polemiek

polemische geschriften

Het Turing fiasco 2011

Incompetent bestuur kan zichzelf vervangen, kent u die uitdrukking? Ik moest daaraan denken toen de Turing, na twee jaar verlies te hebben gedraaid ondanks een ton inkomsten, dit jaar weer op een totaal fiasco uitliep. Al weken voor de daadwerkelijke finale waren ditmaal de namen bekend van dichters die in de Top 100 staan. Dit treedt uiteraard alle Turing principes met de voeten – immers, het praatje was dat door anonimiteit er een onbevooroordeeld en vriendjespolitiek-vrij oordeel geveld zou worden. Niet dus. De namen blijken wel degelijk van tevoren bekend. Natuurlijk, er zal weer een sjofele pluchezitter uit zijn huisje in de Ardennen gefloten worden die even komt uitleggen dat het allemaal een foutje was. Van de software, natuurlijk. Niks zo lekker om de schuld op te vangen dan de software. Vorig jaar was het ook de software die veroorzaakte dat beoordelingen werden omgedraaid: iedereen die niet door was kreeg toen te horen dat hij door was, en iedereen die door was dat hij niet door was.

In deze editie blijkt dat de namen van inzenders bekend zijn bij de mensen die betrokken zijn bij het radioprogramma. En laten dat nou net de juryleden zijn. ‘Foutje’ mijn reet dus, het is gewoon een gecorrumpeerde fopwedstrijd. Ik geloofde vorig jaar al niet dat het toeval was dat ‘s lands meest geliefde dichtleraar op de eerste plaats eindigde. RIP de Turing, het begon als een aardig idee, een idee dat door grote incompetentie om zeep is geholpen. Tijd om een Nout Wellinkje te doen, jongens, even de eigen bestuurscultuur evalueren en dan volgend jaar als David Troch in de jury zit weer lekker hertjes eten. En misschien spelen ze de volgende editie wel kiet! Misschien!

Hoge en lage cultuur

Wat ik altijd zo ergerlijk vind aan discussies waarbij de termen ‘hoge en lage cultuur’ opduiken is niet de terminologie – dat ‘het hogere’ en ‘het lagere’ bestaat lijkt me nogal wiedes. Nee, wat ik daadwerkelijk ergerlijk vindt is juist die neiging hiermee een gemeenplaats te scheppen: dat een heel vakgebied tot ‘hogere cultuur’ wordt uitgeroepen door belanghebbenden en andere vakgebieden tot ‘lagere cultuur’. Ziet men het verschil niet? Ik hou best van klassieke muziek. Ik hou best van popmuziek. Ik hou best van levensliederen. Maar in elk van deze gebieden tref ik elementen aan die ik als ‘hoge cultuur’ waardeer en andere die ik als ‘lage cultuur’ zie. Ik vind het juist enorm bedenkelijk om vakgebieden tegen elkaar af te zetten: maar in de praktijk zie je dat dat juist is wat bedoelt wordt als men het over ‘hoge en lage cultuur’ heeft. Dat je bijvoorbeeld ‘elementen uit lage cultuur’ in je poezie verwerkt zou hebben omdat je een citaat uit de popmuziek hebt gebruikt. Hoe nu, leven we plots in een kastenmaatschappij? De hele popmuziek is lage cultuur? Waarom? Waarom is de muziek van Prince minder geraffineerd dan de muziek van Cage? Dat mag best eens iemand me pogen uit te leggen. Tot dusverre is er nog nooit iemand die de poging gewaagd heeft. En toch blijft het onderscheid maar terugkomen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is om appels met peren te vergelijken.

Ik maak nu al een jaar of twee als hobby muziek. Ik werk er elke dag een anderhalf uur aan. Zo hoop ik mijn skills steeds te verbeteren en zodra de tijd rijp is eens met een goede plaat te komen. En ik kan jullie verzekeren, nu ik ook mastering en producing doe, dat een doorsnee Abba nummer een meesterwerk is qua productie. Deze onzichtbare kunst van het masteren en produceren is minstens net zo ingewikkeld of misschien wel ingewikkelder dan het muziek maken zelf. Wat mij enorm tegenstaat in moderne muziek is dat alle mastering een standaardformule lijkt te zijn geworden: geen handwerk, maar plugin, draaien maar en klaar. Dat hoor je gewoon. Alles is standaard gemaximaliseerd. Dat is echt geen kunst. Die masterings van Abba, dat is verdomme vakwerk. Onzichtbaar vakwerk. Hoge cultuur binnen wat enkele sufkoppen als ‘lage cultuur’ zouden bestempelen. Vaak lui die nog geen dag in hun leven gewerkt hebben.

Lage cultuur is alles binnen een bepaald vakgebied dat niet aan hoge normen kan voldoen. In de poezie is bijna alles ‘lage cultuur’ en slechts een paar uitzonderingen ‘hoge cultuur’. Hoe je dat precies definieert is een kwestie van waar en hoe hoog je de lat legt.

Leg je de lat bijna op de grond, zoals je op websites als De Contrabas, OOTEOOTE en De Gids ziet, dan is het inderdaad heel makkelijk om je hele vakgebied tot ‘hoge cultuur’ te verklaren. Er zullen echter buiten je vriendjes uit hetzelfde vak weinig mensen zijn die daarvan onder de indruk raken.

Het ego te groot voor zijn plekje

Het is officieel een trend. Na de schlemiel als schrijver (recentelijk gesignaleerd) en de schlemiel als volkszanger
( zie hier en hier) en de schlemiel als politicus ( zie hier) is het nu ook in vormgeversland ultrahip om een schlemiel in te zetten:

Of heeft Nasr gewoon een te groot ego om op zijn plek te blijven? Arme Frank. Op de Turingposter deed Nasr ook al alsof zijn hoofd belangrijker was dan de wedstrijd. En ook daar zo’n grafisch lelijke kop en het soort tenenkrommend domme experimentalisme waaraan je een ware beginner herkent. Zou nieuwe Hoofdredacteur Edwin Fagel een spoedcursus photoshop aan het doen zijn? Franks halve hoofd knippen we er gewoon lekker af. Ook die verdeling van zwart wit foto’s en kleurenprotretten mag best arbitrair. Heel gewaagd allemaal! Voor wie nog durft te beargumenteren dat hier sprake is van ‘experimentalisme’: let ook vooral op het feit dat de afstand tussen rand en foto bij Menno Wigman niet dezelfde afstand is als bij de foto bovenaan.

Awater poezieprijs 2011

Doordat ik de distributie van mijn tweede bundel in eigen handen heb gehouden weet ik precies wie mijn bundel heeft gekocht. Ik kan dus melden dat van de ‘beroepslezers en critici’ welgeteld één ook mijn bundel daadwerkelijk in handen heeft gehad, en dat was Willem Thies, die mijn bundel ook op de lijst zette.

De rest van deze beroepslezers en critici van Awater hebben dus geen flauw benul hoe goed mijn tweede bundel was.

Dat vind ik uiteraard prima, ik zou alleen net als bij Kathleen Ferrier en de VSB prijs die schijn van Universaliteit weghalen, niet langer ‘De beste bundel van 2011′ maar gewoon ‘Wat vonden onze lezers de beste bundel die zij gelezen hebben’. Dat ‘beroepslezers’ zou ik ook niet gebruiken. Het lijkt mij sterk dat deze mensen meer dan drie bundels per jaar lezen, door de bank genomen. Het gros hoor ik nooit over een bundel.
En aangezien mijn bundel een van de best besproken bundels van 2011 was vind ik niet dat je tegelijk ‘beroepslezer’ kunt zijn en dan gewoon de best besproken bundels negeren. Het is het één of het ander.

Beroepslezer? Okee, maar dan dien je ook alles te lezen wat ook maar de schijn van het beste over zich heeft.

Gewone lezer? Prima. Maar doe niet net of je een specialist bent, dan.

Kathleen Ferrier en Ton van ‘t Hof – een rondje onzin

De ultieme vorm van kitsch: een bundel die ‘De beste gedichten van 2011′ heet en dan wordt samengesteld door iemand die schrijft totaal geen verstand van poëzie te hebben. We hebben het over de bundel ‘De beste gedichten van 2011′ samengesteld door CDA politica Kathleen Ferrier, die na protest van een dichter die niet werd opgenomen liet weten:

Ik begrijp uw frustratie, maar misschien kan ik geruststellen door u te laten weten dat mijn keuze echt helemaal niets zegt over de kwalitiet van uw poezie.

Prima, natuurlijk, maar kan die titel dan aangepast worden naar ‘De Poeziekeuze van Kathleen Ferrier’?
Het is typisch voor het huidige tijdsgeest: men heeft slechts nog een smaakje, men wil of durft geen autoriteit te zijn, maar de oude ‘universaliteit’ blijft dwingend op de achtergrond aanwezig. Resultaat: de beste gedichten van 2011 samengesteld door iemand die beweert geen autoriteit te hebben.

Dat slaat natuurlijk als een tang op een varken. Ook van mij is een gedicht in dat boek opgenomen. Een van de zwakkere gedichten uit de bundel, overigens, zo’n beetje het enige gedicht waarin Kathleen een religieus motief dacht te kunnen ontwaren.

Aan de andere maar eigenlijk dezelfde kant van het spectrum, we draaien even 360 graden, staat Ton van ‘t Hof weer te reutelen over ‘kwaliteit die niet bestaat’ terwijl hij wel op luide toon moet laten weten Baudelaire, Wigman en Seidel niet te pruimen. Precies dezelfde boodschap: kwaliteit bestaat niet, alles is maar een smaakje, autoriteit is het probleem en consumeer-egalisme is de oplossing. Van die uiterst hypocriete instelling van van ‘t Hof heb ik in het verleden al eens gehakt gemaakt, met een stuk dat hij vierkant negeerde. Als kwaliteit daadwerkelijk niet bestaat is duiding van poezie onmogelijk en is het volstrekt zinloos een smaak te hebben. Het is nihilisme in zijn meest abjecte en banale vorm.

Lees hier maar

De nieuwe elite. Nu met een nog vernieuwender verpakking. Leurend met de onderbuik, de Contrabas. Nou ja, zelfs van zo’n kerel kun je wel wat leren. Dankzij Ton begreep ik dat het uitgeven van gratis eboeken totaal zinloos is. Nu we het er toch over hebben: al die internetbots die als bezoekeraantallen worden opgevoerd: kunnen we eens naar een kijkcijfermodel toe voor internet? Dat een pagina 1000 bezoekers per dag heeft betekent niets, als al die bezoekers hem met een dikke onvoldoende waarderen.

Niet dat zo’n kijkcijfer iets zegt over ‘kwaliteit’ – die illusie koester ik niet. Maar het lijkt me wel gezond om de pagina’s met afgehakte koppen niet als de meest populaire en subsidiabele van het internet in de boeken te laten verdwijnen.

Paul van Seters, hoogleraar globalisering

Heeft u er ooit van gehoord, van de hoogleraar globalisering? Ze bestaan schijnbaar. Er loopt er een rond die ‘Paul van Seters’ heet en het leuk vindt boeken na te pluizen op feitelijke juistheden.

Lees maar even mee

Nu heb ik Bonita Avenue toevallig ook gelezen. Of wat heet toevallig, ik moest het lezen omdat ik voor een vriendin hier rapporteer over welke Nederlandse literatuur de moeite waard is te vertalen. En Bonita is een geweldig boek. Een prestatie van formaat, dat zie je zelden in de Nederlandse literatuur. Zelden zag ik een boek met zoveel goed geschreven, citeerbare zinnen. Een regelrechte klassieker, en dat als een debuut!

En dan komt een hoogleraar globalisering je even vertellen dat het stratenplan in dat boek niet klopte. Dat vind ik nou typisch Nederlands. Dat zo’n man meent daarmee iets interessants te hebben gezegd. En typisch ook iets voor de Volkskrant om met zoiets ultralulligs groot uit te pakken. Dat heeft ook iets heel smerigs, eigenlijk – je geeft enorm veel ruimte aan deze flauwekul, en aan daadwerkelijke recensies of dingen die relevant zijn voor de literatuur geef je nauwelijks ruimte, zogenaamd uit ‘ruimtegebrek’ – allemaal kwats, want er is ruimte genoeg voor dit soort onzin, schijnbaar.

Nee, Buwelda kan beter uitkijken – er zullen ongetwijfeld genoeg giftige kleine padden voor zijn voeten gaan lopen nu hij een prestatie neer heeft weten zetten – en een van die gifgroene padjes zit op de redactie van de Volkskrant, en het stinkende vliegje heette ‘nieuwswaarde’.