Een vervolg van ons interview met M.H.Benders, Dichter des Vaderlands i.o.
Heer Benders, u eindigde op plaats 11 in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Wat is uw reactie?
Een fantastisch resultaat! Als het even zou kunnen zou ik het liefst eeuwig op Nr 11 staan, want het is toevallig ook mijn favoriete getal. Naar ik heb begrepen was het een mooie, vlekkeloos georganiseerde avond. Wel jammer vond ik dat ik de voordracht van mijn gedicht door Vrouwkje Tuinman heb moeten missen. Ik had dit keer weinig ludieks geregeld omdat mijn instinct zei dat ik niks zou gaan winnen, op het laatste moment even Eddy Warmerdam toestemming gegeven het podium op te klimmen als mij zijnde maar Eddy vond het allemaal te formeel. Groot gelijk heeft ie.
Toch klinkt er ook veel kritiek op de wedstrijd vanuit allerlei bronnen
Je hebt natuurlijk enerzijds de mensen die ontgoocheld zijn omdat hun verwachtingen niet waarheid werden, en anderzijds een soort hobby-elite die de wedstrijd vooral geboycot hebben omdat zij hun hobby-status niet onder ogen willen zien. Het was een prima wedstrijd. Het winnende gedicht is niet naar ieders smaak – nou en? Wanneer je kiest voor een kapitalistische aanpak in plaats van de gebruikelijke sociale-gilde aanpak betekent dat niet perse dat het eindresultaat ook beter zal zijn. Dat is ook niet zo heel erg van belang. De Turing is van oorsprong een test. Uit de testresultaten blijkt dat geweldige poezie erg zeldzaam is. Dat vind ik een heel mooi testresultaat. Ik denk persoonlijk niet dat de gebruikelijke gilde-aanpak een veel spannender resultaat zou hebben opgeleverd.
Ik ben wel van mening dat de prijs verhoogd moet worden naar een ton. Dat zal het komische effect hebben dat zelfs de meest verstokte hobby-elitair zijn principes laat varen. En dat is natuurlijk het leukste aspect aan die hele Turing wedstrijd. Het was vooral leuk te horen welke bekende dichters het niet gehaald hadden.
Wat is een ‘hobby-elitair’ in vredesnaam?
Een hobby-elitair is iemand die meent dat elitair zijn een soort hobby is, welke je beoefent wanneer jouw ‘vakgebied’ aan de orde komt. Mensen die nergens verstand van hebben, behalve van bijv het fokken van kanaries. En zodra het over het fokken van kanaries gaat duiken ze op en voelen ze zich almachtig, superieur en verheven boven alles en iedereen. Dat is voor mij een hobby-elitair.
Er klinkt stevige kritiek door op uw plannen om alle festivals, bladen en instellingen af te schaffen zodra u Dichter des Vaderlands bent geworden. U zou een cultuurbarbaar zijn die op cultuurvernietiging uit is. Uw reactie?
Onzin. U dient te begrijpen dat die hele festivalcultuur in onze maatschappij een vorm van instantcultuur is geworden. Het is pure fastfoodcultuur: snel even wat ‘cultuur’ opsnuiven vanavond dan hoor ik er weer bij, dan heb ik iets zinnigs gedaan. Noemt u mij eens vijf festivals die in 1922 plaatsvonden?
Euhhh….
Juist. Niks blijvends aan: het is instantcultuur. Een vorm van instantcultuur die daarnaast ook nog eens bijna alle financiele middelen opslokt. Dat is een absurde situatie. Dichters zitten op een houtje te bijten om blijvende cultuur te kunnen scheppen of worden gedwongen in het instantcultuurcircus mee te draaien om zo een karige boterham bijeen te verdienen. Ik ben niet tegen festivals maar je wordt er mee dood gesmeten tegenwoordig – feitelijk functioneren ze als stedelijke statussymbolen. Als de spreekwoordelijke dikke auto voor de deur van de gemeente, die een dikkere auto dan de buurman wil hebben. Dat kun je allemaal als ‘cultuur’ definieren, maar ik vind dat persoonlijk een heel andersoortig fenomeentype.
Wat is dan wel ‘blijvende cultuur’ volgens u?
De waarheid is dat Nederland feitelijk helemaal geen cultuur heeft. Om tot een cultuur te mogen worden gerekend vind ik drie elementen van cruciaal belang:
1. Het hebben van een eigen taal
2. Het hebben van een eigen, levende keuken
3. Het hebben van eigenaardige dansjes met bijbehorende leuke kleding.
Een taal hebben we nog, dus dat zit nog snor. Helaas hebben we echter de karige kookkunsten die we vroeger nog wel bezaten aan de wilgen gehangen. Ook zijn de mensen totaal het dansen verleerd. Ergo, onder deze vrij gebruikelijke definitie is van een ‘eigen cultuur’ totaal geen sprake meer.
Je kunt dan festivalletjes organiseren tot je een ons weegt om dat te verdoezelen. Mijn idee is anders: hou op met die onzin en pak de kernproblemen aan: leer het volk koken en dansen. Pas dan komt er uitzicht op een levende, Nederlandse cultuur.
Maar u kunt zich toch voorstellen dat mensen die zich enorm inzetten op cultureel vlak niet graag horen dat u die cultuur dood verklaart omdat ze niet kunnen koken of dansen?
Allemaal gehersenspoelden. Ze zien niet dat ze in een modderhut wonen. Wat kan mij het geroer in die modder schelen, de basis is niet goed. Cultuur kan alleen ontstaan als de basis goed gelegd is. Neem nou bijvoorbeeld die Amerikanen eens. Schatten van mensen, doorgaans, daar gaat het niet om. Maar het zijn mensen zonder basis. Mensen die niet eens een eigen taal hebben. Mensen die niet weten wat echt voedsel is. Mensen die nooit eens met een ander mens dansen. En dan krijg je het gelazer: oorlog hier, idiotie daar, massademocratie, waanzin. Zonder basis blijf je nergens. Een losgeslagen boei, daar heeft niemand wat aan. En dat is wat al die ‘cultuur’ van ons is.
Die hele zogenaamde immigratieproblematiek kon alleen ontstaan omdat wij volstrekt geen cultuur hebben. Er wordt dus ook helemaal niks ‘bedreigd’. Echte cultuur valt helemaal niet te bedreigen. Het idee alleen al!
Een kordaat cultureel beleid staat of valt met een massale aanval op de keuken en de dansvloer.
Hoe staat u tegenover iemand als Geert Wilders, die kunstenaars vooral als uitzuigers ziet?
Er bestaan veel misverstanden over figuren als Wilders. Misverstanden die ook vooral door zijn zogenaamde ‘tegenstanders’ de wereld in worden geholpen. U dient te begrijpen dat Wilders een typische Haagse insider is, die met veel disdain neerkijkt op het ‘klootjesvolk’ waarvoor hij speelt op te komen. Die man is in-en-in Den Haag: hij is een belichaming van het systeem zelf dat, door hem uit te vinden, zijn eigen illusies weer weet op te poken. Wilders is voor het systeem broodnodig. Ik ken persoonlijk bijna niemand die nog in de democratie gelooft. Ik ken persoonlijk bijna niemand die nog meent dat wij in een echte democratie leven. In zo’n situatie is een persoon als Wilders onmisbaar: wie zou er nog gaan stemmen, behalve als er zo’n ‘gevaar’ dreigt? De werkelijkheid is echter een hele andere: dat is dat het grootkapitaal al geruime tijd doorheeft dat het de democratie eigenlijk totaal niet nodig heeft om te kunnen functioneren. Dat het misschien wel veel beter functioneert zonder democratie. Dat o.a. door Zizek gesignaleerde probleem is zeer, zeer nijpend en de feitelijke oorzaak dat we de laatste 10 jaar meer en meer zien dat het ‘chroomlaagje’ over ons systeem begint af te brokkelen. Het was altijd maar een laagje, maar wel een laagje dat zeer zorgvuldig in stand werd gehouden. De laatste tien jaar zien we echter dat men het zelfs met dat laagje niet meer zo nauw neemt. Het is alsof het de machthebbers niets meer kan schelen of ze nog moreel of democratisch lijken. Dat is de politieke werkelijkheid waarbinnen u een figuur als Wilders moet plaatsen.
Wordt vervolgd…
Wonderlijk en enigzins bizar, deze fotos – nu ja, eigenlijk, ‘a combination of three-dimensional ultrasound scans, computer graphics and tiny cameras’ – van dieren in de baarmoeder. (Ze komen uit een nieuwe National Geographic documentaire ‘Extraordinary Animals in the Womb’, geproduceerd door Peter Chinn).
-
In 1969 maakte Robert Smithson en Nancy Holt ‘Eastcoast/Westcoast’ een collaboratieve film waarin ze op humoristische wijze stereotype rollen aannemen van kunstopvattingen van de tijd, en die daarbij ook impliciet becommentarieren
Holt assumes the role of an intellectual conceptual artist from New York, while Smithson plays the laid back Californian driven by feelings and instinct. Their deadpan exchange ironically lays bare the limitations and contradictions of both sides in the debate.
Vanessa Place en Robert Fitterman hebben nu een hedendaagse versie deze film gemaakt waarin ze de receptie van hun pamflet Notes on Conceptualisms bespreken. De interpretatie is een exacte kopie van het origineel, al zijn Place en Fitterman wel overtuigender in hun rollen als intellectueel / leeghoofd.
‘Punk had iets agressiefs en dat is bedenkelijk’ – Erik Lindner
‘Leonard Cohen is een niet al te belangrijk dichter die koketteert met zijn beperkingen’ – Bart Meuleman
U ziet, voor authentiek muziekmoralisme kunt u bij de Nederlandse poeziebeweging terecht. En hoe hartstochtelijk ze daarover nagedacht hebben, dat die agressieve punk toch maar bedenkelijk is. De moralistische passie spat gewoon van het papier.
Hier valt daarover meer te lezen. Zelf ga ik dat na bovenstaande uitspraken maar nalaten, en liever een Cro Mags concertje bekijken:
Onderstaand ziet er wel veelbelovend uit. Een documenaire in-wording over dichter en filmmaker James Broughton (1913-1999). ‘Big Joy’ gaat de film heten en de makers (Eric Slade en Stephen Silha) hebben als doel ‘om meer vreugde in de wereld te creëren’. Het ziet het er inderdaad zeer vreugdevol uit.
Broughton, ‘Gestoorde oude mannen zijn onmisbaar voor de maatschappij, want jonge mannen hebben voorbeelden nodig’ (Mooi citaat, al vergeet hij de oude en jonge vrouwen..).
En, ‘Follow your own weird’
-
Ik ontving gister het volgende mailtje:
Geachte heer M. Benders,
Ik volg de opleiding Lifestyle Adviseur op de Jan des Bouvrie Academie en ben bezig met een onderzoek naar ateliers van schrijvers/dichters.
Ik zou u graag een paar vragen willen stellen en ik hoop dat u deze wilt beantwoorden en terug sturen. U kunt mij erg helpen met het beantwoorden van deze vragen:
1. Waaraan moet een dichtersatelier voldoen? Wat zijn de belangrijkste aspecten, wat kan er niet missen in een atelier van een schrijver/dichter?
2. Beïnvloedt de plaats van schrijven uw gedichten? In welke omgeving werkt u het prettigst?
3. Waar vindt u inspiratie voor uw verhalen/gedichten? (in het atelier of elders?)
Zou u eventueel een foto mee kunnen sturen van uw atelier of schrijfkamer?
Hilde
Mijn antwoord:
Hoi Hilde,
Wat leuk om van je te horen! Uiteraard beantwoord ik je vragen met alle plezier.
1. Naar mijn mening moet een dichtersatelier aan een aantal primaire eisen voldoen. Ten eerste en het allerbelangrijkste: het moet een inspirerende omgeving zijn waar de dionysische elementen de apollonische niet perse overstemmen maar toch zeker wel dominant aanwezig moeten zijn. Ik zelf werk het prettigst in een omgeving waar de lichamelijkheid en geestelijkheid in goed evenwicht kunnen zijn.
2. Ja, zeker weten. Ik zou het nog sterker willen stellen, volgens mij worden de meeste gedichten direct door de omgeving geschreven en zit je daar als dichter maar een beetje nutteloos tussen, vandaar dat dichters van oudsher vooral manieren zoeken om zichzelf uit te schakelen als bemiddelaar, door middel van vrouwelijk schoon, bijvoorbeeld.
Ik hecht een foto aan deze mail vast van mijn atelier in Mierlo. Mijn maten Richard en Dennis zijn erop te zien, zoals je ziet inspireert de omgeving niet alleen de dichter zelf. De dichterlijke roes is een van de hoogst aangeschreven vormen van euforia. Het is een ingewikkelde klus dat in een interieur te verwerken, maar soms vind je precies de juiste balans, zoals hier.
Met vriendelijke groeten uit Istanbul,
Martijn Benders

Toon gedicht van David-Baptiste Chirot, met opnames van de visuele ‘partituur’
- – -
… in onderstaand filmpje waarin hij zijn gedicht ‘Amerika’ voordraagt. Asociaal misbruik van de ‘dichter van de democratie’? Of een samenwerking van twee oer-Amerikaanse ikonen? Een erg mooi filmpje in elk geval. (Via Slate).
America
Centre of equal daughters, equal sons,
All, all alike endear’d, grown, ungrown, young or old,
Strong, ample, fair, enduring, capable, rich,
Perennial with the Earth, with Freedom, Law and Love,
A grand, sane, towering, seated Mother,
Chair’d in the adamant of Time.
- – -
Een van mijn favorite kunstenaars op dit moment – en ik heb er nogal wat, geef ik toe, want de laatste 10 jaar was er mijns inziens een complete hausse aan getalenteerde visuele kunst – weet niet in hoeverre dat aan internet te wijten is of aan grimmigere tijden, maar ik heb minstens een paar honderd kunstenaars zien passeren die ik zeer de moeite waard vond en dat is niet gering. Een van die mensen is de in Teheran geboren Laleh Khorramian die een bijzondere werkstijl heeft die drie stijlen met elkaar lijkt te combineren: abstract, narratief en structureel – collagekunst en druipkunst op een bijzonder narratieve en innovatieve wijze tot een prachtig beeld geknoopt. Schitterend werk. Hieronder twee voorbeelden en links:


Bekijk werk van haar op: Saatchi – Salon 94 of de Gavlak Gallery
Inmiddels ben ik in fase 2 van mijn project ‘Meest gespierde dichter van Nederland’ beland, aangezien ik nu de grens ‘normaal gewicht’ ben gepasseerd. Als ik zeg ‘meest gespierd’ hoeft u geen uitpuilende bodybuildertaferelen te verwachten: een beetje lekker gespierd zijn is al genoeg om de tollenaren uit de tempel te verjagen, immers de concurrentie is gering. Het project is nog niet afgelopen:
Men wear masks to make themselves beautiful. But unlike a woman’s, a man’s determination to become beautiful is always a desire for death. – Yukio Mishima
Aanvang project: 28 Januari 2009. Gewicht: 127.8 kilo
17 Oktober 2009 – Einde fase 1: 91 kilo bij 1.91
Fase 2: Perfect gewicht: 82 kilo (Verwacht: December 2009)
Fase 3: Stabilisatie Perfect gewicht (3 maanden constant) (Verwacht: Maart 2009)
Fase 4: Stoppen met roken en zware spiertraining (Maart 2009)
Fase 5: Zwarte band in Karate halen (Onbekend)
Zoals jullie zien is het in principe een lang traject waarvan wel het einde gedefinieerd is. Een dichter zijn met de zwarte band in karate, dat lijkt me erg nuttig. Hieronder wat foto’s die deze week genomen zijn, zoals jullie zien ben ik behoorlijk veranderd.
Ook ben ik bezig met instappen in de yachting industry, samen met wat vrienden die een yacht interior design bedrijf hebben. De foto’s zijn bij hun op kantoor genomen.






Kseniya Simonova (1985) tekent met zand op een glazen plaat een animatie over de Tweede Wereldoorlog. Nogal zwaar onderwerp + mooi, in elkaar verdwijnende tekeningen = een overvloed aan tranen in het publiek. Het filmpje is dan ook zomaar zeer populair geworden op internet, het is al meer dan 2 miljoen keer bekeken. Veel kranten geven haar aandacht. The First Post vindt het nodig om toe te voegen dat Simonova’s schone uiterlijk vast niets met het winnen van de ‘Oekraïne Heeft Talent’ prijs te maken heeft. (De muziek – een acoustische versie van ‘Nothing else matters’ – hielp ook niet echt mee).
Haar onderwerp, meldt de Telegraph, is de oorlog aan het Oostfront (1941-1945), in Oekraïne ook wel de Grote Patriotische Oorlog genoemd. Een vierde van de bevolking overleefde de oorlog niet; 8-11 miljoen doden op een bevolking van 42 miljoen.
-
Een beetje om het clichebeeld van de turk in de Nederlandse media te ondermijnen, maar je ziet hier zoveel mooie mensen in Istanbul en dit zijn allemaal foto’s van vrienden. We beginnen met de unieke figuur Cem, die bijna altijd in tijgerprinted tanga’s door Istanbul ronddwaalt en drummer is:


Of Ozgur, de dromerige computerprogrammeur:

Of Deniz, grafisch ontwerper en kunstenares:

Tussen al dat moois ben ik natuurlijk per definitie een minderwaardige schoonheid, hoewel ik mijn best doe laatste tijd daar verandering in te brengen. En dat misschien wel nooit gaat lukken, maar toch ben ik wel trots op mezelf dat ik het niet opgeef. Het ego moet gepropagandiseerd worden. Daarom nu:


Ik liet jullie een tijdje terug weten dat ik druk bezig was met wat nieuwe projecten. Dat ben ik nog steeds en ik heb niet al teveel tijd om aan Loewak te besteden, maar ik wil wel even kort uitleggen waar ik nu mee bezig ben:
Project 1: Verminderen hoeveelheid Benders
Mijn stellige indruk is dat er teveel Benders aan mij zat en, in het licht van auteurs als Mishima, die immers van zijn leven een gedicht wilde maken en niet alleen van een boek of stuk tekst, besloot ik dat na Karavanserai het meest zinvolle project een puur lichamelijk project zou zijn.
In Januari 2009 stond er precies 128 kilo op de weegschaal. Ik ben 1.91 lang dus dat is ongeveer 37 kilo overgewicht.
Dat overgewicht is ontstaan doordat ik in een wat deprimerende periode van mijn leven tussen mijn 24e en 28e levensjaar bijna uitsluitend boterhammen met pindakaas heb gegeten. Goed, ik had ook geen geld, maar het absurdistische karakter van de aktie sprak mij klaarblijkelijk aan. Een vriendin die me in die periode opzocht kon haar ogen niet geloven toen ik mijn keukenkastjes opende en er vele honderden potten pindakaas achter verstouwd stonden.
Enfin, dat alles gebeurde in een ver en schaduwachtig verleden door een wezen dat ik niet als dezelfde persoon beschouw (immers, elke 7 jaar is geen enkele molecuul in het lichaam meer de oude).
Ik heb gezworen dat ik voor mijn 40e normaal gewicht zal hebben. Ik wil niet eindigen als Zeeman, op zijn vijftigste onder de zoden geschoven met het begeleidend gejank van een horde ongeletterde idioten.
Op 1 september 2009 stond er precies 98 kilo op de weegschaal. Ik ben dus in een half jaar 30 kilo kwijt en zit nog 7 kilo boven de grens van ‘normaal gewicht’. Uiteindelijk is het doel van mijn programma ‘perfect gewicht’ dus een gewicht tussen de 80 en 85 kilo.
Weg met alle dikzakken!
Project 2: Bilderberg trilogie
Alles wat ik hierover kwijt wil is dat ik werk aan een trilogie die ‘Bilderberg’ gaat heten. Ik sta elke ochtend om 05.00 op en begin eraan te schrijven. Mijn uiterst spartaanse dagindeling (ik heb precies 2 uur per dag ‘lummeltijd’) bevalt me uitstekend. Geen televisie, zo min mogelijk nieuws, half uurtje facebook, verder schrijven (3 uur), sport (4 uur), werk (4 uur) en dochter (3 uur).
Ik voel me als een miljoen dollar in een zeventiger jaren film.
Vanaf vandaag, 11 september 2009, gaat Loewak verder met alleen de hoofdredactie. Dit wegens de inactiviteit van de meeste auteurs. Daar zitten mensen tussen die me toezegden mee te willen schrijven maar nooit een letter schreven, net zo goed als mensen die wel bijdrages leverden net als Maarten van der Elzen en Jurgen Smit. Deze mensen wil ik van harte bedanken voor de bijdrages die zij aan Loewak leverden, maar de nieuwe opzet wordt auteurloos en zal alleen bestaan uit een hoofdredactie en gastbijdrages.
Ook ben ik een nieuwe formule aan het uitwerken voor een nieuw soort literaire dienst, maar ik heb het tot nu toe te druk gehad om dat helemaal op poten te zetten. U leest er echter binnenkort hier en op lezenislezen.nl meer over.
Martijn Benders
‘He had at least 20 to 30 figurines of hippopotamuses. Pink hippopotamuses, green hippopotamuses, hippopotamuses with their mouths wide open, hippopotamuse candy jars. And he loved hippopotamuses, he would speak of them as a bizar animal, and he felt they embodied the reality of absurdity and the immense possibilites of the imagination.’ Dat is oud student Peter Zelin over Marcuse in de documentaire ‘Herbert’s Hippopotamus: Marcuse and Revolution in Paradise’:
-
-