politiek

De koffiejuffrouwen aan de macht

Volgens de Vlaamse filosoof Johan Sanctorum zouden wij in een gerontocratie leven, en is de enige mogelijke oplossing het invoeren van een matriarchaat. Daar schrijft hij hier over. De gedachtengang is logisch: op een planeet waar resources steeds schaarser worden kun je inderdaad de leiding beter niet aan het bluffende, spilzieke bronstklasse van de man geven.

Toch denk ik niet dat een matriarchaat de problemen op zou lossen – hoogstens zou de mensheid ietwat trager en wellicht aangenamer naar de afgrond lopen, hoewel je ook daar je vraagtekens bij kunt stellen. Als ik de verzameling incompetente koffiejuffrouwen zie die in Den Haag voor ‘leidinggevenden’ zouden moeten doorgaan (hoewel de ‘postmoderne leiding’ altijd het slachtoffer als machthebber is – van Geert Wilders tot Job Cohen tot de kleurloze koffiejuffrouwen van Groen Links – niemand heeft verantwoordelijkheid, iedereen is een slachtoffer van het systeem.

Dat groteske idee, dat je aan de macht kunt zijn en toch steeds het slachtoffer spelen – gecombineerd met de adembenemend snelle corrumpering van de smaak – een jaar of 3 geleden ben ik uit principiele gronden gestopt met films kijken, omdat mij duidelijk werd dat er iets anders aan de hand was dan dat er alleen maar films gemaakt werden die als doelgroep de domste domoor uit de klas hadden. Ik begon te begrijpen dat het helemaal niet om een doelgroep ging, maar om een algeheel smaakvirus – eerst dacht ik nog dat het Pentagon gewoon alle scriptschrijvers uit hollywood hadden opgekocht, waardoor plots alle films door een zootje vreselijke amateurs in elkaar werden geknutseld, maar toen ik de ‘officiele kritieken’ doornam, waarin absolute baggerfilms als ‘Black Swan’, films die een beetje tiener nog te kinderachtig zou vinden, de hemel ingeprezen worden als een mijpaal in de filmkunst – daar kan een redelijk mens toch niets anders in zien dan een enge ziekte.

Naar mijn idee is het een combinatie van factoren die tot deze alarmerende algemene debilisering heeft geleid. De belangrijkste factor, vermoed ik, bestaat uit een groot misverstand en een grote politieke miskleun.

Het misverstand is het jaren 60 idee dat DNA eeuwig vaststaat en dat alles op die wijze een beetje is voorbestemd. De moderne wetenschap is daarvan allang teruggekomen: DNA blijkt juist erg dynamisch, en alles wat we zo’n beetje doen heeft directe invloed op de kwaliteit van ons DNA, en dan met name wat we eten.

De grote politieke miskleun is dat we, toen we nog net iets meer dan een schijndemocratie waren, geen wetten en mechanismes in hebben gesteld om te voorkomen dat er weer fascistoide principes de samenleving gaan uithollen.

Vandaag las ik dat de Hoge Raad in de VS moest gaan beslissen of zwangere vrouwen stroomstoten mogen krijgen toegediend of niet als ze ongehoorzaam zijn aan een man met een pet. Aan de andere kant van de wereld knallen avonturiers in vreemde landen met onbemande vliegtuigjes van alles en nog wat dood, in de hoop dat er ook een vijand bij zal zitten. Dit vind men schijnbaar de normaalste zaak van de wereld, in het Alzheimer Walhalla.

Maar meer ter zake: de fascistoide principes waarover ik spreek zijn hele praktische. Bijvoorbeeld het idee dat je van alles en nogwat in voedsel mag stoppen, zodat mensen er verslaafd aan raken, en dat je iets er pas weer uit hoeft te halen als onomstotelijk vaststaat dat het schadelijk voor het lichaam is. Een kind kan de was doen en bedenken dat je altijd tot in den treure wetenschappers kunt betalen die zullen aantonen dat het allemaal toch niet echt bewezen is.

Niemand heeft mij echter kunnen uitleggen waarom niet precies het omgekeerde principe geldig is: je mag pas een substantie aan voeding toevoegen als onomstotelijk vaststaat dat het absoluut onschadelijk is voor de mens.

Schijnbaar neemt de mensheid de kwaliteit van haar DNA en dus ook haar nageslacht niet zo heel erg serieus. En inmiddels zitten we al met de gebakken peren. Natuurlijk, ook het eroderende onderwijs en de nogal schlemiele ‘richting’ die politici ons economisch meegaven (‘de kenniseconomie’) spelen een rol, maar ik durf best te stellen dat de erosie van de menselijke smaak nooit zo hard achteruit is gegaan als dat afgelopen 10 jaar het geval is geweest.

Een matriarchaat zet dan weinig zoden aan de dijk. Zo’n pathetische koffiejuffrouw die vroeger de huishoudschool gedaan zou hebben op het Haagse pluche – het middelmatige, dat was vroeger aan de macht. Wiegel, Bolkesteijn, van Agt – keurige, opgevoede en tamelijk middelmatige mensen. Een wereld geleid door koffiejuffrouwen zie ik echter geen complexe noodoplossingen verzinnen voor wereldproblemen. Daar heb je uitzonderlijke mensen voor nodig – en daar had zelfs de middelmaat al een broertje dood aan.

Vampire

Schrikken. Heel erg schrikken.

Mijnheer Lawson moest heel erg schrikken toen hij hoorde dat de Raad van State eigenlijk ook vindt dat een subsidiecommissie geen mensen mag bevatten die zelf ook subsidieaanvragen doen:

http://nos.nl/audio/145972-george-lawson-over-schijn-van-belangenverstrengeling-bij-nederlands-fonds-voor-podiumkunsten.html

Nu het Letterenfonds nog, waar deze praktijk ook is ‘ingeburgerd’ (ook bij mijn afgewezen aanvraag ging er ‘netjes een commissielid op de gang staan’). Zouden die straks ook zo gaan schrikken? Tja, je moet iets, als je verder alle denkcapaciteit moet ontberen.

Dezelfde zwatelhans staat vandaag in Elsevier te roepen dat de kunstbezuinigingen toch wel erg nuttig zijn:

Lees ‘Bezuinigingen op cultuur leidt tot oplossingen’

Met zijn compagnon Joop Daalmeijer, “Hoofdredacteur en programmaleider van het televisiekanaal BVN” – de man heeft duidelijk de juiste referenties.

Dat ze maar eens op die ‘Raad voor Cultuur’ bezuinigen. Weg met deze inteeltkliek die met elke wind meewaaien. En als het windje even draait, goh, dat is even schrikken! En dan weer over tot de orde van de dag.

Kersttoespraak Benders 2011 – Pjotr heeft een duim

Kersttoespraak 2011

Wat mij shockeerde aan een stad als Mumbai – waar ik ‘s nachts binnenvloog en wat wel een soort pastische op de hel leek van Bosch, al rijdend in zo’n belachelijk klein taxietje langs de krottenwijken waar iedereen ter plekke ook ‘s nachts zijn afval aan het verbranden is – wat mij daaraan shockeerde is eigenlijk precies hetzelfde als wat me shockeerde aan dat verhaal van die Oostenrijkse griezel Fritzl: dat er mensen bereid zijn zo lang het slachtoffer te spelen. Die Fritzl hield 30 jaar lang een vrouw opgesloten in de kelder. Maar wie even nadenkt weet dat het niet moeilijk is iemand te doden, ook niet als er geen enkel wapen voor handen is. Het vereist slechts een goed uitgekiende klap, tegen het neusbotje, dat op zichzelf als een wapen dient in het gezicht.

Toch zie je dat zo’n vrouw er schijnbaar genoegen mee neemt dertig jaar door zo’n griezel te worden vastgehouden. Toch zie je dat er schijnbaar mensen zijn die liever in zo’n ellendige krottenwijk zitten terwijl op een dag lopen afstand ze midden in het bos zouden zitten waar ze hun eigen eten gewoon bij elkaar kunnen jagen.

Dat is precies het shockerende aan de menselijke natuur: dat er altijd griezels en tirannen zullen blijven vind ik geen rare gedachte, want zolang mensen zich zo passief, geestloos en als een slachtoffer opstellen vragen zij immers erom uitgebuit te worden door zulke onaangename figuren.

Mij is dan ook het medelijden met zulke mensen vreemd, omdat ik heb feitelijk zie als de oorzaak van de ellende, en niet als het gevolg. Wij zitten met die tirannen en griezels opgescheept omdat er zulke grote aantallen mensen zo’n verschrikkelijk foute levenshouding hebben.

Medelijden zal ik eerder hebben met het tegenovergestelde: een heel getalenteerde man die dankzij de stompzinnigheid van de massa niet uit de verf komt. Iemand met het talent van een groot dichter of schilder die in een ‘pleeschoonmakerskaste’ geboren wordt en er ondanks verwoede pogingen niet uit weet te ontkomen.

Maar dat is een situatie die in het Westen zich nauwelijks voordoet – in India, met zijn afgrijselijke kastensysteem, een van de meest fascistische systemen die een onmens zou kunnen verzinnen – daar kun je daadwerkelijk geboren worden in een bepaalde rang zonder een echte mogelijkheid eruit te ontsnappen. Maar zelfs dat is relatief: een inventieve ziel zou gewoon naar een andere plek lopen.

Wat je wel hebt in alle werelden: zielen die te verfijnd en gevoelig zijn om met ons grove tijdperk uit de voeten te kunnen. Mensen die meestal eindigen als verslaafde, of in een gesticht. Daar zit ook heel veel verspild talent tussen – de mensen die het goed doen op de apenheuvel zijn doorgaans de grovere tiepes met een dikke laag eelt op de ziel. Mensen die het denken bijna compleet vreemd is, laat staan de zelfkritiek. Ons systeem bevoordeelt de oppervlakkigen – je moet al erg oppervlakkig zijn om te geloven dat kwaliteit in een CV te vinden zal zijn. Honderd mislukte projecten, en je hebt een indrukwekkend CV. Maar één fantastisch gelukt project, en je bent iemand zonder aanzien, zonder CV, ze zullen je uitlachen, 1 projectje maar? Zo’n denkwijze die gebaseerd is op referentiele autoriteit bestaat bij gratie van de mislukking: men wil dat steeds alles afgeraffeld wordt, en mislukt, zodat men een toren van referenties kan opbouwen. Zie toch mijn toren van Babel aan, ik ben een belangrijk persoon. Ik heb een spoor van vernieligen achter me gelaten, alles om u maar deze Toren te kunnen laten zien. Ziet u toch eens mijn fantastische toren, hij strekt zich uit tot aan de wolken! En helaas kunnen de mensen daar ver beneden weer de klappen opvangen.

Bovenstaande kwam allemaal in me op toen ik vanmorgen bij de eerste koffie volgend filmpje zag:

Gepresenteerd als een soort zielig kerstverhaal. Pjotr woont al vijf jaar onder de grond. Schijnbaar snapt hij niet hoe hij zijn duim kan opsteken en naar een mooi palmenstrand kan liften. Ik zie niet in waarom die man zielig is. Hij leeft net als een konijn in een prachtig hol, zelfgegraven, en als hij het sigaretten roken en de kou beu is moet ie maar naar een warmere plek liften. Ik vind mensen in rijtjeshuizen met levensverzekeringen veel zieliger.

Ene ‘Barbara’ kwam me op feestboek kastijden toen ik mijn mening over Pjotr kenbaar maakte. Pjotr moest en zal een verschrikkelijk zielig mannetje gevonden worden. En ik was een totaal gevoelloze bruut om zo over Pjotr te durven spreken. Mijn antwoord:

Heb jij ooit zo geleefd als die Pjotr, Babsie? Vast niet. Ik wed dat jij al je hele leventje gepamperd leeft en de luxe hebt de hele dag in je gevoelentjes te zwelgen. Ik heb wel een jaar of zes net als die Pjotr geleefd. Een leuke en moeilijke tijd.

Ook dat hielp niet. Pjotr zou namelijk wel eens een autist kunnen zijn. En ik was het onmens die dat niet wou beseffen. Nog eens in de pen geklommen:

Pjotr is geen autist maar juist een moedige kerel, die een mooi eigen huisje bouwde midden in de natuur. Dat hij last van ratten heeft is te wijten aan zijn gebrekkige vermogen tot probleemoplossing een stuk gaas doet al wonderen. Dat dit als ‘zielig’ gepresenteerd moet worden in plaats van ‘bewonderenswaardig’ door zwelgende figuren die liefst iedereen in een rijtjeshuisje met een levensverzekering zouden wegproppen: dat is juist het echte probleem. De natuur mag niet bestaan van mensen als jij.

En daar eindigt de kerstboodschap van dit jaar: koester ook eens een stuk bewondering voor iemand als Pjotr, die juist eens zijn probelemen op een natuurlijker wijze probeerde oplossen. Wie Pjotr alleen maar zielig kan vinden vernietigt in feite zijn ziel. Want waar is het respect gebleven voor een man die duidelijk inventiever was dan al die mensen die dag in dag uit gepamperd worden door de welvaartsstaat?

Resistance is futile. Meet your subsidieborg. The future of Dutch Letters.

Gerrit Komrij stelde op zijn facebook profiel een filosofische vraag. ‘Als mensen het woord ‘vernieuwing’ gebruiken WAT wordt er dan precies vernieuwd? Er volgde een ellenlange discussie waarin uiteraard ook Arnoud van Adrichem zijn steentje kwam bijdragen.

Gerrits vraag is natuurlijk relevant. En al even relevant is van Adrichems antwoord: vernieuwing is volgens hem vooral technologische vooruitgang. Een rastechnocraat, dus.

Dat blijkt ook wel uit zijn poezie, waarin hij de lezer als een BORG toespreekt. U moet dit. U vindt dat. U vindt formuleren in de gebiedende wijs zeer poetisch. U zult vernieuwd worden.

De mooiste faux pas komt wel mijn oud-redacteur Jasper Henderson toe, die in de poeziekrant poogt te betogen dat OMDAT de debuutbundel VIS zeer wisselend werd ontvangen hier wel sprake moest zijn van interessante poezie.

Zo lust ik er nog wel een paar.

In de recensies van van Adrichems werk duikt angstvallig vaak het woord ‘vernieuwend’ op. De ene na de andere recensent verklaart als een bekeerde Paulus dat we hier te maken hebben met de nieuwe verlosser in eigen persoon, met de vleesgeworden vernieuwing. Maar gek genoeg is er geen één recensent die ook even verklaart wat er dan precies zo vernieuwend is aan die poezie van van Adrichem – hebben die mensen dan echt nog nooit gehoord van Agit Prop? Menen zij nu echt serieus dat er nooit poezie is geweest die bestaat uit louter reclameboodschappen? Hebben zij dan niet het kunsthistorische bewustzijn om te weten dat zulks in kunstcontreien vooral in de jaren 80 erg gangbaar was en dat ook in de literatuur rond die tijd de Agit Prop welig tierde, sterker nog sloganesque poezie is zo oud als methusalem. Ontbreekt bij al die recensenten dus wellicht het literair-historische besef om werken uberhaupt te kunnen duiden? Daar lijkt het toch wel verdacht veel op.

Bij Van Adrichem zelf ontbreekt dat besef natuurlijk niet – en vandaar dat hij zich op zo’n gigantisch bekrompen tunneldefinitie van ‘vernieuwing’ concentreert: voor hem is de vernieuwing ‘de technologische vooruitgang’. De Gadget-avantgarde. Altijd bereid de nieuwste snufjes op poezietterrein aan u te verkopen. Resistance is futile. Eerst definieer je de realiteit tot een tunnelvorm, en dan ga je zelf aan het einde van die tunnel staan. Meet your creator.

“A poet whose inventiveness and incisiveness is architectural in its care – witty, adventurous, circuitous and at ease with its own intelligence, the work of Arnoud van Adrichem, one of the most remarkable poets and critics Holland has produced in the last decade, stands as an example of how international traditions, multiple languages and a shift in political culture, will not waylay a brilliant poet from writing brilliant poetry. (…) It is hard to look past Arnoud van Adrichem as a fundamental part of the future of Dutch letters.” staat op de website van Arnoud van Adrichem te lezen.

Ook op andere terreinen boeken de Borgs grote vooruitgang. Thomas van der Dunk belicht in een goed stuk op de Volkskrant de procedure rond de benoeming van Donner:

Lees ‘De Onderkoning van Den Haag’

Ook hier weer die stereotiepe ‘Borgesque’ autoriteitsdefinitie: verzet is zinloos. Men neemt niet eens de moeite meer om de hele procedure geloofwaardig te laten lijken, wat eigenlijk de essentie van propaganda is: men heeft schijnbaar die propaganda niet meer nodig.

Juist dat is het typische van de afgelopen 12 jaar – die ont-propagandisering – en juist daarom is van Adrichem met zijn Propagandapoezie juist verschrikkelijk ouderwets en helemaal niet aangesloten op de tijdsgeest: want dan had onze jonge bejaarde wel een poezievorm weten verzinnen die de essentie van het huidige tijdsgewricht liet zien, en dat is dus juist niet die propaganda. In de jaren 80. toen was Agit Prop relevant, in de hoogtijdagen van de kapitalistische propagandamachine. Juist daarom was Laibach toen precies op zijn plek. Juist daarom maakt Laibach nu geen Agit Prop meer. Die mensen zijn namelijk daadwerkelijk intelligent.

Natuurlijk interesseert het mij persoonlijk geen zier of iets wat ik schrijf ‘vernieuwend’ is. Net als dat Tonnus Oosterhoff of enig ander dichter een millimeter zal weten boeien – Tonnus maakt die nogal belegen flashfilmpjes vast niet vanuit het idee dat hij perse vernieuwend moet zijn, en dat hoeft ook helemaal niet – we zitten immers niet in een productenwedloop – die hele kapitalistische vernieuwingswedloop heeft echt geen zier met kunstproductie te maken.

De nieuwe autoriteit, waarvan van Adrichem een exponent is, heeft echter zoals van der Dunk opmerkt in de Volkskrant, sterk dictatoriale trekjes. Ook een zekere cultuurhaat tref je in zulke contreien aan – bijvoorbeeld in de manier waarop ze zich uitdrukken naar de oude autoriteiten. ‘Pas je wel even op je Hart, Gerrit’ schreef van Adrichem laatdunkend op Facebook. Waarom denkt een man die krap twee boekjes geschreven heeft zich zo laatdunkend te kunnen opstellen tegen iemand die stilistisch ver boven hem uitsteekt? Omdat Gerrit niet in de tunnel past. Die tunnel met de stropdasachtige schaduw op het einde.

De Donnertunnel. With the Future of Dutch Letters.

De massamoord als natuurfenomeen

Even een nieuwe post om een punt aan te halen wat Rik maakte in de discussie rond psychiatrie:

Als je de mens op een natuurlijk wijze zijn of haar gang laat gaan zou je waarschijnlijk Rik (met een knuppel) in een boom en Martijn in een andere boom (ook met knuppel of met een speer) vinden en afhankelijk van wat er langs komt de volgende reacties zien.
-vrouw, neuken. Tegenwoordig onder druk van die vreselijke feministische lobby heet dat verkrachting, maar in feite is het heel natuurlijk, normaal menselijk (mannelijk in ieder geval), gedrag, wij moeten ons voortplanten.
-ander soort persoon (niet tot de eigen groep behorend), zeg iets met baard en een soort jurk, laten we ze voor het gemak Moslims noemen, doodmaken.
Mag tegenwoordig door de pol. cor. lobby ook al niet meer.
- ander levend wezen, lunch.

Helaas zijn deze observaties gebaseerd op compleet foutieve biologische aannames. Je ziet dat soort misverstanden wel vaker, maar het idee dat dierlijk gedrag simpel is en het menselijke complex klopt voor geen bus. Rik’s punt dat Breivik zich juist natuurlijker gedroeg dan de rest van Noorwegen is uitermate vals, omdat het fenomeen ‘massamoord’ in de natuur juist helemaal niet voorkomt. Het is een fenomeen dat alleen bij de mens bestaat.

Waar zit precies de fout? In de nogal simplistische aanname dat dierengedrag doodeenvoudig is. Wij mensen hebben allerlei paringsrituelen, maar dieren verkrachten elkaar ogenblikkelijk. Dat dat idee niet klopt kan elke bioloog je echter zo uitleggen. Paringsgedrag van dieren is net zo complex als dat van de mens. Zo er al sprake is van ‘verkrachting’ in de natuur is dat wel een soort verkrachting die zeer statusafhankelijk is.

Maken dieren tegenstanders zomaar af? Ik heb nog nooit gehoord van een leeuw die een neushoorn te lijf ging. Een leeuw dood omdat hij eten nodig heeft, niet omdat hij zich superieur waant over neushoorns.

Het fenomeen ‘massamoord’ bestaat in de natuur niet. Het vereist een bepaalde geestelijke gesteldheid die het dier onbekend is. Het vereist het idee dat jij zo superieur bent, dat je achteloos alles in je omgeving kunt vernietigen, met als enig motief je eigen vermeende superioriteit.

Het is de logica die je in slachthuizen aantreft, het is de logica van Breivik. Natuurlijk is die logica helemaal niet, sterker nog het is precies de meest onnatuurlijke logica die je kunt aantreffen op deze aardbol. Het idee van superioriteit is in de natuur namelijk altijd gebaseerd op de werkelijkheid: de leeuw met mooiere manen is superieur, de pauw met een grotere staart. De mensenwereld zit echter vol met schepsels die menen superieur te zijn gebaseerd op onzichtbare, abstracte kwaliteiten. Een soort poeziekenners, zeg maar. Die met alle genoegen genadeloos alles in zicht uitwissen, als dat hun superioriteit maar ten goede komt.

Nee, Rik, met zo’n natuurdefinitie kom je bij mij niet weg. Die is namelijk gebaseerd op precies hetzelfde superioriteitssyndroom. Wij zijn complex, en jullie zijn simpel. Zo steekt de werkelijkheid helemaal niet in elkaar.

De nieuwe Benders



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de nieuwe dichtbundel van Martijn Benders.

Hoe het kan dat één ongeordende, doorgaande stroom gedichten, op het oog zonder plan of doel, opbouw of richting geschreven, zo kan fascineren is lastig
uit te leggen.


Abe de Vries, De Contrabas

Lees de recensie

Koop de bundel nu!