Dichtersbanken: Martijn Benders
Beeldend kunstenaar Hans Mellendijk is bezig met het project ‘Dichtersbankjes’ : Een verzameling bankjes geassocieerd met een dichter op grond van materiaal, model, situatie of locatie. Soms echter verwijzend naar een plek waar de dichter zat of gezeten zou kunnen hebben. Het blog poogt de diverse collecties te ontsluiten.
Hij heeft nu ook een ‘Martijn Benders model’ gemaakt gebaseerd op mijn gedicht ‘De Maan’:
Mij spreekt de bank, waar we twee ‘moonboots’ met touwen vastgeknoopt in een soort maanvorm zien liggen, erg aan. Hele mooie bank! En het toeval wil dat in mijn nieuwe bundel ook een gedicht staat dat ‘Witte Laarzen’ heet! Dank, Hans! De bank is in Arnhem te zien, maar ik weet niet precies op welke plek.
Hoge en lage cultuur
Wat ik altijd zo ergerlijk vind aan discussies waarbij de termen ‘hoge en lage cultuur’ opduiken is niet de terminologie – dat ‘het hogere’ en ‘het lagere’ bestaat lijkt me nogal wiedes. Nee, wat ik daadwerkelijk ergerlijk vindt is juist die neiging hiermee een gemeenplaats te scheppen: dat een heel vakgebied tot ‘hogere cultuur’ wordt uitgeroepen door belanghebbenden en andere vakgebieden tot ‘lagere cultuur’. Ziet men het verschil niet? Ik hou best van klassieke muziek. Ik hou best van popmuziek. Ik hou best van levensliederen. Maar in elk van deze gebieden tref ik elementen aan die ik als ‘hoge cultuur’ waardeer en andere die ik als ‘lage cultuur’ zie. Ik vind het juist enorm bedenkelijk om vakgebieden tegen elkaar af te zetten: maar in de praktijk zie je dat dat juist is wat bedoelt wordt als men het over ‘hoge en lage cultuur’ heeft. Dat je bijvoorbeeld ‘elementen uit lage cultuur’ in je poezie verwerkt zou hebben omdat je een citaat uit de popmuziek hebt gebruikt. Hoe nu, leven we plots in een kastenmaatschappij? De hele popmuziek is lage cultuur? Waarom? Waarom is de muziek van Prince minder geraffineerd dan de muziek van Cage? Dat mag best eens iemand me pogen uit te leggen. Tot dusverre is er nog nooit iemand die de poging gewaagd heeft. En toch blijft het onderscheid maar terugkomen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is om appels met peren te vergelijken.
Ik maak nu al een jaar of twee als hobby muziek. Ik werk er elke dag een anderhalf uur aan. Zo hoop ik mijn skills steeds te verbeteren en zodra de tijd rijp is eens met een goede plaat te komen. En ik kan jullie verzekeren, nu ik ook mastering en producing doe, dat een doorsnee Abba nummer een meesterwerk is qua productie. Deze onzichtbare kunst van het masteren en produceren is minstens net zo ingewikkeld of misschien wel ingewikkelder dan het muziek maken zelf. Wat mij enorm tegenstaat in moderne muziek is dat alle mastering een standaardformule lijkt te zijn geworden: geen handwerk, maar plugin, draaien maar en klaar. Dat hoor je gewoon. Alles is standaard gemaximaliseerd. Dat is echt geen kunst. Die masterings van Abba, dat is verdomme vakwerk. Onzichtbaar vakwerk. Hoge cultuur binnen wat enkele sufkoppen als ‘lage cultuur’ zouden bestempelen. Vaak lui die nog geen dag in hun leven gewerkt hebben.
Lage cultuur is alles binnen een bepaald vakgebied dat niet aan hoge normen kan voldoen. In de poezie is bijna alles ‘lage cultuur’ en slechts een paar uitzonderingen ‘hoge cultuur’. Hoe je dat precies definieert is een kwestie van waar en hoe hoog je de lat legt.
Leg je de lat bijna op de grond, zoals je op websites als De Contrabas, OOTEOOTE en De Gids ziet, dan is het inderdaad heel makkelijk om je hele vakgebied tot ‘hoge cultuur’ te verklaren. Er zullen echter buiten je vriendjes uit hetzelfde vak weinig mensen zijn die daarvan onder de indruk raken.
Kledingstuk met Spencer Tunick
Annet Gabriel maakte dit op Spencer Tunick gebaseerde keldingstuk voor dames:
Annet ken ik al heel lang van vroeger toen ze nog moderne danseres was. Nu woont ze in New York en ontwerp ze kleding. Ze heeft lang ook in Nederland gewoond. Dit kledingstuk vind ik interessant omdat het de naakte massa (primair een fascistisch beeld: zie bijv het werk van de Italiaanse filosoof Agamben, wordt gecontrasteerd met bedekkende kleding.
Het werk van Spencer Tunick heb ik daarom ook altijd interessant gevonden. Op zijn facebook pagina prijkt nu een prachtige foto met naakte boeklezers.
Het ego te groot voor zijn plekje
Het is officieel een trend. Na de schlemiel als schrijver (recentelijk gesignaleerd) en de schlemiel als volkszanger
( zie hier en hier) en de schlemiel als politicus ( zie hier) is het nu ook in vormgeversland ultrahip om een schlemiel in te zetten:
Of heeft Nasr gewoon een te groot ego om op zijn plek te blijven? Arme Frank. Op de Turingposter deed Nasr ook al alsof zijn hoofd belangrijker was dan de wedstrijd. En ook daar zo’n grafisch lelijke kop en het soort tenenkrommend domme experimentalisme waaraan je een ware beginner herkent. Zou nieuwe Hoofdredacteur Edwin Fagel een spoedcursus photoshop aan het doen zijn? Franks halve hoofd knippen we er gewoon lekker af. Ook die verdeling van zwart wit foto’s en kleurenprotretten mag best arbitrair. Heel gewaagd allemaal! Voor wie nog durft te beargumenteren dat hier sprake is van ‘experimentalisme’: let ook vooral op het feit dat de afstand tussen rand en foto bij Menno Wigman niet dezelfde afstand is als bij de foto bovenaan.
Diep in mijn hart
Schitterende scene met brood:
En bekijk ook meteen een van de beste scenes van de Nederlandse buis ooit, het interview tussen Brood en Henk Binnendijk. Herman was echt een kei:



Commentaar