Wachter
Wachter
Met open ogen dromend
Altijd op zoek naar poëzie die
Aan de vage verten
Raakt van schoonheid en mysterie
Taal die verdicht
En omsmeedt, verbeeldt tot
Nieuwe werkelijkheid die los
Van plaats en tijd
De wereld optilt, kantelt naar
Een land dat leesbaar wordt in
Letters en syllaben
Zo is hij smid en timmerman,
Een wachter van het woord dat
Niet verdrinkt maar ademend blijft zingen
Kees Hermis
Uit “L” Liber Amicorum t.g.v.de 50ste verjaardag
van Maarten van den Elzen.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Groenlied
Groenlied
Hoe oorzaken hun kleine grote tongen
ondergronds bovengronds zich verenigen
wie heeft daarvan enig idee
eetwaar warboel veranderd in spraak
en in alle vier windstreken of dat geen poëzie is
De doorn het roestige mes
zijn beide geen vijand in tuinen bijvoorbeeld
waar veel is dat paniek zaait rookkolommen
gif te daadkrachtige armen met huiduitslag eert
onverwoestbaar is wat elke dag noest
inschikkelijk toch eigen gang gaat
Zouden wij niet juist daarom een nieuw lied
beginnen in september een standbeeld gieten voor wie
met niet-te-koop vergeef-me-niet-bevochte lippen
zich opmaakt optreedt stro alweer het gewas zonder ogen
in die volgorde zoeken in oorlogen liefdes
en wie kent hun grens
Y. Né
Uit: “L”;Liber Amicorum voor Maarten van den Elzen t.g.v.
Zijn 50ste verjaardag.
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Y. Né maakte bij dit gedicht een lijntekening waarvan Martijn
Rafael van de Griendt van Boekdrukatelier het Y te Amsterdam
een cliché maakte en deze afdrukte naast het gedicht.”Groenlied”
(Oplage 100 exemplaren waarvan XXX Romeind genummerd h.c.).
Geen reserve
Geen reserve
Door ‘gebarsten’ totaal onthand =
(in dit geval) ontziend,
daardoor niet duidelijk
(kunnende denken)
denkende kunnen,
waardoor, ja zo stroomt dat
zo pakt dat elkaars tandwiel,
de hand misgrijpt, dus toch
onthand en wordt orde in hoofd
gemopper, gemompel, monkelen;
het lonken der dingen naar bevallige landing
in zacht blikveld mislukt met veel poeha.
Zo ben ik met bloeddoorlopen ogen gevloerd,
onthoofd door
de brilglasbarst.
Elma van Haren
Uit: ‘L’, Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag
Dichter/Uitgever Maarten van den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Tussen de een en de ander
Tussen de een en de ander
wrijf twee stuivers tegen elkaar en je ziet
er een derde tussenin – het oog wil meer
dan het krijgt en tussen de ene mens en
de ander leeft iets dat alleen zij kunnen zien
Willem Groenewegen
Uit: ‘L’ Liber Amicorum voor Maarten van den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Dichten
DICHTEN
De grote behoefte aan rust in de zon
met een boek over aardige mensen
dat weer eindigt zoals het begon,
en je leest het nog een keer
omdat je niets te wensen hebt
dan zo’n kalme gevleugelde vrede,
een soezerig lachje om de mond
en het brede gevoel dat je lui bent
en warm, dat je zuiver om niets
draait, de huiver verstaat van wie
denkt dat zijn werk in de wereld
een o zo diepe betekenis heeft,
maar om niets is het dat je je
wezen verdraagt dat wil zeggen
ten leste het draait en wel hierom.
Pieter Boskma
Uit: “L”.
Liber Amicorum voor de 50ste verjaardag
van Uitgever/Dichter Maarten vam den Elzen
Uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
De buizerd van ‘t Waliën
De buizerd van ‘t Waliën
Mos pakt geen waaiend hout. Struikgewas staakt
terwijl takken verschietend in ijlte landkappertje
spelen met lucht. Ik vraag me in dit Hinterland
vol tuimelend licht langzaam af of er vogels zijn
met hoogtevrees. De Boldermansweg rekt zich uit
in eerstehandse rust als boven ons opeens een schaduw
uit zijn veren valt en hij sterker dan op de plaatjes uit
mijn boekenkast een strakke lijn zweeft tussen
zware vleugels. Heinde. Amper afstand. Vervlogen.
Voor Freek, Meja en Wim van Til
Bert Bevers.
Uit : “L”; 26 dichters in het Liber Amicorum voor
Dichter/Uitgever Maarten van den Elzen t.g.v. zijn
50ste verjaardag.
Hoenderbossche Verzen, Uden 2004.
Commentaar