er resten botjes, veren.
Wormen vreten zich een weg door het zand
en laten zich gebeeldhouwd in eigen vorm achter.
Zichzelf, maar dan zachter.
F. Starik
Uit: “L” Liber Amicorum t.g.v. de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Commentaar