Mensen waarmee ik niks heb – Luuk Gruwez en Lucas Husgen
Voor de Frank Starikjes van deze wereld, die niet geloven dat een ‘gerenommeerd auteur’ als Lucas Husgen (‘Hij studeerde enige jaren filosofie in Utrecht, Amsterdam en Nijmegen alvorens zich fulltime op het schrijverschap te werpen.’) zich online voor Louis Nanet uitgeeft even deze screenshot om te voorkomen dat hij weer ‘samenzweringstheorie’ gaat roepen. Dezelfde Husgen mailde me ergens in 1995, toen ik nog een jonge ongepubliceerde twintiger was ‘dat hij ervoor zou zorgen dat ik nooit ergens aan de bak kwam’. Later, toen ik wel gepubliceerd had, mailde hij ‘haha dat was toch maar een grapje, zoveel macht heb ik helemaal niet’. Nee, inderdaad, zoveel macht heeft u niet, mijnheer Husgen. In elk geval ook niet de macht leuke grapjes te maken. Misschien had u toch wat langer filosofie moeten studeren, en niet op 3 verschillende plekken.
Ander figuur waar ik niets mee heb: Luuk Gruwez. Zie deze recensie van Oosterhoffs bundel waarin hij glasheldere regels ‘wartaal’ noemt. Werkelijk geen letter Spaans aan, die geciteerde regels. Als je zulke simpele gedachtenlijnen al niet kunt volgen, dan kun je naar mijn idee maar beter op 3 verschillende plekken tegelijk filosofie studeren en vervolgens fulltime schrijver worden. O wacht, dat is hij al. Tja.
Johan Sanctorum over de senilisatie
Geweldig stuk weer van Johan Sanctorum – een van de weinigen die nog niet aangetast lijkt door de vervelende ziekte die hij beschrijft, hoewel hij wel het enigszins seniele podium Alphavillllle uitkiest om zijn mooie stukken te verspreiden, maar dat zij hem vergeven. Cordaat, scherp en met vooruitziende blik: dit is hoe filosofie bedreven dient te worden.
Dichtersbanken: Martijn Benders
Beeldend kunstenaar Hans Mellendijk is bezig met het project ‘Dichtersbankjes’ : Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse collecties te ontsluiten.
Hij heeft nu ook een ‘Martijn Benders model’ gemaakt gebaseerd op mijn gedicht ‘De Maan’:
Mij spreekt de bank, waar we twee ‘moonboots’ met touwen vastgeknoopt in een soort maanvorm zien liggen, erg aan. Hele mooie bank! En het toeval wil dat in mijn nieuwe bundel ook een gedicht staat dat ‘Witte Laarzen’ heet! Dank, Hans! De bank is in Arnhem te zien, maar ik weet niet precies op welke plek.
Het ego te groot voor zijn plekje
Het is officieel een trend. Na de schlemiel als schrijver (recentelijk gesignaleerd) en de schlemiel als volkszanger
( zie hier en hier) en de schlemiel als politicus ( zie hier) is het nu ook in vormgeversland ultrahip om een schlemiel in te zetten:
Of heeft Nasr gewoon een te groot ego om op zijn plek te blijven? Arme Frank. Op de Turingposter deed Nasr ook al alsof zijn hoofd belangrijker was dan de wedstrijd. En ook daar zo’n grafisch lelijke kop en het soort tenenkrommend domme experimentalisme waaraan je een ware beginner herkent. Zou nieuwe Hoofdredacteur Edwin Fagel een spoedcursus photoshop aan het doen zijn? Franks halve hoofd knippen we er gewoon lekker af. Ook die verdeling van zwart wit foto’s en kleurenprotretten mag best arbitrair. Heel gewaagd allemaal! Voor wie nog durft te beargumenteren dat hier sprake is van ‘experimentalisme’: let ook vooral op het feit dat de afstand tussen rand en foto bij Menno Wigman niet dezelfde afstand is als bij de foto bovenaan.
Awater poezieprijs 2011
Doordat ik de distributie van mijn tweede bundel in eigen handen heb gehouden weet ik precies wie mijn bundel heeft gekocht. Ik kan dus melden dat van de ‘beroepslezers en critici’ welgeteld één ook mijn bundel daadwerkelijk in handen heeft gehad, en dat was Willem Thies, die mijn bundel ook op de lijst zette.
De rest van deze beroepslezers en critici van Awater hebben dus geen flauw benul hoe goed mijn tweede bundel was.
Dat vind ik uiteraard prima, ik zou alleen net als bij Kathleen Ferrier en de VSB prijs die schijn van Universaliteit weghalen, niet langer ‘De beste bundel van 2011′ maar gewoon ‘Wat vonden onze lezers de beste bundel die zij gelezen hebben’. Dat ‘beroepslezers’ zou ik ook niet gebruiken. Het lijkt mij sterk dat deze mensen meer dan drie bundels per jaar lezen, door de bank genomen. Het gros hoor ik nooit over een bundel.
En aangezien mijn bundel een van de best besproken bundels van 2011 was vind ik niet dat je tegelijk ‘beroepslezer’ kunt zijn en dan gewoon de best besproken bundels negeren. Het is het één of het ander.
Beroepslezer? Okee, maar dan dien je ook alles te lezen wat ook maar de schijn van het beste over zich heeft.
Gewone lezer? Prima. Maar doe niet net of je een specialist bent, dan.
Paul van Seters, hoogleraar globalisering
Heeft u er ooit van gehoord, van de hoogleraar globalisering? Ze bestaan schijnbaar. Er loopt er een rond die ‘Paul van Seters’ heet en het leuk vindt boeken na te pluizen op feitelijke juistheden.
Nu heb ik Bonita Avenue toevallig ook gelezen. Of wat heet toevallig, ik moest het lezen omdat ik voor een vriendin hier rapporteer over welke Nederlandse literatuur de moeite waard is te vertalen. En Bonita is een geweldig boek. Een prestatie van formaat, dat zie je zelden in de Nederlandse literatuur. Zelden zag ik een boek met zoveel goed geschreven, citeerbare zinnen. Een regelrechte klassieker, en dat als een debuut!
En dan komt een hoogleraar globalisering je even vertellen dat het stratenplan in dat boek niet klopte. Dat vind ik nou typisch Nederlands. Dat zo’n man meent daarmee iets interessants te hebben gezegd. En typisch ook iets voor de Volkskrant om met zoiets ultralulligs groot uit te pakken. Dat heeft ook iets heel smerigs, eigenlijk – je geeft enorm veel ruimte aan deze flauwekul, en aan daadwerkelijke recensies of dingen die relevant zijn voor de literatuur geef je nauwelijks ruimte, zogenaamd uit ‘ruimtegebrek’ – allemaal kwats, want er is ruimte genoeg voor dit soort onzin, schijnbaar.
Nee, Buwelda kan beter uitkijken – er zullen ongetwijfeld genoeg giftige kleine padden voor zijn voeten gaan lopen nu hij een prestatie neer heeft weten zetten – en een van die gifgroene padjes zit op de redactie van de Volkskrant, en het stinkende vliegje heette ‘nieuwswaarde’.



Commentaar