Resistance is futile. Meet your subsidieborg. The future of Dutch Letters.
Gerrit Komrij stelde op zijn facebook profiel een filosofische vraag. ‘Als mensen het woord ‘vernieuwing’ gebruiken WAT wordt er dan precies vernieuwd? Er volgde een ellenlange discussie waarin uiteraard ook Arnoud van Adrichem zijn steentje kwam bijdragen.
Gerrits vraag is natuurlijk relevant. En al even relevant is van Adrichems antwoord: vernieuwing is volgens hem vooral technologische vooruitgang. Een rastechnocraat, dus.
Dat blijkt ook wel uit zijn poezie, waarin hij de lezer als een BORG toespreekt. U moet dit. U vindt dat. U vindt formuleren in de gebiedende wijs zeer poetisch. U zult vernieuwd worden.
De mooiste faux pas komt wel mijn oud-redacteur Jasper Henderson toe, die in de poeziekrant poogt te betogen dat OMDAT de debuutbundel VIS zeer wisselend werd ontvangen hier wel sprake moest zijn van interessante poezie.
Zo lust ik er nog wel een paar.
In de recensies van van Adrichems werk duikt angstvallig vaak het woord ‘vernieuwend’ op. De ene na de andere recensent verklaart als een bekeerde Paulus dat we hier te maken hebben met de nieuwe verlosser in eigen persoon, met de vleesgeworden vernieuwing. Maar gek genoeg is er geen één recensent die ook even verklaart wat er dan precies zo vernieuwend is aan die poezie van van Adrichem – hebben die mensen dan echt nog nooit gehoord van Agit Prop? Menen zij nu echt serieus dat er nooit poezie is geweest die bestaat uit louter reclameboodschappen? Hebben zij dan niet het kunsthistorische bewustzijn om te weten dat zulks in kunstcontreien vooral in de jaren 80 erg gangbaar was en dat ook in de literatuur rond die tijd de Agit Prop welig tierde, sterker nog sloganesque poezie is zo oud als methusalem. Ontbreekt bij al die recensenten dus wellicht het literair-historische besef om werken uberhaupt te kunnen duiden? Daar lijkt het toch wel verdacht veel op.
Bij Van Adrichem zelf ontbreekt dat besef natuurlijk niet – en vandaar dat hij zich op zo’n gigantisch bekrompen tunneldefinitie van ‘vernieuwing’ concentreert: voor hem is de vernieuwing ‘de technologische vooruitgang’. De Gadget-avantgarde. Altijd bereid de nieuwste snufjes op poezietterrein aan u te verkopen. Resistance is futile. Eerst definieer je de realiteit tot een tunnelvorm, en dan ga je zelf aan het einde van die tunnel staan. Meet your creator.
“A poet whose inventiveness and incisiveness is architectural in its care – witty, adventurous, circuitous and at ease with its own intelligence, the work of Arnoud van Adrichem, one of the most remarkable poets and critics Holland has produced in the last decade, stands as an example of how international traditions, multiple languages and a shift in political culture, will not waylay a brilliant poet from writing brilliant poetry. (…) It is hard to look past Arnoud van Adrichem as a fundamental part of the future of Dutch letters.” staat op de website van Arnoud van Adrichem te lezen.
Ook op andere terreinen boeken de Borgs grote vooruitgang. Thomas van der Dunk belicht in een goed stuk op de Volkskrant de procedure rond de benoeming van Donner:
Lees ‘De Onderkoning van Den Haag’
Ook hier weer die stereotiepe ‘Borgesque’ autoriteitsdefinitie: verzet is zinloos. Men neemt niet eens de moeite meer om de hele procedure geloofwaardig te laten lijken, wat eigenlijk de essentie van propaganda is: men heeft schijnbaar die propaganda niet meer nodig.
Juist dat is het typische van de afgelopen 12 jaar – die ont-propagandisering – en juist daarom is van Adrichem met zijn Propagandapoezie juist verschrikkelijk ouderwets en helemaal niet aangesloten op de tijdsgeest: want dan had onze jonge bejaarde wel een poezievorm weten verzinnen die de essentie van het huidige tijdsgewricht liet zien, en dat is dus juist niet die propaganda. In de jaren 80. toen was Agit Prop relevant, in de hoogtijdagen van de kapitalistische propagandamachine. Juist daarom was Laibach toen precies op zijn plek. Juist daarom maakt Laibach nu geen Agit Prop meer. Die mensen zijn namelijk daadwerkelijk intelligent.
Natuurlijk interesseert het mij persoonlijk geen zier of iets wat ik schrijf ‘vernieuwend’ is. Net als dat Tonnus Oosterhoff of enig ander dichter een millimeter zal weten boeien – Tonnus maakt die nogal belegen flashfilmpjes vast niet vanuit het idee dat hij perse vernieuwend moet zijn, en dat hoeft ook helemaal niet – we zitten immers niet in een productenwedloop – die hele kapitalistische vernieuwingswedloop heeft echt geen zier met kunstproductie te maken.
De nieuwe autoriteit, waarvan van Adrichem een exponent is, heeft echter zoals van der Dunk opmerkt in de Volkskrant, sterk dictatoriale trekjes. Ook een zekere cultuurhaat tref je in zulke contreien aan – bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich uitdrukken naar de oude autoriteiten. ‘Pas je wel even op je Hart, Gerrit’ schreef van Adrichem laatdunkend op Facebook. Waarom denkt een man die krap twee boekjes geschreven heeft zich zo laatdunkend te kunnen opstellen tegen iemand die stilistisch ver boven hem uitsteekt? Omdat Gerrit niet in de tunnel past. Die tunnel met de stropdasachtige schaduw op het einde.
De Donnertunnel. With the Future of Dutch Letters.
Autofeliciterende weblogs en het glibberneusje van Barnard
Als ik het allemaal goed begrijp:
is dus de rel dat er niet echt een rel was maar dat er wel weblogs opgevuld dienden worden. Over autofelicitatie gesproken.
Dat Oosterhoff die prijs kreeg is niet meer dan terecht. Ik zie zelf weinig alternatieven. Dat heeft verder niets te maken met het punt dat ik maakte over de nogal monotone juryvulling – ook een old boys netwerk kiest wel eens een juiste naam.
Dat nogal dommige gezwatel van die aartsconservatieve aansteller Benno Barnard – Hersenmutor is juist een schitterend woord, en helemaal geen ‘flauwiteit’ – je moet wel het poeziegevoel van een paniekere schaamluis hebben om met zulke slappe kritiek te komen aankakken. Barnard heeft nooit, maar dan ook nooit, op een letter kritiek gereageerd – hij heeft zich als een blinde mol ingegraven in de valse zekerheden van het verleden, en steekt alleen af en toe zijn glibberige neusje boven zijn eigen hoop uit om te ruiken naar welke richting hij nu weer een bedompt tunneltje zal moeten graven.
Tonnus Oosterhoff wint P.C. Hooft-prijs
….en schijnbaar moet iedereen daar wat van vinden. Nou, ik vind Oosterhoff bij vlagen een goed dichter.
Dat hij die prijs kreeg vind ik prima. Beter hij dan die schimmige halftalenten die Breukers op zijn weblog noemt. Dat er vervolgens hele volksstammen koetje koetje boe meelopers weer met wierook gaan staan zwaaien moeten we dan maar op de koop toenemen. Ik zeg overigens ‘bij vlagen’ omdat ik veel van Oosterhoff ook bepaald niet sterk vind. Ik ben bijvoorbeeld totaal geen fan van die ‘geanimeerde gedichten’ van hem. Ik heb eerlijk gezegd een bloedhekel aan dat soort ‘geanimeerde poezie’ die alles voor je wil voorkauwen: hoe snel je mag lezen, wat je mag lezen, waar je heen mag klikken……ik vind het verschrikkelijk.
Ik ben trouwens ook helemaal niet zo’n fan van Leopold. Maar ik heb van Oosterhoff zeker wel ook hele sterke gedichten gelezen. Als persoonlijkheid ben ik echter niet zo’n fan van de man. Ik vind mensen die autoriteitsposities bekleden, bewierookt worden en daarbij altijd zwijgen vooral irritant. Het slachtoffer als autoriteit, daar heb ik helemaal niks mee. En lang niet alles van Oosterhoff is vernieuwend – die geanimeerde poezie vind ik eigenlijk zo’n beetje wel het meest achterhaalde wat je tegenwoordig nog kunt doen.
Hagjes en bangmakers
Kamiel Verwer is poetisch boos, op Ooteoote, en schrijft er een polemisch gedicht over:
tongelend weggaan jou doorstaan jou,
egotaire winter.
voortuingordijntjesrozenschaar
stoepvegend en de rekening netjes betalen
de meters worden afgelezen
en dan die frons
Hemel, Aarde, Koperen Deurknop – Sándor Csoóri
Hemel, Aarde, Koperen Deurknop
Gekke nacht vol dromen. Ik sla aan.
Onhandig grijp ik naar woorden,
of ik in flarden water naar schuim grijp, naar
in het duister drijvend wrakhout.
Hemel, aarde, koperen deurknop – ik bid niet maar mummel
alleen nog tot mezelf
en dan zie ik plots mijn moeder achter de woorden:
ze opent de koperen deurknop van de keuken,
een keteltje water met perenboom bloesem in haar hand
en de hele opgewekte lucht is plots krasloos.
En dan het bijtje dat gelijk met haar over de drempel komt
in een doorzichtig gouden hemd.
Oh, spiegelende dromen en woorden: hoe zou ik niet
kunnen geloven dat ik weer voor mijn jonge moeder sta,
hier, op deze keukentegel?
Sándor Csoóri – Vertaling Martijn Benders,
gebaseerd op een vertaling van Len Roberts.
Uitgaves van Uitgeverij Loewak in 2012
Gooi maar vast wat dartpijltjes in uw Google-agenda: voor 2012 staan de volgende uitgaves op til van Uitgeverij Loewak:
1. Lief – een bundel met 50 gedichten
2. Lief – een bundel met 50 gedichten
3. Verses van Herman Gorter in het Engels vertaald
4. Fuck Dela – een bundel met 100 gedichten
5. Opening van een kunstgalerie met 100 schilderwerken van Martinus Benders
6. CD met electronische muziek.
7. Literair blad ‘Lezen = Lezen’
Uitgeverij Loewak bewijst hiermee een van de meest actieve en vernieuwende uitgeverijen te zijn in het Nederlands taalgebied. Nadere details over deze projecten volgen nog.
Commentaar