poezie

Alles over Nederlandse en internationale poëzie

Het papier en het internet hebben elkaar hard nodig

Dit mocht van beroepsloser Bart Droog niet op de Contrabas blijven staan:

“Dat lijkt me nou typisch weer zo’n ondoordacht ‘Adriaan van Adrichem’ stellinkje. Waar hij leest dat ‘papieren en digitale wereld elkaar heel hard nodig hebben’ lees ik vooral de zin ‘omdat ik liefst subsidie krijg voor twee media vind ik dat wat mij betreft deze media elkaar hard nodig hebben, maar vooral ook mij nodig hebben als intermediair’.

Dat proces heet ‘begrijpend lezen’, je leest dan de daadwerkelijke intenties uit een tekst op in plaats van het poseuristische van de tekst voor waar aan te nemen. Want laten we even wel wezen: ‘het papier en het digitale hebben elkaar nodig’ is bepaald geen filosofische stelling of zelfs maar essaymateriaal.

Het is kruidenierspraat over de voorraad.”

Uiteraard hebben ‘digitaal en papier’ elkaar niet nodig, en noch ‘versterken’ zij elkaar: wie een ebook koopt heeft geen behoefte meer aan de papieren versie en vice versa. Zij vullen elkaar aan, ach, nou en, welk schrijver gaat aan zo’n flinterdun wissewasje nou een artikel van 1000 woorden wijden? Nou, iemand die per woord betaald wordt, en verder niets te melden heeft.

Goede voornemens en beste wensen van Loewak!

Beste bezoeker!

Loewak wenst u een voorspoedig 2012 toe, ondanks de nogal opdringerige en deels ook fictieve crisis die ons maar ten wille van een nieuw machtsblok wordt aangesmeerd.

Mijn goede voornemen is mijn online activiteit tot Loewak beperken – bent u een Bendershater, wees gerust: al uw poezieroddelsites maken nu onderdeel uit van mijn hosts file, dus ik kan uw sites niet eens meer lezen. Van mij zult u geen last meer hebben, gaat gerust uw gang met uw vernieuwing, met uw boekloze verschoppelingen, met uw apenheuveltjes en uw subsidiepraatjes. Slurp het allemaal maar lekker op, en hang maar de revolutionair uit met andermans woorden: mijn aandacht heeft u niet langer.

Nee, wij gaan ons eens concentreren op een echt boekwerk, de plannen voor Wôld, Wôld, Wôld! beginnen serieus vorm te krijgen. Wôld, Wôld, Wôld! wordt nadrukkelijk niet slechts een dichtbundel maar een soort gesamtkunstwerk. Het boek zal naar schatting tussen de 350 en 400 pagina’s groot worden en ik zit momenteel op ongeveer 40% voltooing in fase twee van het scheppingsproces. Na die twee proefbundeltjes wordt het tijd eens een lijviger werk te schrijven en ik hoop dat in 2012 te mogen voltooien.

Alle aangekondigde plannen zullen worden verwezenlijkt. Het blad ‘Lezen = Lezen’ dat inmiddels rond de 700 abonnees heeft zal waarschijnlijk in Februari het eerst verschijnen.

Ook de aangekondigde muziekplaat zal er komen. Ik werk nog steeds dagelijks aan stukken en aan mijn muzikale capaciteiten. Het idee is 16 tracks te maken die ik muzikaal goed vind en daarna tekst en zang erbij te maken. Hier alvast een basistrack die ik gister maakte:

Raptrack27 by Genus Pongo

Hans van Willigenburg over Benders en ‘Willem’

Hans van Willigenburg schreef vandaag onverwacht op zijn weblog een stuk over mij en mijn twee bundels. Ik citeer:

Meer nog dan van de polemist houd ik van de dichter Benders. In zijn magistrale gedichten schuilt zijn ware kracht. Ik zie een belhamel aan het werk, een enthousiaste jongen die in elke boom klimt met geen ander doel dan hem op de kortst mogelijke termijn neer te halen (maar dan wel met rukken waar je ademloos naar kijkt). Deze inzet doet me denken aan Lucebert, die ooit, net als Benders, met een ogenschijnlijk vrolijk-destructieve missie de poëticale arena betrad.

Het hele stuk is hier te lezen

Ik ben me er overigens natuurlijk van bewust dat veel mensen me irritant vinden. Of ik dat ook daadwerkelijk ben vind ik een andere vraag. Mensen ervaren dat zo, waarschijnlijk omdat ik nogal dominant aanwezig ben. Een van mijn goede voornemens dit jaar is dan ook me volledig tot Loewak te beperken qua publieke uitingen en de rest over te laten aan de wissewasjes die aldaar vanaf heden ongeremd kunnen doen alsof ze iets in de lauwe melk te brokkelen hebben.

Geen Benders meer dus op CB, en al helemaal niet op Ooteoote of elders.
Wel op facebook, maar daar ben ik slechts nog met een handvol schrijvers bevriend. Ook het ontvrienden was overigens mijn initiatief. De irritatie is dus wederzijds, zeg maar!

Uitgeverij Loewak presenteert: 50 eeuwen Nederlandstalige poezie

Nog een uitgave die staat gepland voor 2012:

Resistance is futile. Meet your subsidieborg. The future of Dutch Letters.

Gerrit Komrij stelde op zijn facebook profiel een filosofische vraag. ‘Als mensen het woord ‘vernieuwing’ gebruiken WAT wordt er dan precies vernieuwd? Er volgde een ellenlange discussie waarin uiteraard ook Arnoud van Adrichem zijn steentje kwam bijdragen.

Gerrits vraag is natuurlijk relevant. En al even relevant is van Adrichems antwoord: vernieuwing is volgens hem vooral technologische vooruitgang. Een rastechnocraat, dus.

Dat blijkt ook wel uit zijn poezie, waarin hij de lezer als een BORG toespreekt. U moet dit. U vindt dat. U vindt formuleren in de gebiedende wijs zeer poetisch. U zult vernieuwd worden.

De mooiste faux pas komt wel mijn oud-redacteur Jasper Henderson toe, die in de poeziekrant poogt te betogen dat OMDAT de debuutbundel VIS zeer wisselend werd ontvangen hier wel sprake moest zijn van interessante poezie.

Zo lust ik er nog wel een paar.

In de recensies van van Adrichems werk duikt angstvallig vaak het woord ‘vernieuwend’ op. De ene na de andere recensent verklaart als een bekeerde Paulus dat we hier te maken hebben met de nieuwe verlosser in eigen persoon, met de vleesgeworden vernieuwing. Maar gek genoeg is er geen één recensent die ook even verklaart wat er dan precies zo vernieuwend is aan die poezie van van Adrichem – hebben die mensen dan echt nog nooit gehoord van Agit Prop? Menen zij nu echt serieus dat er nooit poezie is geweest die bestaat uit louter reclameboodschappen? Hebben zij dan niet het kunsthistorische bewustzijn om te weten dat zulks in kunstcontreien vooral in de jaren 80 erg gangbaar was en dat ook in de literatuur rond die tijd de Agit Prop welig tierde, sterker nog sloganesque poezie is zo oud als methusalem. Ontbreekt bij al die recensenten dus wellicht het literair-historische besef om werken uberhaupt te kunnen duiden? Daar lijkt het toch wel verdacht veel op.

Bij Van Adrichem zelf ontbreekt dat besef natuurlijk niet – en vandaar dat hij zich op zo’n gigantisch bekrompen tunneldefinitie van ‘vernieuwing’ concentreert: voor hem is de vernieuwing ‘de technologische vooruitgang’. De Gadget-avantgarde. Altijd bereid de nieuwste snufjes op poezietterrein aan u te verkopen. Resistance is futile. Eerst definieer je de realiteit tot een tunnelvorm, en dan ga je zelf aan het einde van die tunnel staan. Meet your creator.

“A poet whose inventiveness and incisiveness is architectural in its care – witty, adventurous, circuitous and at ease with its own intelligence, the work of Arnoud van Adrichem, one of the most remarkable poets and critics Holland has produced in the last decade, stands as an example of how international traditions, multiple languages and a shift in political culture, will not waylay a brilliant poet from writing brilliant poetry. (…) It is hard to look past Arnoud van Adrichem as a fundamental part of the future of Dutch letters.” staat op de website van Arnoud van Adrichem te lezen.

Ook op andere terreinen boeken de Borgs grote vooruitgang. Thomas van der Dunk belicht in een goed stuk op de Volkskrant de procedure rond de benoeming van Donner:

Lees ‘De Onderkoning van Den Haag’

Ook hier weer die stereotiepe ‘Borgesque’ autoriteitsdefinitie: verzet is zinloos. Men neemt niet eens de moeite meer om de hele procedure geloofwaardig te laten lijken, wat eigenlijk de essentie van propaganda is: men heeft schijnbaar die propaganda niet meer nodig.

Juist dat is het typische van de afgelopen 12 jaar – die ont-propagandisering – en juist daarom is van Adrichem met zijn Propagandapoezie juist verschrikkelijk ouderwets en helemaal niet aangesloten op de tijdsgeest: want dan had onze jonge bejaarde wel een poezievorm weten verzinnen die de essentie van het huidige tijdsgewricht liet zien, en dat is dus juist niet die propaganda. In de jaren 80. toen was Agit Prop relevant, in de hoogtijdagen van de kapitalistische propagandamachine. Juist daarom was Laibach toen precies op zijn plek. Juist daarom maakt Laibach nu geen Agit Prop meer. Die mensen zijn namelijk daadwerkelijk intelligent.

Natuurlijk interesseert het mij persoonlijk geen zier of iets wat ik schrijf ‘vernieuwend’ is. Net als dat Tonnus Oosterhoff of enig ander dichter een millimeter zal weten boeien – Tonnus maakt die nogal belegen flashfilmpjes vast niet vanuit het idee dat hij perse vernieuwend moet zijn, en dat hoeft ook helemaal niet – we zitten immers niet in een productenwedloop – die hele kapitalistische vernieuwingswedloop heeft echt geen zier met kunstproductie te maken.

De nieuwe autoriteit, waarvan van Adrichem een exponent is, heeft echter zoals van der Dunk opmerkt in de Volkskrant, sterk dictatoriale trekjes. Ook een zekere cultuurhaat tref je in zulke contreien aan – bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich uitdrukken naar de oude autoriteiten. ‘Pas je wel even op je Hart, Gerrit’ schreef van Adrichem laatdunkend op Facebook. Waarom denkt een man die krap twee boekjes geschreven heeft zich zo laatdunkend te kunnen opstellen tegen iemand die stilistisch ver boven hem uitsteekt? Omdat Gerrit niet in de tunnel past. Die tunnel met de stropdasachtige schaduw op het einde.

De Donnertunnel. With the Future of Dutch Letters.

Autofeliciterende weblogs en het glibberneusje van Barnard

Als ik het allemaal goed begrijp:

lees het hier maar

is dus de rel dat er niet echt een rel was maar dat er wel weblogs opgevuld dienden worden. Over autofelicitatie gesproken.

Dat Oosterhoff die prijs kreeg is niet meer dan terecht. Ik zie zelf weinig alternatieven. Dat heeft verder niets te maken met het punt dat ik maakte over de nogal monotone juryvulling – ook een old boys netwerk kiest wel eens een juiste naam.

Dat nogal dommige gezwatel van die aartsconservatieve aansteller Benno Barnard – Hersenmutor is juist een schitterend woord, en helemaal geen ‘flauwiteit’ – je moet wel het poeziegevoel van een paniekere schaamluis hebben om met zulke slappe kritiek te komen aankakken. Barnard heeft nooit, maar dan ook nooit, op een letter kritiek gereageerd – hij heeft zich als een blinde mol ingegraven in de valse zekerheden van het verleden, en steekt alleen af en toe zijn glibberige neusje boven zijn eigen hoop uit om te ruiken naar welke richting hij nu weer een bedompt tunneltje zal moeten graven.