Voorspel de Turing jury 2012 en win 100 euro!
U leest het goed. Loewak looft 100 euro uit voor de persoon die precies de juiste Turing jurysamenstelling raadt voor de Turingprijs 2012. Enige regel is dat de webmaster ook mee mag gokken. Het gaat om de vaste succesformule: 2 dichters, en 3 bekende nederlanders en een ‘ambassadeur’. Schiet u maar! Gok van ondergetekende:
1. Rob Schouten/Wim Brands/Erik Menkveld
2. David Troch/Sylvie Marie
3. Piet Paulusma
4. Iemand van Oh Oh Cherso
5. De meest goedkoop verkrijgbare popzanger.
Ambassadeur: Ramsey Nasr.
Ik heb inderdaad bij keuze 1 en keuze 2 meerdere namen opgegeven, maar dat komt omdat ik deze namen onderling uitwisselbaar vind, het zijn feitelijk één en dezelfde persoonlijkheid in meerdere verschijningsvormen.
Wie de correcte combinatie raadt krijgt 100 euro en een erevermelding in de ‘Turing 2012 jurykenner’ galerie.
Schiet u maar!
Dichtersbanken: Martijn Benders
Beeldend kunstenaar Hans Mellendijk is bezig met het project ‘Dichtersbankjes’ : Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse collecties te ontsluiten.
Hij heeft nu ook een ‘Martijn Benders model’ gemaakt gebaseerd op mijn gedicht ‘De Maan’:
Mij spreekt de bank, waar we twee ‘moonboots’ met touwen vastgeknoopt in een soort maanvorm zien liggen, erg aan. Hele mooie bank! En het toeval wil dat in mijn nieuwe bundel ook een gedicht staat dat ‘Witte Laarzen’ heet! Dank, Hans! De bank is in Arnhem te zien, maar ik weet niet precies op welke plek.
Awater poezieprijs 2011
Doordat ik de distributie van mijn tweede bundel in eigen handen heb gehouden weet ik precies wie mijn bundel heeft gekocht. Ik kan dus melden dat van de ‘beroepslezers en critici’ welgeteld één ook mijn bundel daadwerkelijk in handen heeft gehad, en dat was Willem Thies, die mijn bundel ook op de lijst zette.
De rest van deze beroepslezers en critici van Awater hebben dus geen flauw benul hoe goed mijn tweede bundel was.
Dat vind ik uiteraard prima, ik zou alleen net als bij Kathleen Ferrier en de VSB prijs die schijn van Universaliteit weghalen, niet langer ‘De beste bundel van 2011′ maar gewoon ‘Wat vonden onze lezers de beste bundel die zij gelezen hebben’. Dat ‘beroepslezers’ zou ik ook niet gebruiken. Het lijkt mij sterk dat deze mensen meer dan drie bundels per jaar lezen, door de bank genomen. Het gros hoor ik nooit over een bundel.
En aangezien mijn bundel een van de best besproken bundels van 2011 was vind ik niet dat je tegelijk ‘beroepslezer’ kunt zijn en dan gewoon de best besproken bundels negeren. Het is het één of het ander.
Beroepslezer? Okee, maar dan dien je ook alles te lezen wat ook maar de schijn van het beste over zich heeft.
Gewone lezer? Prima. Maar doe niet net of je een specialist bent, dan.
Kathleen Ferrier en Ton van ‘t Hof – een rondje onzin
De ultieme vorm van kitsch: een bundel die ‘De beste gedichten van 2011′ heet en dan wordt samengesteld door iemand die schrijft totaal geen verstand van poëzie te hebben. We hebben het over de bundel ‘De beste gedichten van 2011′ samengesteld door CDA politica Kathleen Ferrier, die na protest van een dichter die niet werd opgenomen liet weten:
Ik begrijp uw frustratie, maar misschien kan ik geruststellen door u te laten weten dat mijn keuze echt helemaal niets zegt over de kwalitiet van uw poezie.
Prima, natuurlijk, maar kan die titel dan aangepast worden naar ‘De Poeziekeuze van Kathleen Ferrier’?
Het is typisch voor het huidige tijdsgeest: men heeft slechts nog een smaakje, men wil of durft geen autoriteit te zijn, maar de oude ‘universaliteit’ blijft dwingend op de achtergrond aanwezig. Resultaat: de beste gedichten van 2011 samengesteld door iemand die beweert geen autoriteit te hebben.
Dat slaat natuurlijk als een tang op een varken. Ook van mij is een gedicht in dat boek opgenomen. Een van de zwakkere gedichten uit de bundel, overigens, zo’n beetje het enige gedicht waarin Kathleen een religieus motief dacht te kunnen ontwaren.
Aan de andere maar eigenlijk dezelfde kant van het spectrum, we draaien even 360 graden, staat Ton van ‘t Hof weer te reutelen over ‘kwaliteit die niet bestaat’ terwijl hij wel op luide toon moet laten weten Baudelaire, Wigman en Seidel niet te pruimen. Precies dezelfde boodschap: kwaliteit bestaat niet, alles is maar een smaakje, autoriteit is het probleem en consumeer-egalisme is de oplossing. Van die uiterst hypocriete instelling van van ‘t Hof heb ik in het verleden al eens gehakt gemaakt, met een stuk dat hij vierkant negeerde. Als kwaliteit daadwerkelijk niet bestaat is duiding van poezie onmogelijk en is het volstrekt zinloos een smaak te hebben. Het is nihilisme in zijn meest abjecte en banale vorm.
De nieuwe elite. Nu met een nog vernieuwender verpakking. Leurend met de onderbuik, de Contrabas. Nou ja, zelfs van zo’n kerel kun je wel wat leren. Dankzij Ton begreep ik dat het uitgeven van gratis eboeken totaal zinloos is. Nu we het er toch over hebben: al die internetbots die als bezoekeraantallen worden opgevoerd: kunnen we eens naar een kijkcijfermodel toe voor internet? Dat een pagina 1000 bezoekers per dag heeft betekent niets, als al die bezoekers hem met een dikke onvoldoende waarderen.
Niet dat zo’n kijkcijfer iets zegt over ‘kwaliteit’ – die illusie koester ik niet. Maar het lijkt me wel gezond om de pagina’s met afgehakte koppen niet als de meest populaire en subsidiabele van het internet in de boeken te laten verdwijnen.
Menno Wigman over Frederick Seidel
Dichter Menno Wigman is de nieuwe gastschrijver op Tirade, en hij opent met een mooi stuk over de Amerikaanse dichter Frederick Seidel, eindelijk weer eens iemand die een interessante naam weet op te diepen van overzee:
Lees het stuk van Menno Wigman
….want om elke keer de mantra Ashbery, Ohara, Koch en Spicer te horen, allemaal hele goede dichters, zeker, maar een mens wil ook wel eens een nieuwe naam ontdekken. Dat lijkt me toch een beetje de functie van zo’n literair blad, nietwaar?
Dankzij Menno’s stuk weet ik wiens oeuvre ik voor deze zomer in ga slaan. Wel meer boeken, natuurlijk, ik koop elk jaar zo’n 15 boeken waarvan ik verwacht dat ze me enorm zullen bevallen. Meer dan 15 boeken per jaar trek ik niet – ik ben een traag lezer, en absorbeer liefst het hele werk, in vluchtig lezen geloof ik niet zo.
Mijn oordeel over wat aan te kopen is niet altijd onfeilbaar – er zitten elk jaar wel 1 of 2 boeken bij die me echt niks doen, maar in het gros van de gevallen zijn het boeken die me heel erg goed bevallen.
De boeken die me dit jaar echt niks deden was het verzamelde werk van de Bulgaarse dichteres Blaga Dimitrova – hele oppervlakkige, meditatieve poezie met een clou steeds, heel moralistisch, precies het soort poezie dat ik zelf probeer te vermijden, geen goede aankoop – en De verzamelde gedichten van Deszo Tandori, een Hongaarse postmoderne dichter die ik verschrikkelijk saai vond. Hij schijnt in Hongarije zelf ook omstreden te zijn, en dat begrijp ik wel na het lezen van dit werk.
Maar goed ik kijk uit naar het werk van Seidel. Nu Wigman er blogt ga ik eens vaker weer Tirade lezen. Ik heb dat altijd zo’n eigenaardige naam voor een blad zonder enige polemische inhoud gevonden. Je zou denken, met zo’n naam – laat het eens lekker vlammen daar!


Commentaar