Archive for the ‘featured articles’ Category
Interview met M.H.Benders, Dichter des Vaderlands i.o.
Loewak plaatst vandaag dit exclusieve interview met Dichter des Vaderlands i.o. M.H.Benders, de in Istanboel woonachtige dichter, filosoof en muzikant die tot nog toe als enige kandidaat in de race is om de volprezen Ramsey Nasr als DDV op te volgen.
Heer Benders, waarom wilt u graag Dichter des Vaderlands worden?
Er is tegenwoordig duidelijk behoefte aan krachtig en kordaat leiderschap met visie. Wij leven in duistere tijden. Om te voorkomen dat de positie van DDV door een populist zal worden bezet heeft Novo Universalis, een besloten literair vennootschap, besloten mij te nomineren voor de functie. Ik lijk alsnog de enige kandidaat en dat verbaast me niets.
Uw kernprogramma is niet voor de poes. Zo lezen we onder andere dat u ‘alle literaire instellingen, blaadjes, stichtingen, fondsen en festivals’ wilt opheffen? Verklaar u nader?
Momenteel zijn wij als samenleving in een culturele impasse verzeild geraakt, een perspectivistisch probleem. Onder het ‘Van der Ploeg’ model voor kunstsubsidiering is het idee dat de kunstgroei het beste gestimuleerd wordt door haar zo dienstbaar mogelijk aan de samenleving te maken, en die dienstbaarheid komt tot uitdrukking in het organiseren van talloze literaire events die allemaal het doel dienen een avondje vermaak te bieden voor het Volk zogenaamd uit didactische overwegingen. In de praktijk zie je echter dat deze structuur een afspiegeling van de politieke laag erboven is: er zitten directeuren met enorme salarissen, die volksvermaak avondjes organiseren waar dichters voor een glaasje ranja of een boekenbon komen voorlezen. Het financiele zwaartepunt ligt dus ook hier niet op cultuur, maar op managersniveau: het is de referentiele economie die het kunstbeleid op sluipende wijze heeft vervangen.
Novo Universalis is van mening dat het huidige letterenbeleid ernstig tekort schiet, in de zin dat het het inhoudelijke en financiele zwaartepunt totaal fout delegeert. Doel van de poezie en de literatuur is ons inziens absoluut niet om het ‘volk vermaaksavondjes’ te bieden, maar om een maatschappelijke voortrekker te zijn in de strijd tegen de imbecilisering en afstomping van onze maatschappij.
Om hier verandering in te brengen dienen drastische systeemwijzigingen te worden doorgevoerd. Novo Universalis pleit niet alleen voor het afschaffen van de bestaande structuren maar brengt er ook iets voor in de plaats: alle financiele middelen dienen door een nieuw op te richten Fonds der Kritiek aan de meest waardevolle dichters in de vorm van een miljoenenbonus te worden uitgekeerd.
Juist op dit punt kreeg u veel kritiek te verduren. U zou uit eigenbelang handelen, uw plan zou geen enkel politiek draagvlak hebben, wat heeft u daarop te zeggen?
Wij hebben al een lijst opgesteld van dichters die door het Fonds der Kritiek in de eerste ronde een miljoenenbonus toegewezen krijgen. Zoals u ziet sta ik daar zelf niet bij. In de eerste ronde ontvangen de volgende burgers een miljoen subsidiebonus wegens grote verdienstelijkheid aan de Nederlandse literatuur:
Leo Vroman
Arjen Duinker
Nachoem M. Wijnberg
Peter Verhelst
Wislawa Szymborska
Zoals u ziet prijkt er ook een buitenlandse naam op de lijst. Op deze wijze stimuleren wij ook de onafhankelijkheid van de buitenlandse poezie, meer dan met het organiseren van een festivalletje.
Wat politiek draagvlak betreft: draagvlak moet je scheppen. Het zijn juist de burgers die het draagvlak moeten consumeren. Een van de politieke gevolgen van ons plan is dat er een grote kans bestaat dat als gevolg van ons plan Geert Wilders een hartaanval zal krijgen. Alleen al om die reden is het een prima plan. Daarnaast is het adopteren van het kapitalistische systeem modern en dienen de socialisten de laan uit te worden gewerkt met hun pappen en nathouden cultuurtje. Het wordt tijd dat we alles op alles gaan zetten: door cultuur de hoogste maatschappelijke beloning toe te kennen bieden wij de burger blik op een ontsnappingsmogelijkheid uit het systeem: schrijf prachtige gedichten en je zult door het systeem verlost worden van je zorgen. De huidige regelingen bieden zo’n uitzicht niet, wat tot gevolg heeft dat de literatuur voor de meeste mensen geen aantrekkelijke optie is. Zodra mensen met een bepaalde kunde miljonair kunnen worden is het hek echter van de dam. En aangezien men om goede poezie te kunnen schrijven ook veel goede poezie moet lezen is ons plan de beste garantie voor de overlevingskansen van de literatuur als zodanig. Daar is simpelweg geen twijfel over mogelijk.
Sommige critici zetten u weg als een ‘beroepsquerelant’ die alleen uit is op het schoppen van herrie
Wij worden tegengewerkt door diverse krachten binnen het huidige literaire bestel. Van deze tegenwerking zijn wij ons zeer bewust en wij maken er aantekening van. Om de reaktionaire machten het literaire veld uit te werken zullen wij de handen uit de mouwen moeten steken. Het is de verantwoordelijkheid van de literaire burger waar hij of zij ook kan de nieuwe orde te verkondigen.
Is dit dezelfde ‘nieuwe orde’ waarvan ook gewag wordt gemaakt door de Bezige Bij op de omslag van de nieuwe bloemlezing van dichters jonger dan 32 jaar?
Wij zijn bekend met dit werk, en met deze uitspraak. Vooralsnog weigeren wij echter er commentaar op te geven.
U maakt zelf ook deel uit van de top 100 van de Turing gedichtenwedstrijd. Is dit een wedstrijd die ideologisch strookt met de door u beoogde politieke omslag?
Ja, de Turing prijs is een prima initiatief dat dezelfde modernisering die ons voor ogen staat op kleinere schaal invoerde. Wel moet ons inzien op termijn de prijs minstens op een ton gezet worden. Dan heeft het winnen van die prijs nog enig maatschappelijk effect. Naar onze inschatting zou bij de hoogte van een ton het aantal inzendingen ook meer dan verdubbelen, dus het is kostendekkend uit te voeren.
U maakte eerder al een aantal plannen bekend, zoals het ‘rookgebod in bibliotheken’ en andere maatregelen die indruisen tegen de kapitaal-liberalistische cultuur. Heeft u nog andere nieuwe plannen?
Dat een rookverbod wordt aangevoerd als een liberalistisch goed is een typisch fenomeen van onze tijd. Wij willen het roken in bibliotheken mogelijk maken omdat dit van bibliotheken een stoer rovershol maakt in plaats van de steriele, saaie omgevingen die ze nu geworden zijn. Ons inziens komt dit de literatuur sterk ten goede. De beeldvorming rond bibliotheken als saaie, steriele en brave plekken slaat terug op de populariteit van de literatuur: jongeren zien het niet als alternatief. Het biedt geen ontsnappingsmogelijkheid, en het heeft een steriel imago. Dat bevecht je niet door net als Charles Ducal ‘in de klas jongeren met poezie te confronteren’ – dat is een PR strategie uit het jaar nul.
Wij zijn voordurend bezig plannen te ontwikkelen omdat wij het DDV-schap bloedserieus nemen. Ik vermeld hier een aantal van de plannen die momenteel in ontwikkeling zijn:
* Wij zijn sterk koningsgezind en absoluut tegen het afschaffen van het koningshuis omdat dit het wezen behelst van onze Nederlandse traditie. Wel gaan er binnen Novo Universalis stemmen op om de rare familie die al een behoorlijke tijd ons koningsshuis bezet houdt te vervangen door een filosoof, naar Plato’s model. Wij menen dat Peter Sloterdijk een goede kandidaat is voor een eerste termijn als Nederlandse Koning.
* Ook geloven wij niet in het afschaffen van de huidige mediatradities. Wij willen echter sterk aandringen een deel van het publieke budget te gebruiken om Slavoj Zizek aan te trekken als voorlezer van het NOS journaal. Blijkt dit niet mogelijk dan lijkt ons Maarten van Rossum een doenlijk alternatief.
*Het onderwijs moet weer herstructureren, maar dit keer met live camera’s erbij zodat iedereen kan meegenieten van de zich ergerende lerarenklasse als een soort leuke realityshow.
*Wekkerfabrikanten moeten belastingvoordelen krijgen wanneer zij in plaats van stress-veroorzakende alarmtonen klassieke dichtregels in hun wekkers gebruiken. Door een sterke band te scheppen tussen de lichamelijke conditie ‘s morgens en de poezie is de burger op termijn weerbaarder tegen verleidingen van het vrouwelijk geslacht.
Dit zijn slechts enkele punten uit ons uiteindelijke programma, dat belooft net zo dik te worden als Marx’s ‘Das Kapitaal’. Het is tijd voor de mouwen. Het is tijd voor zoden aan de dijk. Stem miljoenvriendelijk. Stem Benders.
Uw lokale Turing gedichtenwedstrijd verslaggever meldt:
Het is natuurlijk volstrekt not done om bij de laatste 100 te zitten en dan verslag te doen van de wedstrijd. Belangenverstrengeling ten top. Ik zou zwijgzaam met de duimen moeten zitten draaien, maar u kent mij, geen land mee te bezeilen, geen wedstrijd interactief genoeg.
Wat mij vooral opvalt aan die radiouitzending met de 20 beste gedichten tot nu toe:
* Door gedichten enorm dragend voor te dragen lijken ze al snel goed. Ik vond bijvoorbeeld de eerste drie gedichten al luisterend best in orde. Toen ik ze op papier zag sloeg de twijfel echter toe. Tot nu toe is het beste gedicht duidelijk ‘De Jas’ maar dat gedicht heeft wel een erg slecht verzonnen einde, vind ik. En het is ergens natuurlijk ook heel makkelijk om met zo’n onderwerp te ‘scoren’. De jas van je eenzame vader.
* Dat vierde gedicht is niet om aan te zien zo slecht.
* Het vijfde vond ik ook helemaal niks, ondanks de wel leuk klinkende titel.
* Dat ‘gedragen voordragen’ is eerder een probleem dan een oplossing, vind ik. Het roept ook wat vragen op. Heeft een goed schilderij een prachtige lijst nodig? En toch: denk aan Dylan Thomas. Wat een moeilijk probleem. Het is een hele verraderlijke kunst.
* Het is een schande dat ze mij nog steeds niet gediskwalificeerd hebben.
De komende tijd ga ik in deze draad, want ik vind dat weblogs draadjes hebben, ook de rest van de gedichten becommentarieren. Vanavond kwam gedicht 6 langs, het laatste woord. Dat vond ik net zo’n clichetrekker als gedicht 4, soort ‘filosofie van de heuvel’ gedichtje zeg maar, met de retespannende boodschap dat poezie altijd datgene is wat niet gezegd wordt, maar toch begrepen. De betere candlelight, zeg maar.
Twee regels die goed samen gaan
Menno Wigmans, ‘Ik ken de droefenis van copyrettes’
en
‘I know the inexorable sadness of pencils’, van Bonita Rhoads and Vadim Erent, in Avant-Post.
(Zie overigens hoe de critici zich genoodzaakt voelen om terug te vallen op een bijvoegelijk naamwoord).
John Ashbery op BBCs The Verb
Het loopt van minuut 35 to 45.
Hij vertelt over hoe hij werd veroordeeld tot poëzie (zoals Leonard Cohen zei ‘Poetry is not a choice it’s a verdict.’);
over het waarderen van ‘moeilijke’ poëzie door de klank voorang te geven over de betekenis. Half grappend citeert Ashbery hier Oscar Wilde, ‘”take care of the luxuries and the necessities will take care of themselves.” En voegt daar aan toe, ‘Take care of the sound and the sense will take care of itself.’
Verder heeft hij het over hoe hij zijn toekomstige vrienden Kenneth Koch and Frank O’Hara ontmoette en over de oorsprong van de term New York School;
over het feit dat hij nooit werd verkozen tot Poet Laureate zegt hij, ‘It would’ve been a lot of work’;
over publicatie (en daarbij verdere canonisatie) van zijn werk door de Library of America, ‘I’ll just work from within to reform the establishment.’
En nog een citaat over jawel, de fameuze poetische ‘eigen stem’, en de schoonheid van Amerikaans engels:
‘I like listening to what people say on the street, where you overhear some remarkable things, i’ve never had a distinct sense of what it’s like for me to be talking that why I guess my poems get overtaken by other people talking with and at each other … I likew the vagaries and excess of American speech as well as its occasional precision. There is something very touching for me the way we try to communicate important things to each other, usually fail and come back to the original subject matter, maybe..’
Poëzie is..?
Verkeerde vraag? Vermoeide vraag? Hoe dan ook een vraag die George Quasha stelde en compileerde als een reeks videoportretten van meer dan zestig (voornamelijk) Amerikaanse dichters. Waaronder Caroline Bergvall, Charles Bernstein, Lawrence Ferlinghetti, Allen Fisher, Carla Harryman, Susan Howe, Joyce Carol Oates, Leslie Scalapino, Ron Silliman, Barrett Watten.
Met de onvermijdelijke one-liners. Charles Bernstein: ‘Poetry is like coffee, it keeps you up. But if you drink it too much you tend to fall asleep.’
Mikhail Horowitz, ‘Poetry is philosophy slipping into something a little more comfortable…Poetry is the fondling of correspondences … Poetry is a legal, immoral, fattening, possibly addictive, occasionally anti-semantic, and the last best hope of the soul.’
Romana Huk, ‘Poetry is a movement, a mode of encounter and is ethical in that sense. Poems are exhausting, poems make you move and recognize that you use language to move’
Alistair Noon vertaalt Duitse expressionist August Stramm
Er is een – gratis te downloaden – boekje verschenen met vertalingen (naar het Engels) van twaalf gedichten van de Duits expressionistische dichter August Stramm (1874-1915). De gedichten komen uit ‘Tropfblut. Gedichte aus dem Krieg’ in August Stramm, Gedichte Dramen Prosa Briefe (Reclam, ed. Jörg Drews, 1997). Kort, claustrofobisch, opvallende beelden, afwijkende syntax.
Uit een begeleidend essay van de vertaler Alistair Noon:
Born in 1874, August Stramm was an idiosyncratic figure in German poetry. An
employee of the Berlin post office whose first major piece of writing was a doctoral
thesis on the introduction of worldwide postal charges, he came to literature
relatively late in life. [...]
Both his significance in the canon and his biography
are summed up in a poem by Ernst Jandl, which begins: ‘he august stramm /
abridged very / the german poem // him august stramm / the first world war /
abridged …’
-
Evening
Tiredness stitches.
Dullness dims.
Prayers press down.
The wounding sun
caresses you.
-
De kweekvijver, revisited
Op weblog de Contrabas een discussie over ‘het literair tijdschrift als kweekvijver voor talent’.
Maar waarom wordt de hamvraag niet beantwoord, namelijk waarom een selectiemechanisme (uitgever) een ander selectiemechanisme nodig zou hebben om te kunnen selecteren. Dat is toch klinkklare onzin. Je zegt er eigenlijk mee dat de redacteuren van uitgevers niet in staat zijn werk op kwaliteit te beoordelen. Dat doen wij wel voor hen.
Het tijdschrift als een soort talentenjacht, dat is toch een door en door commercieel idee juist.
De enige prangende vraag die zo’n constructie oproept is dezelfde als die de Beurs van Berlage oproept: zou een gorilla het soms beter doen.
Daar zou een onderzoek naar gedaan moeten worden.
Wat overigens wel interessant is aan deze discussie is dat hij de algemene maatschappelijke en economische tendens volgt: het google-model economie waar de tussenpersonen worden uitgeschakeld.
Dezelfde argumenten die je in deze draad tegenkomt (‘de literatuur gaat teloor zonder tussenpersonen’) vind je in vrijwel alle economische sectoren terug (‘zonder tussenpersoon geen betrouwbare hypotheek’)
Interessanter dan het gemeier van deze tussenpersonen is de vraag of het google-model op lange termijn wel kan werken. Naar mijn idee niet, namelijk. Het is gebaseerd op het idee dat je alles permanent gratis aan kan bieden, waarin ik een wraakmotief van de consument ontwaar: alles moet gratis, want ik ben boos over het systeem.
Het is in principe een nieuwe vorm van protestcommunisme.
Daar doen wij gezellig even aan mee middels een gelegenheidsgedichtje:
De naam is debat
Het onderhouden van een kweekvijver
vereist ophoging met een gouden randje,
zodat de brulkikker, bij gebrek aan tandjes
meent dat de hemel op de horizon gloort.
Het stinkt er, maar niemand die dat stoort.
Als het maar pruttelt, overloopt van talent.
Soms waggelt er een dikke bromvlieg langs
die in het water pist, maar alles went
want vretend van het eigen excrement
zul je ooit de vijver ontgroeien, zal je tong
geen vlieg beroeren maar cement
dat uit oren, neus en mond zal vloeien
tot je een standbeeld van jezelf bent
en je tong zich inmetselt
in zelfbemoeienis.
Ken je me nog?
Uit de kweekvijver?
Aangenaam.
M.H.Benders
Beautiful People
Een beetje om het clichebeeld van de turk in de Nederlandse media te ondermijnen, maar je ziet hier zoveel mooie mensen in Istanbul en dit zijn allemaal foto’s van vrienden. We beginnen met de unieke figuur Cem, die bijna altijd in tijgerprinted tanga’s door Istanbul ronddwaalt en drummer is:


Of Ozgur, de dromerige computerprogrammeur:

Of Deniz, grafisch ontwerper en kunstenares:

Tussen al dat moois ben ik natuurlijk per definitie een minderwaardige schoonheid, hoewel ik mijn best doe laatste tijd daar verandering in te brengen. En dat misschien wel nooit gaat lukken, maar toch ben ik wel trots op mezelf dat ik het niet opgeef. Het ego moet gepropagandiseerd worden. Daarom nu:

