Verzamelde Literaire praatjes
Raar clubje, dat ‘SSS’. Bestaan al ontelbare jaren en hebben een website die eruitziet alsof hij in Frontpage 1995 is gemaakt. Uit de header maken we op dat de inhoud tot 2008 geldig is. Het sfeervolle logo in zwart/grijs, met gezellig in elkaar grijpende ss’jes herinnert aan een duister verleden waar schrijvers van alle cultuurdragers het meest happig leken bij de Kulturkammer aan te kloppen. http://www.sss.nl/
..
Verhaal van Hans Vervoort “Er is sinds januari 2011 een website die zich speciaal richt op het recenseren van debuten, nl www.literairedebuten.nl
We slaagden erin om met behulp van 30 schrijvers (leden van de Vereniging van Letterkundigen) sindsdien 110 debuten te bespreken. Iedereen werkte gratis mee. Omdat wij vonden dat debutanten in de hedendaagse boekenmarkt een gezicht moeten hebben namen we van de websites van de uitgeverijen een thumbnail portretje op van de auteur en plaatsten dat met het omslag naast de recensie. Uitgaande van het idee dat publiciteitsfoto’s bedoeld zijn om veel verspreiding te krijgen. In feite overtreedt je daarmee de auteursrechten van de fotograaf, we deden het ook niet als er duidelijke copyright-indicaties bij stonden. Dat ging lang goed, maar helaas kregen we een maand geleden van fotografe Quintalle Nix een rekening van euro 968 toegestuurd omdat we 4 (anoniem op de uitgeverswebsite) geplaatste thumbnails hadden overgenomen. Weghalen was niet genoeg, ze eist haar pond vlees en zal dat ook krijgen. Want wettelijk zaten we fout. Het betekent helaas het einde van de website, want als we debutanten geen ‘smoel’ kunnen geven heeft in de hedendaagse boekenmarkt de website geen zin. Onze site is nu dus offline.
Jammer, maar helaas. Uitgeverijen zouden van fotografen toch minimaal de thumbnail-rechten van hun publiciteitsfoto’s moeten bedingen (wat kan dat nou kosten?) als ze een debutant een kans willen geven zichtbaar te worden.”
Wat een lulkoek zo even 1000 euro te eisen voor wat thumbnails van een niet comemrciele site, wat een schaamteloos gedrag.
..
Superieure Nederlanders in Vlaanderen laten zich uit over hun hogere IQ en cultuurverschillen:

..
Dichters des Vaderlands. Democratie afgeschaft. Enige logische keuze vind ik dan: een herbenoeming van Ramsey Nasr voor nog eens vier jaar. Alleen dat is conform de tijdsgeest. En mooi in lijn met de Turing.
..
Verkocht net mijn eerste ‘DE LUXE’ editie van ‘Wôld, Wôld, Wôld!’. Ik ga niet alle geheimen van de DE LUXE editie verklappen, maar wil wel zeggen dat de persoon die het koopt in alle volgende edities permanent wordt vereeuwigd middels een op maat geschreven gedicht. Wie dus de DE LUXE editie koopt komt voortaan ook in het boek zelf voor. Ook op die manier wordt het een ‘levend boek’ dat steeds wijzigt.
Het boek wordt op die manier een boek dat tegelijkertijd zichzelf vernietigt en weer een ander boek baart. Zodra alle oorspronkelijke gedichten zijn vervangen stel ik het nieuwe boek gratis als nieuwe bundel als download beschikbaar.
..
Asjemenou: Geachte heer Benders,
Het Nederlands Letterenfonds laat een onafhankelijk bureau eens in de vier jaar onderzoeken wat de ‘gebruikers van het fonds’ met name schrijvers, vertalers, uitgevers en adviseurs vinden van het uitgevoerde beleid, de communicatie en de dienstverlening. U bent geselecteerd als een van die gebruikers en wij hechten zeer aan uw mening. Met het resultaat van dit onderzoek hopen wij u in de toekomst nog beter van dienst te kunnen zijn.
Nou, hier mijn antwoorden:
“Waar ziet u ruimte voor verbetering in de informatieverstrekking van het Letterenfonds?”
Ik vind dit een volstrekt irrelevante, typische ambtenarenvraag die alleen kan afkomen van een of ander navelstaarderig instituut. Alsof het allemaal zou gaan om ‘goede informatieverstrekking’ en niet juist om een achterhaalde, ouderwetse structuur die is gehijacked door soapsterretjes en pseudoschrijvers die elkaar continu het balletje toespelen.
“Waar ziet u ruimte voor verbetering bij de diverse subsidieregelingen van het Nederlands Letterenfonds?”
De hele structuur is een farce die is gebaseerd op een oude uitgeversmonopolie die nu alleen nog uit reisgidsen en kookboeken bestaat, om twee en een half vriendje nog de gelegenheid te geven een bundeltje te publiceren. De eisen die het Fonds stelt zijn achterhaald, de medewerkers hebben geen enkele daadwerkelijke literaire status – het zijn allemaal netwerkertjes die elkaar indekken. Door op een sluwe wijze het mechanisme van de ‘Peer Review’ te vervalsen en om te draaien (normalerwijze is Peer Review namelijk bedoeld om te bepalen wat geschikt is voor publicatie, niet voor wat al gepubliceerd is nog eens te financieren) heeft een beperkt clubje randschrijvers zichzelf weten verzekeren van een eeuwige beurs, want uiteraard moet iemand ‘kiezen’ welke adviseurs een boek gaan lezen en het is een peuleschilletje dan adviseurs uit te zoeken die je boek zullen afwijzen. Om maar niet te spreken over die belachelijke eis dat je bij een ‘reguliere uitgever’ zit terwijl die term helemaal niet te definieren valt.
“Waar ziet u ruimte voor verbetering bij de door het Letterenfonds ontwikkelde activiteiten en programma’s?”
Ik zou deze allemaal stopzetten – het is verspilling van publieke middelen voor een beetje oppervlakkige festivalcultuur. Herinnert zich iemand nog iets van wat het Letterenfonds 10 jaar geleden organiseerde? Neen, het is allemaal een vorm van instantcultuur, die past bij een fabrieksmatige vermaaksmentaliteit en de algemene wegwerpcultuur. Zou er iemand wakker liggen van alle snoepreisjes die Mohlmann maakt over dertig jaar, behalve Mijnheer Mohlmann zelf?
..
Een zielig verhaal, maar de werkelijkheid is natuurlijk dat Uitgeverijen al tientallen jaren zeer nauwgezet hebben meegewerkt aan het ontstaan van de huidige situatie door de markt te overspoelen met middelmatige literatuur die door de overheid werd bekostigd, de literaire kritiek om zeep te helpen (wie te kritisch was was ‘tegen ons’) en vervolgens als een echte Judas verbaasd en zielig staan kijken als geen kip meer kan zeggen wat nog literatuur is en iedereen alleen nog die bestseller koopt die ze zelf als demon hebben nagejaagd.
Duizenden wegwerpschoenen op de markt brengen om een of twee kwaliteitsschoenen mee te bekostigen. Het is niet veel meer dan een propagandapraatje van een kartel, want wie de kritiek duidelijk tegenwerkt heeft helemaal geen behoefte aan ‘kwaliteitsliteratuur’ – het idee is meer dat je die schijn in stand kunt houden om de kartelpositie die je samen met de overheid hebt opgebouwd geloofwaardig kunt houden voor het ‘volk’. Wij zijn kwaliteit, en daarom moeten we de markt overspoelen met rommel, en als mensen daarna steeds minder gaan lezen is het de schuld van het onderwijs.
Waarom roept deze structuur zo weinig vragen op? Ik zou grote moeite hebben een bedrijf dat duizenden liters slechte rommelmelk op de markt brengt om twee flesjes ‘kwaliteitsmelk’ te kunnen bekostigen nog aan te duiden als ‘melkliefhebbers’.
Zelfde als de filmwereld. Meer en meer formulematig, want als je een publiek kunt laten wennen aan het idee dat dat ‘een film’ is en ze niet meer beter weten, kun je meer winst maken, kan alles goedkoper, het ultieme ideaal van de filmwereld en de uitgevers is een computer die volautomatisch boeken en films schrijft. Dat het hen om ‘kwaliteit’ te doen is – natuurlijk! De albert heijn is het ook om kwaliteit te doen. Mac Donalds heeft geweldige kwaliteits fastfood. Iedereen beroept zich altijd op kwaliteit.
Dat is nog wel het vreemdste, dat je op ‘kwaliteit’ beroepen maar dan zonder een elite te zijn. Alsof die ideeen niet een en dezelfde zijn. Het echte plaatje is natuurlijk dat van een elite die zich heeft verborgen en net doet alsof ze geen elite zijn, alsof dat een verbetering is tov de duidelijke ‘wij zijn een elite’ positie. Vroeger kon je de ‘elite’ nog op hun smaak afrekenen, met de verduistering en het verbergen van haar kenmerken is nu enkel bereikt dat er een elite aan de macht is die zich nergens verantwoordelijk voor voelt, niet eens meer voor haar smaak.
Wie zou er symphatie voelen voor een Campina dat de markt overspoeld met goedkope melk, en tegelijkertijd twee flesjes ‘kwaliteitsmelk’ mbv overheidsgeld op de markt brengt? Het is mij een absoluut raadsel waarom mensen de huidige ‘Grote Uitgeverijen’ een warm hart toedragen. De huidige situatie is juist dankzij hen ontstaan.
The Collected Works of Martinus Benders
Na het afronden van WWW – de verkoop van die bundel start op 3 Koningen 2013, geheel in lijn met de symboliek als doorgetrokken in de bundel zelf. De bundel ligt momenteel bij de corrector, en ik ben een animatie aan het maken en ook Loewak gaat mooi op de schop. Loewak gaat de visuele cortex veroveren, maar dit weblog zal worden voortgezet, wellicht op een iets andere locatie op de site.
Mijn nieuwe project is ‘The Collected Works of Martinus Benders’. Ik heb nu 310 officieel gepubliceerde gedichten in het Nederlands – ongeveer 3 keer zoveel als de meeste collega’s van mijn leeftijd, als ik even onbescheiden mag zijn – en het wordt tijd een beetje de vleugels uit te slaan.
In Mei 2013 kom ik met een Collected Works in het Engels van ongeveer 300 pagina’s.
Dat ga ik wel redden want ik werk bijzonder snel. Jacket Magazine liet me al weten wel interesse
te hebben het werk ook te bespreken. Verder ga ik pogen om het onder Johnny Depps neus te pluggen, of dat gaat lukken kan ik nog niet beloven, maar het werk is hallucinant genoeg om hem te enthusiasmeren denk ik.
Daarna volgt nog ‘Het Boek Der Dode Uilen’ – dat heb ik al goeddeels klaar, maar ik zet het op Oktober 2013.Dan heb ik met 5 dikke boeken wel even genoeg prestatie neergezet op literair vlak en ga ik, tja, Hollywood veroveren ofzo. Of Peking. Of een Alpenhut. U bent gewaarschuwd.
Groen uitslaan om een lidwoordje
Wat hieraan vooraf ging: Jacques Kaasblokje Kerstboom Breukers had een ontbrekend lidwoordje gevonden in mijn recensie van Koeprianov en sloeg meteen gifgroen uit met 2000 woorden. Ik zou niet competent genoeg zijn om goede kritiek te schrijven.
Mijn weerwoord dat alleen een volstrekte idioot niet zou begrijpen dat je oud werk van een internationaal dichter niet aan ‘literaire kritiek’ onderwerpt, net zoals een kunstcriticus nooit een boekje met het verzamelde werk van Breughel niet OPNIEUW in de consensus zou proberen gaan plaatsen behalve als daartoe echt grondige aanleiding is – het was aan dovemansoren gericht. Schijnbaar was dat lidwoordje net iets interessanter. Het is dus DE Russische bibliotheek, jongens, niet ‘Russische bibliotheek’.
Deze mensen hebben simpelweg naar mijn idee geen flauw benul wat ‘literaire kritiek’ precies is en wat voor functie zulke kritiek heeft. Een echt criticus zou uiteraard niet gifgroen wat futiliteiten najagen, dat doet hoogstens een cliniclown in een ziekenhuiskamer vol comapatienten.
Literaire kritiek heeft zin in twee gevallen: 1. Het plaatsen van nieuw werk in een context – hoe belangwekkend is dit werk? 2. Het revalideren van oud werk, als dit verkeerd is gewaardeerd: je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan vriendenclubjes in het verleden die een bepaald dichter constant hypten, vriendjespolitiek etc. Het komt natuurlijk voor. Alleen is daarvan bij Koeprianov geen sprake. Er is dan ook geen enkele reden ‘Literaire kritiek’ op zijn werk los te laten, het bestaat allang terecht in een bepaalde context, en de manier waarop ik de bundel besprak is dan ook feitelijk de enige mogelijke wijze zo’n bundel te bespreken. Kritiek zou zich op de vertaling moeten richten, en daarvoor ben ik niet kundig.
Wat ik wel nog nooit heb gezien: een literaire recensie van Jacques Kaasblokje Kerstboom Breukers. Ik heb niet het idee dat die jongen veel met kritiek opheeft, daar hij consistent alles wat naar kritiek ruikt van zijn website wist. Zelf heeft hij zover ik weet nog nooit een kritische recensie geschreven. Er is weliswaar een serie ‘het eerste gedicht’ waarin hij tweemaandelijks demonstreert hoe belabberd hij poezie kan lezen, maar verder beperkt hij zich tot lidwoordjes, ontbrekende interpunctie en andere zaken die een alzheimerpatient met een slechte opleiding mateloos zouden boeien.
Ik schreef daarentegen een beperkte maar leuke reeks recensies. Ik ben er mee gestopt, omdat ik me primair wil richten op mijn dichterschap en andere zaken, maar de recensies als zodanig zijn nog steeds leuk om te lezen. Laat ik ze hier even opsommen:
Recensie Erik Menkveld
Recensie K.Michel
Recensie Gerrit Kouwenaar
Recensie Jan Lauwerijns
Recensie Hans Tentije
Uiteraard wist de ‘literaire wereld’ onder auspicie van ‘Hoofredacteur Edwin Fagel’ niet hoe snel ze van me af moesten zien komen. Soit. Maar het verwijt dat ik een minder recensent zou zijn dan Breukers, die nog nooit van zijn leven een recensie schreef? Zo geloofwaardig als groen uitslaan om een lidwoordje.
Martinus Benders, Istanboel, 28-11-2012
Puntgaaf erofascisme op OOTJEOOTJE
Ik heb al eerder duidelijk gemaakt dat ik met die ‘Nieuwe Zichtbaarheidselite’, die formele staatsavantgarde die u in het ootjeootje wil nemen, niets heb. Als ik er in anderhalf jaar één middelmatig gedichtje heb zien verschijnen is het al veel. Als ik er in anderhalf jaar één ook maar enigszins boeiende discussiebijdrage heb mogen lezen klap ik in mijn handjes van plezier. Bruine formulierlucht hangt er, en de meest belabberde zaken zien er het licht. Neem nou het ‘nieuwe gedicht van Jane Leusink’ dat er sinds gister staat. De foto’s van de koppen worden op Riefenstahliaanse wijze steeds groter, de teksten steeds onbenulliger, slordiger, en kindser. Het is de visuele cortex variant van wat Baudrillard de simulatie van literatuur zou hebben genoemd.
Van dat gedicht van Leusink kon ik op het eerste gezicht totaal geen kaas maken. Het leek op het gebazel van een theetante met alzheimer. Tot ik op het idee kwam om ‘vreemdeling’ met ‘neger’ te vervangen en ‘kat’ met ‘kut’. Plots stond er wel ineens een begrijpelijk gedicht:
Je bent nog volop neger
Je bent nog volop neger, ongestempeld
dansdiertje dat zich waant wie weet hier daar
waar ook, de Lofoten, Longfellow of een mistig huis
in de bergen. Wij dekken de tafel met borden, brood
met handen zo open van verwachting, een haper misschien
in de keel. Je blik is zo leeg als de blik van een vis
uit je binnenste wereld gevouwen maar kan zijn.
Hierbuiten trouwens veel natte natuur en netels
tussen de woorden. Wat je hopelijk kunt billijken.
We leggen een warmstenen vuur in de haard,
praten geruststellende taal het meest
tegen elkaar. Je bent niet meer wie je was,
geen idee wie je morgen zult zijn, en
wat als het arcadische verlangen naar meedoen je overvalt?
We verzinnen wat af. Ik weet het, in de regel.
Of altijd kun je volstaan met een aantal bewonderende zinnen,
een drang is een wil, een stom ding van binnen. Maar toch, gisteren droomde ik nog
van een kletsnatte kut, haar kopje duwde duwde
en toen haar staart zo stenen tegen je beentje mieuw
mauw en wilde, of hoe zeg ik, een wil is ook een dit
of dat van de kut, die ergens over gaat. Je armen.
Maar mocht je toch, dan vraag ik:
raadpleeg bij twijfel ajb altijd mijn dochter
of een van haar wijze vriendinnen.
Een puntgaaf erofascistisch werkje dus feitelijk. Geen goed gedicht, dat niet, maar wel een gedicht dat naadloos bij deze censuur-avantgarde van literaire soapsterretjes past. Wij, de beschaafden, jij, de wilde natuur, het is de Anti-Oedipus ten voeten uit. Zelfs Dautzenberg viel het op de inboorlingen ontbreken totaal in het ‘literaire wereldje’. De anti-oedipale relatie tussen ‘beschaafde’ en ‘wilde’ is overbekend: de kolonist roeit de inboorlingen uit en voelt tegelijk het erotische verlangen door hen te worden overmeesterd.
Qua sfeer doet het me nog het meest denken aan dit filmpje:
Ook in dit filmpje zit erotiek: het handje vasthouden, de naakte neger in het borrelbad op het einde die het ervan neemt: de boodschap is duidelijk: wij willen dit uitroeien, want wij kunnen het verlangen dit te willen zijn niet verdragen.
Campagneposter en naamswijziging Uitgeverij Loewak
Vanaf heden heeft Uitgeverij Loewak een nieuwe naam. Wij gaan voortaan door het leven als Utgeverij Loewak, om ons beter te profileren tov de concurrentie. Wij worden liever niet met de kookboekenmaffia geassocieerd en bovendien klinkt het gewoon beter. Vanaf nu heb je dus mensen met een ‘uitgever’, en mensen met een utgever. Spreek je uit met de ‘oe’ van WichelROEde.
Onze nieuwe slogan is: voor wie literatuur een wel HEEL warm hart toedraagt.
De campagneposter van Wôld, Wôld, Wôld! is klaar:
U kunt zich hier INSCHRIJVEN:
Maar dat geldt NIET voor:
Thomas Mohlmann, Erik Lindner, Rob Schouten, Erik Menkveld, Piet Gerbrandy, Ilja Pfeijffer, Chretien Breukers, Edwin Fagel, Sylvie Marie, Krijn Peter Hesselink, Arnoud van Adrichem, Jan Pollet, Coen Peppelenbos, Frank Keizer, Joost Baars, Bouke Vlierhuis, Adriaan Krabbendam, Bart Droog, Lucas Husgen, Roel Weerheijm, Elsbeth Etty, Xavier Roelens, Wim Brands, Astrid Lampe, Victor Schiferli, Ramsey Nasr, Reinder Storm, Jasper Henderson, Huub Beurskens, Matthijs Ponte, Matthijs de Ridder, Jeroen van Rooij, Willem Groenewegen, Maarten van der Graaff, Lies Van Gasse, Maria Barnas, Erik Spinoy, Han van der Vegt, Dirk van Bastelaere, Wim van Til, Arie Storm, Pim te Bokkel, Frank Starik, Alexander Ribbink, Benno Barnard, Philip Hoorne, Chris ten Kate, Jan Lauwereyns, Erik Jan Harmens, Jan van Mersbergen, Samuel Vriezen.
Nobelprijs voor literatuur 2012 naar Cees Nooteboom
Morgen gaat Cees Nooteboom de Nobelprijs kansloos aan zich voorbij zien gaan. De nieuwe directeur van het Letterenfonds, die duidelijk als doel van zijn aanstelling had geponeerd Cees de Nobel laten winnen (het was het enige waar hij het over had, hoe heet die verkoper ook alweer, ja, Pieter Steinz) – die Pieter Steinz gaat daar natuurlijk geen conclusies aan verbinden. Volgend jaar gewoon weer Nooteboom. Die heeft een netwerk, weetjewel. En boeken in het Duits.
Een soort Eurovision Songfestival, dus, maar dan elk jaar met dezelfde kandidaat. Eerst 30 jaar lang Mulish, nu nog een jaartje of 10 Nooteboom. Zou Uitgeverij Meulenhof inmiddels het domein www.nobelprijsvoordeliteratuur.nl al hebben opgezegd?
Of heeft Pieter Steinz, visionair als hij is, een onderonsje geregeld? Of wellicht dacht Meulenhof, een buitenkansje, 400 jaar een tientje per jaar, is maar 4000 euro. En je kunt er geheid 10.000 voor terugscoren als over 400 jaar een Nederlander wint.
Na 10 jaar Nooteboom, als Pieter Steinz alweer richting een andere adviesraad is verdwenen, gaat er dan iemand van onder de tachtig aan de beurt komen.
Viva-diva Aafke Romeijn, het enige echte nieuwe literatuurtalent ten oosten van Schanswolde, stelde voor dat na 10 jaar Nooteboom Grunberg de aangewezen opvolger zou worden.
Ik geloof het niet. Te vrolijk hoofd. Het moet dik, serieus, gekweld, gewichtig. Het moet natuurlijk A.F.Th van der Heijden worden. Tragisch levensverhaal. Goed met blokje kaas. Ligt goed bij de grachtengordel. Kan geloofwaardig een regel Zweeds spreken. Geloof mij maar, met A.F.Th kunnen we over een jaar of 20 die prijs incasseren. Ik ga alvast het domein AFTIEHEEFTDENOBEL.NL reserveren.

Commentaar