literatuur

Geld verdienen met knippen en plakken – OoteOote.nl

Geld krijgen om te knippen en plakken, kent u die uitdrukking? Geld krijgen om te knippen en plakken. Ik moest daaraan denken toen ik zag dat Jan Pollet, een man die nog nooit een boek heeft geschreven, van maar liefst drie verschillende literaire fondsen geld krijgt om met zijn rechtermuisknop stukjes internet te reproduceren op een weblog. Geld dat eigenlijk naar literatuur had moeten gaan, maar goed, we leven bijna in 2012, het rottende lijk van Derrida wil ook wat: knippen en plakken is net zo goed literatuur! En dus trekken we allemaal de portemonnee, ja er komt ook diepgang natuurlijk, let u alleen al op die knallende opening met Krijn Peter Hesselink en Rutger Cornet de Groot, de beloofde diepgang komt meteen uit de verf.

Zo komt Rutger ons even een nieuwtje brengen: dat Ooteoote gedicht is afgekeken van Rabelais! Ja okee, dat had u ook op de klankgedicht pagina van de Wikipedia kunnen lezen, maar we herhalen het toch maar eens, want er zijn altijd mensen die zo’n smeuïg feitje nog niet kennen. Het stuk van de Groot heeft dan ook als kernboodschap: dat is niet erg, dat Jan Hanlo dit bere-interessante gedicht van iemand afkeek. Nee inderdaad Rutger, het maakt mij ook geen hol uit. En huppakee, het diepzinnige stukje staat alweer. Nu nog vijf keer met de muis knippen en plakken en het dagje literatuur zit er weer op.

Vooringenomen is de site niet. Okay, onder ‘redactie’ had men net zo goed ‘The Usual Suspects’ kunnen zetten. Het zijn de duizend uit de krant weggejaagde revolutionaire prijs-besprekende critici van de Reaktor, maar dan min al die lui die maar 1 artikeltje voor de show schreven. De harde kern, zeg maar. De harde kern van kwantiteits-universalisten (lange artikelen! 1000 critici! 300 literaire websites! 8 miljard talentvolle jonge dichters!) die ons even NOG MEER diepgang komen brengen, met Krijn Peter Hesselink, betaald uit Letterengeld.

Wie de site openmaakt ziet een enorm en nogal lelijk gemaakt logo waarvan de schaduwen totaal niet kloppen. Daarnaast staat een spookje, dat ‘Boe!’ roept. Lachu! Diepgang!

Jeroen van Rooij verwees de eerste kritiek op de site van de hand door Gerrit Komrij naar de site ‘apenheuvel.nl’ te verwijzen, met als toevoeging ‘Boe!’.

Jeroen van Rooij? De jongen die één boek schreef dat zo goed als nergens positief werd ontvangen? Ja, die Jeroen. Die is nu de nieuwe elite. Consensus, hahaha, Boe! Dat heb je toch niet nodig! Boe!

Dat wordt lachen, gieren, brullen, komende jaren, met deze spannende nieuwe elite van Usual Suspects.

Kijkt u hier maar: OoteOote.nl

De culturele sprinkhanenplaag van diepgravende initiatieven.

Jan Pollet en Arnoud van Adrichem beginnen een nieuw, diepgravend blad. Jan Pollet is een nuttige jongen, die de hele dag dingetjes knipt en plakt die hij op allerlei websites vindt. Enige literaire autoriteit heeft hij natuurlijk niet, maar dat is tegenwoordig ook niet nodig om met het clubje mee te mogen doen. Een beetje wieroken met bekende namen, een keer met bezoekersaantallen zwaaien, en je behoort al meteen tot deze instant-avantgarde en je mag aan de knoppen van de recycle-machine. ‘Hoe kun je nu al een mening hebben over de Egyptische verkiezingen, terwijl die niet hebben plaatsgevonden’ vraagt topintellectueel van Adrichem zich verbazend af. Arnoud begrijpt het niet. Waarom staan die mannetjes toch zo te schreeuwen op dat plein? Die verkiezingen zijn toch nog helemaal niet geweest? Hoe kun je dan nu al weten dat het niks wordt? Jan knikt, en knipt, en plakt nog een artikeltje over Beckett. Traag als een foute stropdas valt het licht tussen de oude bomen.

Lees meer over deze spannende plannetjes op het Zuidafrikaanse Versindaba

De hamvraag die wij, en het Vlaams Letterenfonds in het bijzonder, hier moeten stellen is: waarom een NIEUW blad? De Heer van Adrichem, net 33 jaar geworden, vindt het schijnbaar niet afdoende al hoofdredacteur van twee bladen te zijn. Daar moet nog een blad bijkomen. Er mist nog iets, iets dat een beetje BLINKT, en dat Parmentier met zijn 60 abonnees en de Revisor waar nauwelijks ooit een kip reageert niet bepaald een succes te noemen zijn – dat kun je hem niet aanwrijven, want hij is slechts de leidinggevende. Dat die ‘nieuwe kritiek’ klaarblijkelijk op de Reactor geen ruimte kan vinden, dat daar ‘Een nieuw blad’ voor NODIG is ligt aan het feit dat je op zo’n bestaand blad met VOOROORDELEN te maken hebt. We moeten opnieuw beginnen, met een nieuwe lei. Hoort u ons, Letterenfonds? Knip en plak en de mijnheer met krap twee matige bundeltjes moeten gezamenlijk een DERDE podium hebben, omdat de vorige twee door onverlaten, door schreeuwlelijkerds, onklaar gemaakt zijn. En omdat het geld op is. Zo’n bak subsidie gaat maar een tijd mee. En als je drie blaadjes hebt, kun je ook uit drie potjes eten. Lachen toch!

Het beeld tekent zich langzaam af van een sprinkhanencultuur, die steeds oppervlakkige projecten opzetten, om vervolgens het zinkende schip weer te verlaten en weer iets nieuws op te zetten, gesponsord door de bijna failiette Vlaamse belastingbetaler. Het is de referentiele autoriteit tot-en-met, het slachtoffer als leidinggevende, die van de ene bank naar de andere hopt, overal een puinhoop achterlatende. En niemand kan schijnbaar even de hamvraag stellen: Wie bent u? Waarom wordt aan u belang gehecht? Waarom moet u meer hoofdredacteurschappen hebben dan gepubliceerde bundels? Is dit soort culturele kaalslag waarbij u steeds zelf de ruif leegvreet die eigenlijk voor iedereen bedoeld is – is dat niet juist het grote probleem waar de kunstsector mee te maken heeft? Dat gebrek aan KRITIEK en CONTROLE? Dat niemand eens vraagt ‘waarom moeten diezelfde mannetjes weer een ander blad, en waarom moeten wij daar geld insteken terwijl ze makkelijk gewoon een sectie kunnen maken op hun bestaande site die precies hetzelfde doet?’

Het is een sprinkhanenplaag, deze referentiecultuur. Al deze bemiddelaartjes, literatuurpausjes, knip en plak koningen – ze moeten het veld ruimen. En daarom schreeuw ik hier even, op dit gezellig cultuurpleintje. Occupy poetry!

Brief van Friedrich Nietzsche

Ik kreeg hem gisteren binnen. Friedrich doet dus definitief mee. Goed nieuws voor de literatuur. Lees de brief zelf maar.

Nulnummer Lezen = Lezen

Inmiddels is het abonneebestand gestegen naar 492, wat me een behoorlijk score lijkt in vier dagen. Bezien dat de meeste literaire tijdschriften een abonneebestand hebben van rond de 100, lijkt me dat een hoopvol signaal. Ik hoop en denk het aantal van 1000 abonnees wel minstens te kunnen halen, wat betekent dat de mensen die in ‘Lezen = Lezen’ publiceren tenminste kunnen rekenen op een redelijk breed publiek. Op termijn moet het zeker lukken een bestand van enkele duizenden lezers op te bouwen, als het tenminste een goed blad wordt. En dat wordt het gewoon.

In het nulnummer zullen naar alle waarschijnlijkheid tenminste de volgende auteurs een bijdrage doen: René Schmalschläger, Lotte van Lit, Bart van der Pligt, Koenraad Goudeseune. Willem Thies, Anne Broeksma, Friedrich Nietzsche, Martinus Benders, Lisette Merenciana, Kim Fillée, Maan Leo en Mattijs Deraed. Ik ben nog zoekende, het worden er nog meer. Ik wil een blad maken dat speels en polemisch is, met kwaliteitsliteratuur. Met name wil ik geen blad met van die kunstacademie-essays, waar oude mannen vredig bij in slaap kunnen sukkelen. De actie ‘EEN KWARTJE VOOR BARTJE’ komt erin en ook een uitgebreide UITBURGERINGSCURSUS. Heeft u zich nog niet ingeschreven, hortsik, naar de website, even klikkie doen:

http://www.lezenislezen.nl/

Wie in wil sturen kan kopij sturen naar: kopij@lezenislezen.nl – wij lezen alles, maar de kans dat we iets opnemen is klein!

Schaapjes in wolfskleding

Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven, kent u die uitdrukking? Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven. Ik moest daaraan denken toen ik zag dat Bart F.M. Droog plots, nu het Letterenfonds alleen nog geld geeft aan ‘projecten’ en niet meer aan tijdschriften, zijn oude natte droom weer tot leven zag komen: een enorm archief, met politie-agent Droog in het midden, die de lakens uitdeelt over wie en wat waar en hoe herinnerd moet worden door iedereen.

Wat nu, dacht ik. Waarom zou het Letterenfonds in vredesnaam geld gaan geven aan iemand die het niet eens gelukt is zelf de Wikipedia te halen? Want zo moeilijk is dat toch niet. Elke flapdrol met wat cultureel kapitaal kan er zo in. Waarom moet garnalenpeller Bart droog de chroniqueur der Nederlandse poezie van de laatste honderd jaar worden? Die man heeft zelf nog nooit een fatsoenlijk gedicht weten schrijven. Hij loopt constant in zijn krakerskistjes de Letterenwereld door te commanderen, huisregels hier, relletje daar, het doet me terugdenken aan de tijd dat ik zelf gekraakt woonde. Ik woonde een paar jaar in een gekraakte school tegenover het evoluon. Ook daar hadden we een kraakagent. Mij altijd een raadsel geweest waarom mensen die de ‘gevestigde orde’ ontvluchten vervolgens nog grotere regelneukers worden dan ‘de vijand’. Misselijk word je ervan. Regeltjes, regeltjes, regeltjes, de kraakagentjes worden helemaal gek zonder hun preciare regeltjes. En maar vergaderen, ellenlang vergaderen. Elk gebarsten dakgootje moest een week over vergaderd worden. Ik liet altijd verstek gaan, en was dus de zondebok. Ik was niet politiek correct. Ik gaf niets om de gemeenschap. Beeeeh, beeeeeh. Schaapjes in wolfskleding.

Bart FM Droog de Encyclopedie van de Nederlandse Poezie laten samenstellen dat is de koffiejuffrouw vragen het jaarverslag van de onderneming te schrijven. En een fijne koffiejuffrouw is het niet – het is een hele humeurige koffiejuffrouw, die overal plakkerige koffie morst. Die in de gang steeds staat te roddelen over het personeel. Die hetzes voert – tegen collega Pijpertje en collega Wolfie, bijvoorbeeld.

Het echte probleem is niet het bestaan van de heerschap Droog. Dit soort congierges, koffiejuffrouwen en agentjes bestaan overal en zullen altijd overal blijven bestaan. Er bestaat helaas geen manier op humane wijze van ze af te komen.

Het echte probleem is dat dat Letterenfonds geld dat bedoelt is voor literatuur mogelijkerwijze aan dit soort ‘slimme mannetjes’ met ‘slimme projectjes’ gaat geven. Zodat er een of andere volstrekt nutteloze encyclopedie online staat, waar je over allerlei priegeldichters en nonentiteiten kunt lezen die toch niet meer te krijgen zijn in print, dus wat voor nut het heeft erover te lezen? Mij heeft nog nooit iemand het uit kunnen leggen. Ik vind die Wikipedia pagina als encyclopedie meer dan afdoende.

Inmiddels gaat de polemiek verder tussen Droog en Gerrit Komrij
en heeft Bart besloten de ‘flooding technique’ toe te passen. Zo heet dat wanneer de koffiejuffrouw zoveel plakkerige koffie over je papieren morst dat ze onleesbaar zijn geworden.

Ann de Craemer negeert discussie

Een column van Ann de Craemer waarin ze hetzelfde beweert als vorige keer.

Uiteraard zijn de reacties van van Bastelaere en kornuiten kinderachtig en overtrokken.
Maar belangrijker vind ik dat de Craemer mijn kernargument volstrekt negeert: waarom is het altijd de schuld van de lezer, en niet van de productie?

Is het niet een beetje gemakzuchtig de lezer per definitie weg te zetten als een ‘oppervlakkig wezen’ – dat is de schrijver dan toch ook? Die groeide toch onder precies dezelfde condities op? Die heeft toch wezenlijk hetzelfde aandachtsprobleem? Dat zo’n aandachtsprobleem bestaat valt moeilijk te ontkennen. Maar dat alleen de ‘lezer’ eronder zou lijden en de schrijver gewoon verder gaat met zijn vreselijk diepzinnige en trage poezie: dat mag je de kat wijs gaan maken. De meeste poezie die wordt geschreven is precies even oppervlakkig als de lezers het zijn.

Het is precies die ontkenning die de essentie van het probleem vormt. Er wordt hier gesuggereerd dat er een elite bestaat van diepzinnigen die genegeerd wordt door een oppervlakkig publiek. Anne de Craemer reikte ons ook netjes even de namen aan van deze overgetalenteerden – Sylvie Marie zat er ook weer bij. Nu heb ik die poezie van Syvie Marie genoeg gelezen om te weten dat die noch diepzinnig, noch traag is. Ik vind het het soort oninteressante, oppervlakkige poezie dat je mag verwachten van een zelfgeobsedeerd schoolmeisje dat opgroeit in dit soort tijden. Wellicht heeft ze wel talent, maar komt dat niet uit de verf – hoe dan ook, niet iemand die onderdeel zou moeten uitmaken van iets wat zichzelf een ‘elite’ vindt. En daar wringt natuurlijk precies de lobbyschoen.

We lijken te leven in een tijdperk waar het ene na het andere schoolmeisje met een mooi koppie als bij toverslag een geweldig dichteres blijkt. Wat een ongelofelijke aanwas van talent! Je ruikt er letterlijk de hijgerige adem van de editorsklasse achter. De suikeroompjes die het talent verdelen. Een elite van schoolmeisjes, die ons komen vertellen dat we niet diepzinnig genoeg meer zijn om hun droedels te begrijpen.

En laat ik even voorop stellen: ik neem dat die meisjes dus niet kwalijk. Het probleem zit hem in dat circuit, waar die meisjes alleen een (vaak gewillig) slachtoffer van zijn. En het probleem zit hem in de tandeloosheid van de tegenwoordige kritiek, die tot een hersenloze papegaai is geworden van een ‘algemene consensus’.

DAT is pas echt oppervlakkig, Ann de Craemer. Ga dat niet allemaal op het bordje van de lezer schuiven.

De nieuwe Benders



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de nieuwe dichtbundel van Martijn Benders.

Hoe het kan dat één ongeordende, doorgaande stroom gedichten, op het oog zonder plan of doel, opbouw of richting geschreven, zo kan fascineren is lastig
uit te leggen.


Abe de Vries, De Contrabas

Lees de recensie

Koop de bundel nu!