Over die plankerige psychotische gier Jacques Lacan
Zou u deze man uw zielsheil toevertrouwen? Ik vind het nog altijd een van de grote wonderen van de Twintigste eeuw dat deze psychotische, over-acterende kwakzalver voor een groot denker kon doorgaan. Wat zegt dat precies over het niveau van onze intellectuele voorhoede? Zelden heb je een groter frustraat op je netvlies gebrand gezien dan deze dik aangezette kletsmajoor, die heel veel energie stopt in zijn dramatische gebaren en heel weinig energie stopt in het formuleren van interessante gedachtes.
Je zou de Heer zelf toch prijzen dat je geen student van deze man geweest bent – jarenlang zou je in psychotherapie moeten om van het schrikbeeld af te komen. Onze hele intellectuele voorhoede lijdt verschrikkelijk onder een LACANTRAUMA, maar zij zullen dat zonder ellenlange hardvochtige therapie nooit doorkrijgen. Op de pijnbankjes zouden ze moeten plaatsnemen, op elke mogelijke wijze zou hen een bekentenis moeten worden ontfutseld: waarom aanbidt u deze man? Wat maakte precies indruk op u? Waarom meent u dat deze man intelligente dingen zei? Kijkt u nooit naar lichaamshouding van een spreker? Ziet u dan niet dat deze man zo verkrampt is dat hij zich als een plankerige gier aan de spreektafel moet vastgrijpen om niet ter plekke in elkaar te zakken?
Ziet u dat dan echt niet, Mijnheer? Heeft u eigenlijk wel ogen? Of meent u wellicht dat lichaamstaal niets over een persoon te vertellen heeft? Ziet u dan het verband wellicht niet tussen de verkramptheid van deze man en de verkramptheid van zijn ideeengoed? Dat hij hier even live staat te demonstreren dat je inderdaad zou willen dat deze shit eens een keer ophoudt, dat deze kleinsteedse schoolmeester de mond gesnoerd zal worden, dat u daar alles voor over heeft, zelfs de bekentenis dat u in de dood gelooft om uw leven zin te geven?
Ik geloof zelfs dat de Duvel in een paddenstoel woonde, mijnheer Lacan, als u maar uw drammerige Franse dramapraatjes binnensmonds hield.
Resistance is futile. Meet your subsidieborg. The future of Dutch Letters.
Gerrit Komrij stelde op zijn facebook profiel een filosofische vraag. ‘Als mensen het woord ‘vernieuwing’ gebruiken WAT wordt er dan precies vernieuwd? Er volgde een ellenlange discussie waarin uiteraard ook Arnoud van Adrichem zijn steentje kwam bijdragen.
Gerrits vraag is natuurlijk relevant. En al even relevant is van Adrichems antwoord: vernieuwing is volgens hem vooral technologische vooruitgang. Een rastechnocraat, dus.
Dat blijkt ook wel uit zijn poezie, waarin hij de lezer als een BORG toespreekt. U moet dit. U vindt dat. U vindt formuleren in de gebiedende wijs zeer poetisch. U zult vernieuwd worden.
De mooiste faux pas komt wel mijn oud-redacteur Jasper Henderson toe, die in de poeziekrant poogt te betogen dat OMDAT de debuutbundel VIS zeer wisselend werd ontvangen hier wel sprake moest zijn van interessante poezie.
Zo lust ik er nog wel een paar.
In de recensies van van Adrichems werk duikt angstvallig vaak het woord ‘vernieuwend’ op. De ene na de andere recensent verklaart als een bekeerde Paulus dat we hier te maken hebben met de nieuwe verlosser in eigen persoon, met de vleesgeworden vernieuwing. Maar gek genoeg is er geen één recensent die ook even verklaart wat er dan precies zo vernieuwend is aan die poezie van van Adrichem – hebben die mensen dan echt nog nooit gehoord van Agit Prop? Menen zij nu echt serieus dat er nooit poezie is geweest die bestaat uit louter reclameboodschappen? Hebben zij dan niet het kunsthistorische bewustzijn om te weten dat zulks in kunstcontreien vooral in de jaren 80 erg gangbaar was en dat ook in de literatuur rond die tijd de Agit Prop welig tierde, sterker nog sloganesque poezie is zo oud als methusalem. Ontbreekt bij al die recensenten dus wellicht het literair-historische besef om werken uberhaupt te kunnen duiden? Daar lijkt het toch wel verdacht veel op.
Bij Van Adrichem zelf ontbreekt dat besef natuurlijk niet – en vandaar dat hij zich op zo’n gigantisch bekrompen tunneldefinitie van ‘vernieuwing’ concentreert: voor hem is de vernieuwing ‘de technologische vooruitgang’. De Gadget-avantgarde. Altijd bereid de nieuwste snufjes op poezietterrein aan u te verkopen. Resistance is futile. Eerst definieer je de realiteit tot een tunnelvorm, en dan ga je zelf aan het einde van die tunnel staan. Meet your creator.
“A poet whose inventiveness and incisiveness is architectural in its care – witty, adventurous, circuitous and at ease with its own intelligence, the work of Arnoud van Adrichem, one of the most remarkable poets and critics Holland has produced in the last decade, stands as an example of how international traditions, multiple languages and a shift in political culture, will not waylay a brilliant poet from writing brilliant poetry. (…) It is hard to look past Arnoud van Adrichem as a fundamental part of the future of Dutch letters.” staat op de website van Arnoud van Adrichem te lezen.
Ook op andere terreinen boeken de Borgs grote vooruitgang. Thomas van der Dunk belicht in een goed stuk op de Volkskrant de procedure rond de benoeming van Donner:
Lees ‘De Onderkoning van Den Haag’
Ook hier weer die stereotiepe ‘Borgesque’ autoriteitsdefinitie: verzet is zinloos. Men neemt niet eens de moeite meer om de hele procedure geloofwaardig te laten lijken, wat eigenlijk de essentie van propaganda is: men heeft schijnbaar die propaganda niet meer nodig.
Juist dat is het typische van de afgelopen 12 jaar – die ont-propagandisering – en juist daarom is van Adrichem met zijn Propagandapoezie juist verschrikkelijk ouderwets en helemaal niet aangesloten op de tijdsgeest: want dan had onze jonge bejaarde wel een poezievorm weten verzinnen die de essentie van het huidige tijdsgewricht liet zien, en dat is dus juist niet die propaganda. In de jaren 80. toen was Agit Prop relevant, in de hoogtijdagen van de kapitalistische propagandamachine. Juist daarom was Laibach toen precies op zijn plek. Juist daarom maakt Laibach nu geen Agit Prop meer. Die mensen zijn namelijk daadwerkelijk intelligent.
Natuurlijk interesseert het mij persoonlijk geen zier of iets wat ik schrijf ‘vernieuwend’ is. Net als dat Tonnus Oosterhoff of enig ander dichter een millimeter zal weten boeien – Tonnus maakt die nogal belegen flashfilmpjes vast niet vanuit het idee dat hij perse vernieuwend moet zijn, en dat hoeft ook helemaal niet – we zitten immers niet in een productenwedloop – die hele kapitalistische vernieuwingswedloop heeft echt geen zier met kunstproductie te maken.
De nieuwe autoriteit, waarvan van Adrichem een exponent is, heeft echter zoals van der Dunk opmerkt in de Volkskrant, sterk dictatoriale trekjes. Ook een zekere cultuurhaat tref je in zulke contreien aan – bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich uitdrukken naar de oude autoriteiten. ‘Pas je wel even op je Hart, Gerrit’ schreef van Adrichem laatdunkend op Facebook. Waarom denkt een man die krap twee boekjes geschreven heeft zich zo laatdunkend te kunnen opstellen tegen iemand die stilistisch ver boven hem uitsteekt? Omdat Gerrit niet in de tunnel past. Die tunnel met de stropdasachtige schaduw op het einde.
De Donnertunnel. With the Future of Dutch Letters.
Vergelijkend warenonderzoek over krantenquotes
Negatieve aanprijzingen:
Any newspaper, from the first line to the last, is nothing but a web of horrors, I cannot understand how an innocent hand can touch a newspaper without convulsing in disgust.
Charles Baudelaire
Just see these superfluous ones! They steal the works of the inventors and the treasures of the wise. Culture, they call their theft–and everything becometh sickness and trouble unto them!
Just see these superfluous ones! Sick are they always; they vomit their bile and call it a newspaper. They devour one another, and cannot even digest themselves.
Just see these superfluous ones! Wealth they acquire and become poorer thereby. Power they seek for, and above all, the lever of power, much money–these impotent ones!
See them clamber, these nimble apes! They clamber over one another, and thus scuffle into the mud and the abyss.
Friedrich Nietzsche
It seems to me that just in the ratio that our newspapers increase, our morals decay. The more newspapers the worse morals. Where we have one newspaper that does good, I think we have fifty that do harm. We ought to look upon the establishment of a newspaper of the average pattern in a virtuous village as a calamity.
Mark Twain
Newspapers are unable, seemingly to discriminate between a bicycle accident and the collapse of civilization
George Bernard Shaw
Positieve aanprijzingen:
I think a newspaper should be provocative, stir ‘em up, but you can’t do that on television. It’s just not on.
Rupert Murdoch
For the time being reliability rests with the paper newspapers and not the internet
Gerrit Komrij
Hagjes en bangmakers
Kamiel Verwer is poetisch boos, op Ooteoote, en schrijft er een polemisch gedicht over:
tongelend weggaan jou doorstaan jou,
egotaire winter.
voortuingordijntjesrozenschaar
stoepvegend en de rekening netjes betalen
de meters worden afgelezen
en dan die frons
De massamoord als natuurfenomeen
Even een nieuwe post om een punt aan te halen wat Rik maakte in de discussie rond psychiatrie:
Als je de mens op een natuurlijk wijze zijn of haar gang laat gaan zou je waarschijnlijk Rik (met een knuppel) in een boom en Martijn in een andere boom (ook met knuppel of met een speer) vinden en afhankelijk van wat er langs komt de volgende reacties zien.
-vrouw, neuken. Tegenwoordig onder druk van die vreselijke feministische lobby heet dat verkrachting, maar in feite is het heel natuurlijk, normaal menselijk (mannelijk in ieder geval), gedrag, wij moeten ons voortplanten.
-ander soort persoon (niet tot de eigen groep behorend), zeg iets met baard en een soort jurk, laten we ze voor het gemak Moslims noemen, doodmaken.
Mag tegenwoordig door de pol. cor. lobby ook al niet meer.
- ander levend wezen, lunch.
Helaas zijn deze observaties gebaseerd op compleet foutieve biologische aannames. Je ziet dat soort misverstanden wel vaker, maar het idee dat dierlijk gedrag simpel is en het menselijke complex klopt voor geen bus. Rik’s punt dat Breivik zich juist natuurlijker gedroeg dan de rest van Noorwegen is uitermate vals, omdat het fenomeen ‘massamoord’ in de natuur juist helemaal niet voorkomt. Het is een fenomeen dat alleen bij de mens bestaat.
Waar zit precies de fout? In de nogal simplistische aanname dat dierengedrag doodeenvoudig is. Wij mensen hebben allerlei paringsrituelen, maar dieren verkrachten elkaar ogenblikkelijk. Dat dat idee niet klopt kan elke bioloog je echter zo uitleggen. Paringsgedrag van dieren is net zo complex als dat van de mens. Zo er al sprake is van ‘verkrachting’ in de natuur is dat wel een soort verkrachting die zeer statusafhankelijk is.
Maken dieren tegenstanders zomaar af? Ik heb nog nooit gehoord van een leeuw die een neushoorn te lijf ging. Een leeuw dood omdat hij eten nodig heeft, niet omdat hij zich superieur waant over neushoorns.
Het fenomeen ‘massamoord’ bestaat in de natuur niet. Het vereist een bepaalde geestelijke gesteldheid die het dier onbekend is. Het vereist het idee dat jij zo superieur bent, dat je achteloos alles in je omgeving kunt vernietigen, met als enig motief je eigen vermeende superioriteit.
Het is de logica die je in slachthuizen aantreft, het is de logica van Breivik. Natuurlijk is die logica helemaal niet, sterker nog het is precies de meest onnatuurlijke logica die je kunt aantreffen op deze aardbol. Het idee van superioriteit is in de natuur namelijk altijd gebaseerd op de werkelijkheid: de leeuw met mooiere manen is superieur, de pauw met een grotere staart. De mensenwereld zit echter vol met schepsels die menen superieur te zijn gebaseerd op onzichtbare, abstracte kwaliteiten. Een soort poeziekenners, zeg maar. Die met alle genoegen genadeloos alles in zicht uitwissen, als dat hun superioriteit maar ten goede komt.
Nee, Rik, met zo’n natuurdefinitie kom je bij mij niet weg. Die is namelijk gebaseerd op precies hetzelfde superioriteitssyndroom. Wij zijn complex, en jullie zijn simpel. Zo steekt de werkelijkheid helemaal niet in elkaar.
Joost Baars en karaktermoord
Wat een slimmerdje, die Joost Baars. Eerst wist hij mijn bijdrages, en dan gaat hij staan betogen dat ‘karaktermoord’ het probleem is in de Nederlandse poezie tegenwoordig. Waarom ze die raspoliticus nog niet bij de PVDA hebben ingelijfd is mij een raadsel. Waarschijnlijk omdat je in ‘real life’ je tegenstanders niet zomaar met een knopje kunt wissen.
Voorts kunnen we er lezen dat behalve het gebruikelijke ‘Wij zijn de experimentelen en jullie niet’ de Heer Baars nu ook ‘Wij zijn de lezers’ staat te roepen, aan het einde van het stuk, want als een schrijver iets lelijks over Joost zegt nou dan hoeft het niet meer, voor Joostje Baars. Een gevoelige jongen.
Hij is verder wel heel tolerant. Hij wist weliswaar bijdrages van bekende auteurs, weetjewel, mensen die wél boeken hebben geschreven, maar hij rekent zowel Mark Insingel als Willem Jan Otten tot de literatuur. Wat fijn dat die wel nog mee mogen doen van Joost Baars.
Stelling van de dag is dus nu op Loewak: om tot de literatuur gerekend te kunnen worden moet je aardig doen tegen Joost Baars. Ben je dat niet, dan wil je per definitie op de televisie. Mensen die niet aardig doen tegen Joost Baars geven niets om lezers.
Dat lijkt me allemaal aannemelijker dan het ondenkbare tegendeel van deze stelling: dat Joost Baars iemand is die nog nooit een boek schreef, maar wel denkt de literatuurbemiddelaar uit te kunnen hangen.
En ja, dat kan ook. In Perdu. Waar om de haverklap de experimentele poezie van Krijn Peter Hesselink te horen valt. En jawel hoor, ook Lies van Gasse is weer van de partij, met een lekker klef kitschgedicht experimenteel meesterwerkje, lees maar even mee
Het echte probleem is dus de polemiek. Daarom is de Nederlandse poezie zo impopulair, omdat er constant polemische literaire strijd te zien is op de televisie. Gelukkig maar dat op de Reaktor en Ooteoote die strijd stringent wordt uitgebannen. Zodat mensen als Joost de expert uit kunnen hangen, zonder dat het al teveel opvalt dat ze eigenlijk geen sikkepit verstand van poezie hebben.
Zou iedereen bloemetjes aan elkaar uitdelen, in een mooi debat over een literaire held, dan zouden de mensen Joost’s boekenwinkeltje binnenstromen – hoort u mij, de polemiek, de polemiek is het grote probleem. Dat er mensen gewoon rake dingen kunnen zeggen, zonder lobbywerk, zonder diplomatie, dat er podia bestaan waar niet je mening eerst door een commissie gefiatteerd hoeft te worden – een schande! De literatuur heeft zijn nieuwe vijand ontdekt. Lang leve de literatuur, dood aan de polemiek! Was het u al opgevallen dat Komrij en Halbe Zijlstra wel erg veel met elkaar gemeen hebben? En passant gooit Joost die scherpe maar terloopse opmerking er ook nog even door. En mensen, vindt u alsjeblieft Joost Baars toch ook even aardig. Anders maakt u weinig kans op een onsterfelijk plekje in de experimentele literatuur. U weet wel, de literatuur die nog geschreven moest worden. Lachu! Boe!
Commentaar