Festivalcultuur is een vorm van instantcultuur

Festivalcultuur is een vorm van instantcultuur

Een vervolg van ons interview met M.H.Benders, Dichter des Vaderlands i.o.

Heer Benders, u eindigde op plaats 11 in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Wat is uw reactie?

Een fantastisch resultaat! Als het even zou kunnen zou ik het liefst eeuwig op Nr 11 staan, want het is toevallig ook mijn favoriete getal. Naar ik heb begrepen was het een mooie, vlekkeloos georganiseerde avond. Wel jammer vond ik dat ik de voordracht van mijn gedicht door Vrouwkje Tuinman heb moeten missen. Ik had dit keer weinig ludieks geregeld omdat mijn instinct zei dat ik niks zou gaan winnen, op het laatste moment even Eddy Warmerdam toestemming gegeven het podium op te klimmen als mij zijnde maar Eddy vond het allemaal te formeel. Groot gelijk heeft ie.

Toch klinkt er ook veel kritiek op de wedstrijd vanuit allerlei bronnen

Je hebt natuurlijk enerzijds de mensen die ontgoocheld zijn omdat hun verwachtingen niet waarheid werden, en anderzijds een soort hobby-elite die de wedstrijd vooral geboycot hebben omdat zij hun hobby-status niet onder ogen willen zien. Het was een prima wedstrijd. Het winnende gedicht is niet naar ieders smaak – nou en? Wanneer je kiest voor een kapitalistische aanpak in plaats van de gebruikelijke sociale-gilde aanpak betekent dat niet perse dat het eindresultaat ook beter zal zijn. Dat is ook niet zo heel erg van belang. De Turing is van oorsprong een test. Uit de testresultaten blijkt dat geweldige poezie erg zeldzaam is. Dat vind ik een heel mooi testresultaat. Ik denk persoonlijk niet dat de gebruikelijke gilde-aanpak een veel spannender resultaat zou hebben opgeleverd.

Ik ben wel van mening dat de prijs verhoogd moet worden naar een ton. Dat zal het komische effect hebben dat zelfs de meest verstokte hobby-elitair zijn principes laat varen. En dat is natuurlijk het leukste aspect aan die hele Turing wedstrijd. Het was vooral leuk te horen welke bekende dichters het niet gehaald hadden.

Wat is een ‘hobby-elitair’ in vredesnaam?

Een hobby-elitair is iemand die meent dat elitair zijn een soort hobby is, welke je beoefent wanneer jouw ‘vakgebied’ aan de orde komt. Mensen die nergens verstand van hebben, behalve van bijv het fokken van kanaries. En zodra het over het fokken van kanaries gaat duiken ze op en voelen ze zich almachtig, superieur en verheven boven alles en iedereen. Dat is voor mij een hobby-elitair.

Er klinkt stevige kritiek door op uw plannen om alle festivals, bladen en instellingen af te schaffen zodra u Dichter des Vaderlands bent geworden. U zou een cultuurbarbaar zijn die op cultuurvernietiging uit is. Uw reactie?

Onzin. U dient te begrijpen dat die hele festivalcultuur in onze maatschappij een vorm van instantcultuur is geworden. Het is pure fastfoodcultuur: snel even wat ‘cultuur’ opsnuiven vanavond dan hoor ik er weer bij, dan heb ik iets zinnigs gedaan. Noemt u mij eens vijf festivals die in 1922 plaatsvonden?

Euhhh….

Juist. Niks blijvends aan: het is instantcultuur. Een vorm van instantcultuur die daarnaast ook nog eens bijna alle financiele middelen opslokt. Dat is een absurde situatie. Dichters zitten op een houtje te bijten om blijvende cultuur te kunnen scheppen of worden gedwongen in het instantcultuurcircus mee te draaien om zo een karige boterham bijeen te verdienen. Ik ben niet tegen festivals maar je wordt er mee dood gesmeten tegenwoordig – feitelijk functioneren ze als stedelijke statussymbolen. Als de spreekwoordelijke dikke auto voor de deur van de gemeente, die een dikkere auto dan de buurman wil hebben. Dat kun je allemaal als ‘cultuur’ definieren, maar ik vind dat persoonlijk een heel andersoortig fenomeentype.

Wat is dan wel ‘blijvende cultuur’ volgens u?

De waarheid is dat Nederland feitelijk helemaal geen cultuur heeft. Om tot een cultuur te mogen worden gerekend vind ik drie elementen van cruciaal belang:

1. Het hebben van een eigen taal
2. Het hebben van een eigen, levende keuken
3. Het hebben van eigenaardige dansjes met bijbehorende leuke kleding.

Een taal hebben we nog, dus dat zit nog snor. Helaas hebben we echter de karige kookkunsten die we vroeger nog wel bezaten aan de wilgen gehangen. Ook zijn de mensen totaal het dansen verleerd. Ergo, onder deze vrij gebruikelijke definitie is van een ‘eigen cultuur’ totaal geen sprake meer.

Je kunt dan festivalletjes organiseren tot je een ons weegt om dat te verdoezelen. Mijn idee is anders: hou op met die onzin en pak de kernproblemen aan: leer het volk koken en dansen. Pas dan komt er uitzicht op een levende, Nederlandse cultuur.

Maar u kunt zich toch voorstellen dat mensen die zich enorm inzetten op cultureel vlak niet graag horen dat u die cultuur dood verklaart omdat ze niet kunnen koken of dansen?

Allemaal gehersenspoelden. Ze zien niet dat ze in een modderhut wonen. Wat kan mij het geroer in die modder schelen, de basis is niet goed. Cultuur kan alleen ontstaan als de basis goed gelegd is. Neem nou bijvoorbeeld die Amerikanen eens. Schatten van mensen, doorgaans, daar gaat het niet om. Maar het zijn mensen zonder basis. Mensen die niet eens een eigen taal hebben. Mensen die niet weten wat echt voedsel is. Mensen die nooit eens met een ander mens dansen. En dan krijg je het gelazer: oorlog hier, idiotie daar, massademocratie, waanzin. Zonder basis blijf je nergens. Een losgeslagen boei, daar heeft niemand wat aan. En dat is wat al die ‘cultuur’ van ons is.

Die hele zogenaamde immigratieproblematiek kon alleen ontstaan omdat wij volstrekt geen cultuur hebben. Er wordt dus ook helemaal niks ‘bedreigd’. Echte cultuur valt helemaal niet te bedreigen. Het idee alleen al!

Een kordaat cultureel beleid staat of valt met een massale aanval op de keuken en de dansvloer.

Hoe staat u tegenover iemand als Geert Wilders, die kunstenaars vooral als uitzuigers ziet?

Er bestaan veel misverstanden over figuren als Wilders. Misverstanden die ook vooral door zijn zogenaamde ‘tegenstanders’ de wereld in worden geholpen. U dient te begrijpen dat Wilders een typische Haagse insider is, die met veel disdain neerkijkt op het ‘klootjesvolk’ waarvoor hij speelt op te komen. Die man is in-en-in Den Haag: hij is een belichaming van het systeem zelf dat, door hem uit te vinden, zijn eigen illusies weer weet op te poken. Wilders is voor het systeem broodnodig. Ik ken persoonlijk bijna niemand die nog in de democratie gelooft. Ik ken persoonlijk bijna niemand die nog meent dat wij in een echte democratie leven. In zo’n situatie is een persoon als Wilders onmisbaar: wie zou er nog gaan stemmen, behalve als er zo’n ‘gevaar’ dreigt? De werkelijkheid is echter een hele andere: dat is dat het grootkapitaal al geruime tijd doorheeft dat het de democratie eigenlijk totaal niet nodig heeft om te kunnen functioneren. Dat het misschien wel veel beter functioneert zonder democratie. Dat o.a. door Zizek gesignaleerde probleem is zeer, zeer nijpend en de feitelijke oorzaak dat we de laatste 10 jaar meer en meer zien dat het ‘chroomlaagje’ over ons systeem begint af te brokkelen. Het was altijd maar een laagje, maar wel een laagje dat zeer zorgvuldig in stand werd gehouden. De laatste tien jaar zien we echter dat men het zelfs met dat laagje niet meer zo nauw neemt. Het is alsof het de machthebbers niets meer kan schelen of ze nog moreel of democratisch lijken. Dat is de politieke werkelijkheid waarbinnen u een figuur als Wilders moet plaatsen.

Wordt vervolgd…

Interview met M.H.Benders, Dichter des Vaderlands i.o.

Interview met M.H.Benders, Dichter des Vaderlands i.o.

Loewak plaatst vandaag dit exclusieve interview met Dichter des Vaderlands i.o. M.H.Benders, de in Istanboel woonachtige dichter, filosoof en muzikant die tot nog toe als enige kandidaat in de race is om de volprezen Ramsey Nasr als DDV op te volgen.

Heer Benders, waarom wilt u graag Dichter des Vaderlands worden?

Er is tegenwoordig duidelijk behoefte aan krachtig en kordaat leiderschap met visie. Wij leven in duistere tijden. Om te voorkomen dat de positie van DDV door een populist zal worden bezet heeft Novo Universalis, een besloten literair vennootschap, besloten mij te nomineren voor de functie. Ik lijk alsnog de enige kandidaat en dat verbaast me niets.

Uw kernprogramma is niet voor de poes. Zo lezen we onder andere dat u ‘alle literaire instellingen, blaadjes, stichtingen, fondsen en festivals’ wilt opheffen? Verklaar u nader?

Momenteel zijn wij als samenleving in een culturele impasse verzeild geraakt, een perspectivistisch probleem. Onder het ‘Van der Ploeg’ model voor kunstsubsidiering is het idee dat de kunstgroei het beste gestimuleerd wordt door haar zo dienstbaar mogelijk aan de samenleving te maken, en die dienstbaarheid komt tot uitdrukking in het organiseren van talloze literaire events die allemaal het doel dienen een avondje vermaak te bieden voor het Volk zogenaamd uit didactische overwegingen. In de praktijk zie je echter dat deze structuur een afspiegeling van de politieke laag erboven is: er zitten directeuren met enorme salarissen, die volksvermaak avondjes organiseren waar dichters voor een glaasje ranja of een boekenbon komen voorlezen. Het financiele zwaartepunt ligt dus ook hier niet op cultuur, maar op managersniveau: het is de referentiele economie die het kunstbeleid op sluipende wijze heeft vervangen.

Novo Universalis is van mening dat het huidige letterenbeleid ernstig tekort schiet, in de zin dat het het inhoudelijke en financiele zwaartepunt totaal fout delegeert. Doel van de poezie en de literatuur is ons inziens absoluut niet om het ‘volk vermaaksavondjes’ te bieden, maar om een maatschappelijke voortrekker te zijn in de strijd tegen de imbecilisering en afstomping van onze maatschappij.

Om hier verandering in te brengen dienen drastische systeemwijzigingen te worden doorgevoerd. Novo Universalis pleit niet alleen voor het afschaffen van de bestaande structuren maar brengt er ook iets voor in de plaats: alle financiele middelen dienen door een nieuw op te richten Fonds der Kritiek aan de meest waardevolle dichters in de vorm van een miljoenenbonus te worden uitgekeerd.

Juist op dit punt kreeg u veel kritiek te verduren. U zou uit eigenbelang handelen, uw plan zou geen enkel politiek draagvlak hebben, wat heeft u daarop te zeggen?

Wij hebben al een lijst opgesteld van dichters die door het Fonds der Kritiek in de eerste ronde een miljoenenbonus toegewezen krijgen. Zoals u ziet sta ik daar zelf niet bij. In de eerste ronde ontvangen de volgende burgers een miljoen subsidiebonus wegens grote verdienstelijkheid aan de Nederlandse literatuur:

Leo Vroman
Arjen Duinker
Nachoem M. Wijnberg
Peter Verhelst
Wislawa Szymborska

Zoals u ziet prijkt er ook een buitenlandse naam op de lijst. Op deze wijze stimuleren wij ook de onafhankelijkheid van de buitenlandse poezie, meer dan met het organiseren van een festivalletje.

Wat politiek draagvlak betreft: draagvlak moet je scheppen. Het zijn juist de burgers die het draagvlak moeten consumeren. Een van de politieke gevolgen van ons plan is dat er een grote kans bestaat dat als gevolg van ons plan Geert Wilders een hartaanval zal krijgen. Alleen al om die reden is het een prima plan. Daarnaast is het adopteren van het kapitalistische systeem modern en dienen de socialisten de laan uit te worden gewerkt met hun pappen en nathouden cultuurtje. Het wordt tijd dat we alles op alles gaan zetten: door cultuur de hoogste maatschappelijke beloning toe te kennen bieden wij de burger blik op een ontsnappingsmogelijkheid uit het systeem: schrijf prachtige gedichten en je zult door het systeem verlost worden van je zorgen. De huidige regelingen bieden zo’n uitzicht niet, wat tot gevolg heeft dat de literatuur voor de meeste mensen geen aantrekkelijke optie is. Zodra mensen met een bepaalde kunde miljonair kunnen worden is het hek echter van de dam. En aangezien men om goede poezie te kunnen schrijven ook veel goede poezie moet lezen is ons plan de beste garantie voor de overlevingskansen van de literatuur als zodanig. Daar is simpelweg geen twijfel over mogelijk.

Sommige critici zetten u weg als een ‘beroepsquerelant’ die alleen uit is op het schoppen van herrie

Wij worden tegengewerkt door diverse krachten binnen het huidige literaire bestel. Van deze tegenwerking zijn wij ons zeer bewust en wij maken er aantekening van. Om de reaktionaire machten het literaire veld uit te werken zullen wij de handen uit de mouwen moeten steken. Het is de verantwoordelijkheid van de literaire burger waar hij of zij ook kan de nieuwe orde te verkondigen.

Is dit dezelfde ‘nieuwe orde’ waarvan ook gewag wordt gemaakt door de Bezige Bij op de omslag van de nieuwe bloemlezing van dichters jonger dan 32 jaar?

Wij zijn bekend met dit werk, en met deze uitspraak. Vooralsnog weigeren wij echter er commentaar op te geven.

U maakt zelf ook deel uit van de top 100 van de Turing gedichtenwedstrijd. Is dit een wedstrijd die ideologisch strookt met de door u beoogde politieke omslag?

Ja, de Turing prijs is een prima initiatief dat dezelfde modernisering die ons voor ogen staat op kleinere schaal invoerde. Wel moet ons inzien op termijn de prijs minstens op een ton gezet worden. Dan heeft het winnen van die prijs nog enig maatschappelijk effect. Naar onze inschatting zou bij de hoogte van een ton het aantal inzendingen ook meer dan verdubbelen, dus het is kostendekkend uit te voeren.

U maakte eerder al een aantal plannen bekend, zoals het ‘rookgebod in bibliotheken’ en andere maatregelen die indruisen tegen de kapitaal-liberalistische cultuur. Heeft u nog andere nieuwe plannen?

Dat een rookverbod wordt aangevoerd als een liberalistisch goed is een typisch fenomeen van onze tijd. Wij willen het roken in bibliotheken mogelijk maken omdat dit van bibliotheken een stoer rovershol maakt in plaats van de steriele, saaie omgevingen die ze nu geworden zijn. Ons inziens komt dit de literatuur sterk ten goede. De beeldvorming rond bibliotheken als saaie, steriele en brave plekken slaat terug op de populariteit van de literatuur: jongeren zien het niet als alternatief. Het biedt geen ontsnappingsmogelijkheid, en het heeft een steriel imago. Dat bevecht je niet door net als Charles Ducal ‘in de klas jongeren met poezie te confronteren’ – dat is een PR strategie uit het jaar nul.

Wij zijn voordurend bezig plannen te ontwikkelen omdat wij het DDV-schap bloedserieus nemen. Ik vermeld hier een aantal van de plannen die momenteel in ontwikkeling zijn:

* Wij zijn sterk koningsgezind en absoluut tegen het afschaffen van het koningshuis omdat dit het wezen behelst van onze Nederlandse traditie. Wel gaan er binnen Novo Universalis stemmen op om de rare familie die al een behoorlijke tijd ons koningsshuis bezet houdt te vervangen door een filosoof, naar Plato’s model. Wij menen dat Peter Sloterdijk een goede kandidaat is voor een eerste termijn als Nederlandse Koning.

* Ook geloven wij niet in het afschaffen van de huidige mediatradities. Wij willen echter sterk aandringen een deel van het publieke budget te gebruiken om Slavoj Zizek aan te trekken als voorlezer van het NOS journaal. Blijkt dit niet mogelijk dan lijkt ons Maarten van Rossum een doenlijk alternatief.

*Het onderwijs moet weer herstructureren, maar dit keer met live camera’s erbij zodat iedereen kan meegenieten van de zich ergerende lerarenklasse als een soort leuke realityshow.

*Wekkerfabrikanten moeten belastingvoordelen krijgen wanneer zij in plaats van stress-veroorzakende alarmtonen klassieke dichtregels in hun wekkers gebruiken. Door een sterke band te scheppen tussen de lichamelijke conditie ’s morgens en de poezie is de burger op termijn weerbaarder tegen verleidingen van het vrouwelijk geslacht.

Dit zijn slechts enkele punten uit ons uiteindelijke programma, dat belooft net zo dik te worden als Marx’s ‘Das Kapitaal’. Het is tijd voor de mouwen. Het is tijd voor zoden aan de dijk. Stem miljoenvriendelijk. Stem Benders.

Uw lokale Turing gedichtenwedstrijd verslaggever meldt:

Uw lokale Turing gedichtenwedstrijd verslaggever meldt:

Het is natuurlijk volstrekt not done om bij de laatste 100 te zitten en dan verslag te doen van de wedstrijd. Belangenverstrengeling ten top. Ik zou zwijgzaam met de duimen moeten zitten draaien, maar u kent mij, geen land mee te bezeilen, geen wedstrijd interactief genoeg.

Wat mij vooral opvalt aan die radiouitzending met de 20 beste gedichten tot nu toe:

* Door gedichten enorm dragend voor te dragen lijken ze al snel goed. Ik vond bijvoorbeeld de eerste drie gedichten al luisterend best in orde. Toen ik ze op papier zag sloeg de twijfel echter toe. Tot nu toe is het beste gedicht duidelijk ‘De Jas’ maar dat gedicht heeft wel een erg slecht verzonnen einde, vind ik. En het is ergens natuurlijk ook heel makkelijk om met zo’n onderwerp te ’scoren’. De jas van je eenzame vader.

* Dat vierde gedicht is niet om aan te zien zo slecht.

* Het vijfde vond ik ook helemaal niks, ondanks de wel leuk klinkende titel.

* Dat ‘gedragen voordragen’ is eerder een probleem dan een oplossing, vind ik. Het roept ook wat vragen op. Heeft een goed schilderij een prachtige lijst nodig? En toch: denk aan Dylan Thomas. Wat een moeilijk probleem. Het is een hele verraderlijke kunst.

* Het is een schande dat ze mij nog steeds niet gediskwalificeerd hebben.

De komende tijd ga ik in deze draad, want ik vind dat weblogs draadjes hebben, ook de rest van de gedichten becommentarieren. Vanavond kwam gedicht 6 langs, het laatste woord. Dat vond ik net zo’n clichetrekker als gedicht 4, soort ‘filosofie van de heuvel’ gedichtje zeg maar, met de retespannende boodschap dat poezie altijd datgene is wat niet gezegd wordt, maar toch begrepen. De betere candlelight, zeg maar.

Geert Mak en het Nieuwe Europa

Hoe absurd ik zo’n Geert Mak vind met zijn flinterdunne eenheidsideaaltje: alsof het verdelen van de wereld in 4 enorme machtsblokken een humanitair experiment was. Och, het experiment is nu mislukt, zegt een ontgoochelde Mak tegen de Wereldomroep. En hij had er nog wel zo’n mooie gedachtes bij, vroeger. Een prachtig machtsblok vol openheid en bloemetjes, een democratisch walhalla vol rasintegere politici. Schaalvergroting als democratisch principe. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, nietwaar? Geert Mak, het ultieme archetype van de generatie die de wereld in de uitverkoop heeft gezet. De generatie die alles, tot de literatuur aan toe, hebben weggenivelleerd in dienst van de schaalvergroting en de gemene delers. En tja, nu is het mislukt. Sorry hoor, maar dat is niet onze schuld. Aan onze idealen lag het niet. Die idealen zijn nog steeds het neusje van de zalm. Het lag, tja, waar lag het aan, het lag aan ANGST. Dat moet het wel geweest zijn. Ik citeer:

De globalisering zorgt volgens hem bij veel mensen voor angst. Europa had die angst volgens hem moeten wegnemen door zich op te werpen als baken.

Angst voor Mak’s mooie idealen. Voor het lichtende baken wat hij in zijn nagedachtenis voor het nageslacht wou opzetten. Het Verenigde Europa. Waarom zijn al die mensen toch zo bang voor Geerts mooie machtsblok, hebben ze dan niet door dat zijn lichtend voorbeeld de Verenigde Staten van Amerika, waar ‘Yes we can’ anno 2008 de ultieme politieke boodschap is geworden, dat je daar iets soortgelijks tegenover moet zetten? Omdat je anders het onderspit delft? Dat je het je niet kunt permitteren anders te zijn dan vriend of vijand? Eenheidsworst en schaalvergroting: daar moesten we het van hebben, vond Geert. En dat vindt hij nog steeds. De mensen zijn alleen bang. Bang voor de globalisering. Bang dat al die chineesjes die 14 uur per dag in ellendige fabrieken voor ons zitten zwoegen stiekum een beetje boos op ons zijn. Daar hoeven jullie niet bang voor te zijn, hoor. Wij zijn namelijk een lichtend baken. En komen ze ooit verhaal halen dan is het alleen een kwestie van een mooi doorzichtig machtsblokje opzetten, naar beste socialistische traditie.

Naar verluidt staat Mak wel eens te mijmeren op een van de bruggen over de Bosperus. Ik ben hem gelukkig nog nooit tegengekomen. Ik zou uiteraard zou dat gebeuren naar beste Turkse traditie een kopje thee met hem drinken, maar bespaar me alsjeblieft dit verraderlijk geweeklaag van een fopidealist.

Men of Words: een documentaire over cassette-poëzie in Jemen

Een tijdje terug noemde ik hier het werk van Arabist Flagg Miller die onderzoek doet naar cassette-poëzie in Jemen. ‘Men of Words’ heet de film die Johanne Ihle voor haar afstudeer project voor visuele antropologie maakte over cassette-poëzie als middel voor sociale verandering. Janneke Adema schreef er reeds een mooi stuk over, waarin er meer valt te lezen over de achtergrond en inhoud van de film:

Packed in a burqa and carrying a camera (so I have been told), Ihle traveled into the vast mountains of Southern Yemen to the area of Yafi’ to record an ancient Yemenite tradition: a gathering of men, of poets, discussing and reflecting on current issues, politics, economics, social conditions and the local news and going ones via poetry. Clinging strongly to ancient oral traditions, at the same time the global media and communication streams have not gone unnoticed, even here in the localized context of Southern Yemen. Remarkable though – though not so remarkable as you first might think, as shall be explained later on – is that, in the light of increasing digitization and online media participation, the preferred means of recording and spreading these poetic discourses and reflections for Yemenite poets is the audio cassette. The specific media attributes of the cassette tape makes them into a strong moral weapon and communication and distribution device in a context of political and religious suppression and censorship.

Neem contact op met johanneihle[at]hotmail[dot]com om de film online te bekijken.

‘Afraid of the forest’ no more, of Susan Howe over Emily Dickinson en het gedicht als constellatie

(Met dank aan Shane Anderson voor de fotos).

-

Vorige week dinsdag gaf Susan Howe (1937) in The American Academy bij het Wannsee meer (de plek waar de fameuze bijeenkomst van Nazi officieren plaatsvond) een fascinerende lezing over Emily Dickinson. Howe sprak over het verschil dat er bestaat tussen de oorspronkelijke fragmenten zoals die gevonden zijn op stukjes los papier en envelop, en hoe die vervolgens zijn uitgegeven als zeer regelmatige, opgeruimde, veilige, gedichtjes.

img_0323

Howe toonde aan dat de oorspronkelijke gedichten radicaal zijn veranderd, ‘manhandled into print’ waren haar woorden (en ze legt meerdere malen de nadruk op het feit dat het twee mannen waren die zich over de nalatenschap van Dickinson hebben bekommerd). 1. De gedichten zijn extreem geredigeerd, veel woorden zijn vaak zonder vermelding weggelaten(!) (omdat dit niet paste in de vorm die de gedichten werd aangemeten). 2. De vorm / formele aspecten van de gedichten zijn ook compleet veranderd. De gedichten kregen een nette aanblik, maar, zo stelt Howe, deze keuzes leidden ook tot een versterken en voortduren van de constructie van Dickinson als een ‘afraid of the forest spinster’ die heel lieflijk in haar zolder kamer gedichtjes zat te schrijven.

Er was hoorbare verbazing in de zaal over de werelden van verschil tussen de oorspronkelijke versies en de gedrukte versies. De originele gedichten zijn namelijk veel speelser, gevaarlijker, en meer veranderlijk, dan de versies die lezers van Dickinson kennen. ‘Waarom wordt hier al niet jarenlang schande over gesproken?’ vroeg iemand uit het publiek.

img_0326

In sommige afbeeldingen vormt de tekst patronen, het schrijven loopt horizontaal en verticaal over het papier en door elkaar heen, de bekende Dickinson streepjes zijn aanwezig, maar ook kruisjes, en andere visuele tekens (waarvan helaas geen foto). In een ander voorbeeld heeft het papier zelf een afwijkende driehoekige vorm, die de tekst lijkt te hebben beïnvloedt (of andersom). Tenslotte zijn er dus visuele afbeeldingen; waarvan een stempel, maar ook een tekening (van Dickinson’s hand?) van een grafsteen.

img_0327

img_0328

Over de intenties van Emily Dickinson aangaande deze formele aspecten van haar gedichten kunnen we uiteraard eenvoudigweg niets / weinig zeggen omdat ze tijdens haar leven amper heeft gepubliceerd (6 gedichten?). De fragmenten die Susan Howe besprak zijn gevonden in de vorm van 40 zelfgemaakte kleine bundeltjes. Maar afgezien van Dickinson’s eigen intenties, blijft het feit dat deze oorspronkelijke versies de poezie in een heel ander daglicht werpen. De gedrukte, veilige, met wit afgebakende, regelmatige gedichten, tonen hun oorsprong in wilde, bijna uiteenvallende, geweld(ad)ige fantasie. Verder staan er veel meer elementen met elkaar in verbinding: niet alleen de taal en het wit van het papier, maar bijvoorbeeld ook de verschillende handschriften, de vormen van de woorden op het papier, de vorm van het papier, de verschillende onleesbare tekens, en tekeningen.

De gedichten zijn verzamelingen van veel verschillende elementen en worden gekarakteriseerd door een hybriditeit die de grenzen tussen visuele en literaire kunst vervaagt. Ze verblijven in wat Howe een tussenplaats noemt, wat men ook wel transversaliteit zou kunnen noemen – een netwerk van incongruente eenheden. Het is een begrip dat een meer inclusieve lezing toestaat dan één die alleen naar de talige aspecten kijkt.

De fotos en beschrijvingen zijn in zichzelf natuurlijk niet heel bijzonder. Wat zo ongelofelijk is, is het feit dat ze zo verschillen van het beeld dat over de jaren heen is geconstrueerd, van Dickinson als een verlegen, eenzame vrouw die op haar zolder kamertje gedichtjes zat te schrijven en in een kist verstopte, Uiteraard zijn er legio voorbeelden te noemen; Concrete poëzie, Ezra Pound, Charles Olson’s ‘page-as-field’, de experimenten van de Language dichters, Rachel Blau DuPlessis’ levenswerk Drafts, en ook werk van Susan Howe zelf, zoals dit stuk uit ‘Thorow’ (in Singularities, 1990):

thorow2

Mallarmé’s ‘Un coup de dés’ moet in deze context ook worden genoemd, een gedicht dat Louis Armand bespreekt in zijn essay ‘Towards a Techno-Poetic Method’ (Solicitations, 331), waarin hij een transversale leesmethode beschrijft. Armand leest het gedicht als een constellatie-gebeurtenis, in plaats van een lineaire opeenvolging van woorden (sorry, Mallarmé citaten zijn in het Engels..):

a flattening out of depth-of-field in the simultaneous vision of the page and the typographics of visual intensity, such that the mimesis of linear evolution of a meaning is broken apart, replaced by a generalised transversality, wherein, as Mallarmé writes, ‘NOTHING WILL HAVE TAKEN PLACE BUT THE PLACE EXCEPT PERHAPS A CONSTELLATION’.

mallarme_john_king_blog-prv

Dus het gedicht is niet langer een lineair verlopend verhaal dat de werkelijkheid (lijkt) te weerspiegelen; het wordt juist een gebeurtenis in zichzelf. Armand leest Mallarmé’s gedicht niet slechts als een beschrijving van kans, maar als een structuur wiens verschijnen zelf een gebeurtenis van kans is. Met andere woorden, het gedicht zelf is de worp van de dobbelstenen zoals die in datzelfde gedicht wordt beschreven, ‘A THROW OF THE DICE WILL NEVER ABOLISH CHANCE…NOT EVEN WHEN CAST IN ETERNAL CIRCUMSTANCES’ (Solicitations, 334).

Quentin Meillassoux, die stelt dat kans de enige constante natuurwet is schrijft ook er ook mooi over:

…the term contingency refers back to the Latin contingere, meaning ‘to touch, to befall’, which is to say, that which happens, but which happens enough to happen to us. The contingent, in a word, is something that finally happens – something other, something which, in its irreducibility to all pre-registered possibilities, puts an end to the vanity of a game wherein everything , even the improbable, is predictable. (After Finitude, 108)

Er zou een geannoteerde folio moeten komen van de gedichten van Emily Dickinson in oorspronkelijke staat. Dan zouden ze na al die tijd naast de gedrukte versies kunnen worden bekeken, en zouden lezers zelf kunnen bepalen in hoeverre de gedichten geweld is aangedaan.

Op de gang staan

Het is inmiddels bijna midden November. Nog steeds heb ik niets vernomen omtrent mijn bezwaarschrift ingediend tegen de beslissing van het Fonds der Letteren om mij geen stimuleringsbeurs toe te kennen, ondanks dat het Fonds der Letteren mij schriftelijk liet weten dat ‘ik vermoedelijk eind September bericht zou ontvangen’.

Het kernargument achter het afwijzen van mijn subsidie was dat een bepaald heerschap ‘op de gang was gaan staan’ toen mijn bundel werd beoordeeld. Het kernargument van mijn 10 pagina’s lange bezwaar was dat het absurd is te veronderstellen dat ‘ op de gang gaan staan’ iets met integere beoordeling te maken heeft, dat het een aanvraag stigmatiseert, en dat het commissielid dat bleef zitten aantoonbaar net zoveel motief had om negatief tegenover mijn persoon te staan. Duidelijk een setup, dus.

Gelukkig maar dat de rechter precies hetzelfde over dat ‘op de gang gaan staan’ als subsidielandfenomeen denkt. Op de website van Max Pam valt te lezen:

De Amsterdamse rechtbank vernietigde de beslissing van het Fonds voor de Podiumkunsten om de Theatercompagnie geen subsidie toe te kennen. In het vonnis werd erop gewezen dat een lid van de adviescommissie partijdig was, omdat hij voor zijn eigen groep Likeminds ook subsidie had aangevraagd bij datzelfde fonds.

Ik vermoed dat Theo verrukt zou zijn geweest van de uitspraak. Hij zou Thieu Boermans van de Theatercompagnie meteen hebben opgebeld om hem te feliciteren. Als filmer heeft Van Gogh ook altijd overhoop gelegen met subsidie-instanties. Nederland is vergeven van de kunstinstellingen, waarvan de leden op die een of andere manier gebruik maken van belangenverstrengeling. Het verschijnsel van “op de gang gaan staan” als jouw eigen subsidieaanvraag aan de beurt komt, is hier schering en in inslag.

Lees het hele artikel van Max Pam

‘Op de gang gaan staan’ als je eigen aanvraag beoordeeld wordt – wat een lachwekkend kinderlijke suggestie van integriteit. Uiteraard dient het absoluut uit den boze te zijn voor een commissielid om uberhaupt aanvragen in te dienen bij het Fonds waar hij zelf vingers in de pap heeft. In mijn geval is er nog meer aan de hand: het ‘op de gang gaan staan’ was niet het gevolg van een eigen aanvraag, maar de aanvraag van een ander. Ik ontving een brief van het Fonds der Letteren waaruit op te maken viel dat men de mening was toegedaan dat de beoordeling omtrent mijn bundel ‘eerlijk was verlopen’ omdat ‘er iemand op de gang was gaan staan’.

Ze hebben het er schijnbaar lastig mee, want twee maanden nadat ik antwoord zou krijgen heb ik nog steeds niks gehoord. Zou er soms iemand wat te lang op de gang gestaan hebben, denk je dan. Men zou eens een onderzoek moeten verrichten naar het psychologisch profiel van mensen die graag in beslissende functie op de gang gaan staan. Ik kan me herinneren dat je vroeger vooral ‘op de gang ging staan’ als je een stouterik was. Schijnbaar kerft zo’n vertrouwde handeling zich toch diep de moralistische opmaak van de wat zwakkere menselijke soortgenoot in.

[quote id=7]

Schlemiel Ratelband en de norm

Ratelband is als schlemiel net zo nuttig voor de media als Wilders. Kijkcijfers vereisen schlemielen. Democratie vereist schlemielen. Zonder schlemielen kijkt of stemt niemand meer. Ergo, de dikbetaalde schlemiel is de brandstof van de mediacratie: brood en spelen.

Een van de meer hardnekkige misverstanden tegenwoordig is het idiote idee dat de ‘meerderheid de norm bepaalt’. Dat is in een democratie nu juist niet zo. Ten eerste is seksualiteit als zodanig geen ‘norm’, want iets is pas een norm als er ook een achterliggende waarde aan gekoppeld kan worden. De uitspraak ‘Homoseksualiteit is afwijkend want wijkt af van de norm’ is retorische onzin.

Wat je wel zou kunnen zeggen is: ‘Homoseksualiteit is bij heteroseksuelen afwijkend van de norm’. Dat is een correct standpunt. Heteroseksualiteit is in Nederland echter niet ‘de norm’ – wie dat beweert heeft niets maar dan ook helemaal niets van de principes van de democratie en de secularisatie begrepen.

Wij hebben met elkaar afgesproken dat seksualiteit een persoonlijke vrijheid is. Dat eenieder vrij is in het beleven en uitoefenen van zijn seksualiteit, wat deze verder ook behelst. Dat is onze ‘norm’. Ratelband wijkt dus juist van deze norm af. Ratelband beweert dat ‘heteroseksualiteit de norm is’ alsof Nederland in een Iran is omgetoverd, waar heteroseksualiteit inderdaad ‘de norm’ is.

Je ziet dit misverstand wel vaker, het idee dat ‘de meerderheid’ automatisch bepaalt wat de ‘norm’ is. Het is echter een protofascistisch principe, zeker geen democratisch. In een democratie worden minderheden juist beschermd doordat er ‘normen’ worden ingesteld die juist niet gebaseerd zijn op het alleenrecht van een meerderheid.

Daarna maakt Ratelband het nog een stapje bonter door als wanna-be demagoog te pogen de veronderstelde ‘volkswoede’ over het verhogen van de AOW leeftijd naar de homogemeenschap te kanaliseren. Moet jij langer doorwerken? Dat ligt aan die homo’s! Niet vreemd dus dat deze griezelige mijnheer in hetzelfde stuk de zin van zijn bestaan prijsgeeft: ‘Ik ben hier om me voort te planten’..

Open Access poëzie

Nog even over Open Access en poezie. Een idee voor uitgevers: als grote uitgeverijen het toch niet moeten hebben van poezie, waarom dan niet hun bundels gratis online plaatsen (uiteraard alleen van die dichters die daar zin in hebben)? Vergelijk bijvoorbeeld deze vindingen uit de muziekbranche uit dit recente rapport over de economische en culturele gevolgen van file-sharing:

‘…mensen die wel eens downloaden kopen gemiddeld evenveel muziek, meer dvd’s en meer games dan mensen die nooit downloaden.’

Salt Publishing geeft al een aanzet. Ze voegen op hun site redelijk lange previews toe bij nieuwe boeken in de vorm van neerlaadbare PDF documenten. Bijvoorbeeld van deze bundel van Tony Lopez, met fabelachtige gedichten. In de filosofie is dit al veel meer in opkomst. Re.press de uitgeverij van hedendaagse filosofie stelt bijvoorbeeld veel, net uitgebrachte, boeken meteen online beschikbaar.


Marcuse documentaire

‘He had at least 20 to 30 figurines of hippopotamuses. Pink hippopotamuses, green hippopotamuses, hippopotamuses with their mouths wide open, hippopotamuse candy jars. And he loved hippopotamuses, he would speak of them as a bizar animal, and he felt they embodied the reality of absurdity and the immense possibilites of the imagination.’ Dat is oud student Peter Zelin over Marcuse in de documentaire ‘Herbert’s Hippopotamus: Marcuse and Revolution in Paradise’:

-

This documentary examines the turbulent life in California of political philosopher Herbert Marcuse (1898-1979), author of One-Dimensional Man, Reason and Revolution and Eros and Civilization, among other books, professor of philosophy at the University of California San Diego, and a visionary and influential force for the student movement worldwide during the Sixties and Seventies. Blending archival footage, interviews, re- created scenes and voice-over narration, the video profiles not only the life of Marcuse but also the history of student protest and social activism. The video features interviews with Marcuse’s student Angela Davis, former UCSD Chancellor William McGill, colleagues Fredric Jameson and Reinhard Lettau, and rare footage of Marcuse and former California Governor Ronald Reagan. Directed by Paul Alexander Juutilainen

-


Kort Duits

Deutsche Welle meldt dat Duitsland  ‘Das Weisse Band’, de nieuwe film van Michael Haneke heeft gekozen als de Duitse inzending voor de Oscars. De film handelt over een klein Protestants dorp in Duitsland, in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. De keuze werd in Oostenrijk becritiseerd, want al was de film een samenwerking tussen de twee landen, Haneke komt uit Oostenrijk.

-

Infinite Jest, de vuistdikke roman van (de vaak als ‘genie’ omschreven) David Foster Wallace (die vorig jaar zelfmoord pleegde) is vertaald naar het Duits.

-

Honderd Duitse academici worden verdacht van fals spelen bij het behalen van hun Doctorgraad. De prestige om zich ‘Doctor’ te mogen (en misschien vooral laten) noemen is blijkbaar voor vele meer waard dan het werk om die titel zelf te behalen; volgens dit artikel in de Zeit werden er onder andere spookschrijvers bedragen tot 20000 Euro betaald om grote delen van proefschriften voor de promovendi te schrijven

Gesigneerde Mein Kampf geveild

Ik wist even niet zeker of ik het goed had gezien toen ik het gisteren in een Engelse boekenwinkel zag staan tussen de uitgebreide afdeling (voornamelijk secundaire) literatuur over Berlijn en de Tweede Wereldoorlog. Mein Kampf (dat overigens in zijn geheel op internet is te lezen) mag in Duitsland blijkbaar verkocht worden. Dat is volgens Wikipedia niet zo in bijvoorbeeld Oostenrijk en China. In hoeverre het boek in Nederland mag worden verkocht blijft op Wikipedia enigzins onduidelijk.

Nu meldt de Guardian dat er een door de auteur gesigneerd exemplaar (hoe raar dat ook klinkt) verkocht is voor £21,ooo. Hitler gaf het boek in Landsberg gevangenis, waar hij in 1923 vast zat na een mislukte poging de macht te nemen, aan een medegevangene. Er is op dezelfde veiling ook een self-portret verkocht voor £12,300.

Bezwaarschrift & een sociale buurt

Jullie horen niet al teveel van me. Dat is omdat ik erg druk ben met wat nieuwe projecten. Loewak gaat binnenkort ook in opzet veranderen: er blijft een kernredactie over en de rest verhuist naar elders, maar daarover later meer.

De laatste twee maanden waren denk ik de gelukkigste maanden van mijn leven. Dat heeft ermee van doen dat ik me bijzonder gelukkig voel in de nieuwe buurt waar ik woon. Het is namelijk de meest sociale omgeving waar ik ooit heb mogen wonen, en ik heb toch op aardig wat plekken gewoond. Basaal bezien betekent dat dat ik een groot deel van mijn dag aan het gemeenschappelijke zwembad doorbreng. Het frappante is dat ik de enige aanwezige vent ben, tussen een stuk of 20 erg vriendelijke en soms ook bekoorlijke meisjes en dames. Dat is omdat hun mannen moeten werken, uiteraard, en dat vind ik ook helemaal niet erg. Of dat lang goed kan gaan weet ik niet, maar theoretisch levert het in elk geval tot nu toe geen problemen op.

Ons zwembad

Het is een fantastische buurt. Ik merk dat sociaal zijn ontzettend leuk is. Mijn overbuurmeiden zijn twee kunstenaressen die in de Yacht design business zitten en daar ga ik nu ook in zitten. Een van hen leert me nu dagelijks Turks, dus dat schiet een stuk beter op. Kortom, ik vermaak me hier uitstekend, morgen geef ik Pool party ter ere van mijn verjaardag, alle dames waren al aan het bakken geslagen naar verluidt dus dat wordt weer flink bikken morgen, zoals elke dag eigenlijk. Het is een raadsel dat ik mijn gewicht op peil heb weten houden. Ik luister veel naar Wham.

Wat hebben we verder nog. O ja, ik had geen stimuleringssubsidie gekregen van het Fonds van de Letteren. Belachelijk natuurlijk. Uiteraard heb ik een flink bezwaarschrift geschreven, want je moet je niet zomaar bij de gebakken peren neerleggen dat doe ik morgen wel. Ik citeer een klein stukje uit het bezwaarschrift:

“Mijn primaire bezwaar tegen het Fonds van de Letteren in zijn huidige opzet is dat het Fonds tegenwoordig alleen nog bestaat uit mensen die op basis van hun ‘referentiele’ ervaring zijn aangenomen en niet wegens hun daadwerkelijke aanzien of prestaties in de gemeenschap der Letteren. Er ontstaat zo, net als in Den Haag, een bovenlaag die totaal de voeding met de achterban kwijt is, omdat de natuur of het wezen van zulke referentiele ervaring is dat iemand al zijn tijd moet stoppen in het lobbyen en hebben van nevenfuncties om de referentiele ervaring geloofwaardig te houden – het ontbreekt hem dus aan tijd boeken te schrijven die voor daadwerkelijk aanzien zouden zorgen – met als gevolg dat iemand uiteindelijk vooral goed blijkt in het hebben van referenties en nevenfuncties en met politiek of literatuur pro forma weinig te maken heeft. Zo kan het gebeuren dat wij Ministers van Economie hebben met nauwelijks enige economische ervaring, zo kan het gebeuren dat het Fonds van de Letteren vol zit met mensen die barsten van de referenties maar nauwelijks iets op literair vlak hebben gepresteerd.

Wie niet ziet waarom zo’n ‘perpetuum mobile’ van referentiele ervaring bezwaarlijk is in het geval van het Fonds van de Letteren denkt niet goed na. We hebben hier te maken met een persoon die in zijn functie andere dichters moet gaan vertellen welke richting zij in zouden moeten slaan (‘werkplan op kwaliteit toetsen’ noemen jullie dat, geloof ik). Wie beargumenteert dat dit geen superieur inzicht in de mechanisaties van de poezie en het dichterschap vereist is, mijns inziens, ofwel totaal niet serieus over het systeem waarin hij wordt geacht te geloven (‘het is nou eenmaal zo’) of het ontbreekt hem aan de intelligentie in te zien dat wij hier te maken hebben met een literair ponzi schema dat, door middel van de luchtbel van referentiele ervaring, de hele financiele structuur van de Nederlandse Letteren in bedwang houdt. Op dit punt is een vergelijking met de huidige kredietcrisis best op zijn plaats, waar een vergelijkbare problematiek speelde.”

Uit: Hoofdstuk 2 van het Bezwaarschrift tegen het Fonds van de Letteren, ‘Structurele tekortkomingen in de procedures en werkwijzes van het Fonds van de Letteren’

Nu weer aan het werk, maar eerst een mooi feest houden. Ik hou jullie op de hoogte van de ontwikkelingen omtrent Loewak.

Martijn

Benders’ Holland tour june 2009

Mijn tour naar Nederland van precies 10 dagen was grotendeels fantastisch. Het significeerde een nieuwe start in mijn leven. Allereerst de geboorte van mijn nieuwe dichtbundel ‘Bilderberg’:

Bilderberg wordt een dichtbundel van rond de 200 gedichten. Ik ben ermee begonnen nu en heb de gedichten ‘de geschiedenis van de wereld’ en ‘zet een hond op en verklaar de liefde’ geschreven. Ik verwacht nog 1 tot 2 jaar met de bundel bezig te zijn.

Dit ben ik voor de auto van de koningin:

Ook een keerpunt, vooral omdat het niemand is opgevallen: onze performance op de Buddingh’ avond. Hiervoor ben ik een speciale website aan het openen. De website neemt de performance als uitgangspunt en bouwt dit uit tot een allesomvattend concept voor literatuur.

De avond van de Buddingh’ 2009 was een van de mooiste avonden van mijn leven. Het hele idee dat er een machtscentrum bestaat vanuit waar de realiteit wordt aangestuurd werd op deze avond sterk bevestigd. Die avond bevond dat machtscentrum zich overduidelijk in cafe Floor.

U hoort nog van mij.

De nieuwe definitie van het humanisme

Een paar maanden terug liet de regering Obama weten dat zij van zins waren ‘de humaniteit van guantanamo bay voor de gevangenen te verbeteren’.

Een eigenaardige zin, want hoe verbeter je de humaniteit van 7 jaar lang illegaal ontvoerd zijn en opgesloten zitten?

Inmiddels is duidelijk wat Obama daarmee bedoelde. De humaniteit zit hem erin dat wij hun wens vervullen. En hun wens is dood te mogen gaan zonder proces. Immers, het zijn terroristen en die willen martelaar worden.

En dus moeten er nieuwe wetten worden ingevoerd die militaire rechtszaken mogelijk maken waarin mensen na marteling schuld mogen bekennen zonder rechtszaak waarin men moet bewijzen dat er daadwerkelijk sprake van schuld is.

Lees het artikel in de NY Times

Wat wij dus van de regering Obama hebben kunnen leren is dat:

1) Martelen eigenlijk niet mag maar dat, als je het doet, je je plicht doet en niet vervolgd kunt worden
2) Dat humanisme in de 21e eeuw het executeren van gevangenen zonder proces is.

Wat ik ook heel eigenaardig vind is dat argument dat deze gevangenen niet kunnen worden vrijgelaten omdat ze in het land van oorsprong ‘kans lopen vervolgd te worden’. Kunt u het zich voorstellen, u wordt door een vreemde mogendheid in uw eigen land ontvoerd, naar het andere eind van de wereld verscheept en na 7 jaar laat men weten dat u niet vrijgelaten kan worden uit humaniteit, want u zou in uw eigen land wel eens vervolgd kunnen worden.

Volgens Zizek is Obama niets dan ‘hetzelfde kapitalisme, maar dan met een vriendelijker gezicht’. Ik zou daar aan toe willen voegen dat het een wel heel eigenaardig vriendelijk, humaan gezicht is. Typerend voor dit ‘nieuwe humanisme’ lijkt vooral dat het toegespitst is op mensen die moeite hebben hun aandacht langer dan 2 secondes op een bepaald standpunt vast te houden. Mensen die zo’n bericht lezen en denken: ja, inderdaad, ze willen zelf dood. Geef die terroristen maar wat ze willen, als beloning omdat wij toch een beetje stout geweest zijn’.

Ook heel interessant: geen woord over deze kwestie op CNN en andere grote amerikaanse nieuwssites

« Previous Entries