Paul Zukofsky doet ‘A’ cadeau
Vorige week publiceerde Paul Zukofsky een open brief aan iedereen die het werk van zijn vader Louis (1904-1978) (en zijn moeder Celia) wil citeren. Het is het meest onredelijk, haatdragend, en cynisch stuk schrijven dat ik ooit heb gelezen. Misschien, wordt er hier op gewezen, heeft deze toon te maken met het feit dat Paul Zukofsky (die zelf viool virtuoos was, dirigent en veel muziek opnam – en onderwerp is van Louis Zukofsky’s enige roman Little) blijbaar ‘niets meer heeft’:
[PZ] who really contributed so much to contemporary music and who recorded more American music over his span as both a violinist and a conductor than anybody—people forget what he contributed, you know. He has nothing now. Typical of a situation as a conductor. He can’t play anymore because he’s got some problems.
Aldus componist Milton Babbit . Hoe dan ook, het is een triest gebeuren. PZ is als anderen al hebben opgemerkt, in goed gezelschap: Stephen Joyce bemoeilijkt ook al jaren wetenschappelijk onderzoek naar het werk van zijn grootvader en wordt uitgenodigd naar congressen om hem te vriend te houden.Het is niet verbazend dat, als in dit lange verslag staat vermeld, Paul Zukofsky de stappen van Joyce toejuigt:
when Stephen Joyce succeeded in muffling a whole field of study with a combination of litigation and bravado, others took notice. Paul Zukofsky, the son of the poet Louis Zukofsky, said of Stephen’s efforts, ‘What I’ve heard sounds very, very good. He is a staunch defender of rights.
Ook de erven van Beckett zijn berucht om het tegenwerken van het gebruik van en opvoeren van stukken. ‘The Samuel Beckett estate sues theatre companies that mount unorthodox productions of the plays. A year after Stephen announced his suit against Danis Rose’s “Ulysses,” the Nabokov estate fought an unsuccessful battle to prevent the publication in English of “Lo’s Diary,” an Italian novel based on “Lolita.”
Tenslotte werd recentelijk door de Spiegel bericht over een nog een hele nare (en enigzins ingewikkelde) geschiedenis aangaande vele brieven en andere nagelaten geschriften van Kafka. Zijn vriend Max Brod deed de volle nalatenschap van de geschriften toekomen aan zijn secretaresse (en volgens sommige, minnares) Ester Hoffe. De rest van het verhaal is onnodig ingewikkeld om te herhalen, maar volgens het artikel heeft ze veel van de geschriften verkocht, soms zelfs geld aangenomen zonder er wat voor te overhandigen (hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen wordt er niet bij verteld). Een ding is duidelijk schrijft de Spiegel, Ester Hoffe heeft de nalatenschap gebruikt om zichzelf te verrijken (het gaat om ong. een miljoen Euro. Haar dochters zien hier overigens niets van).
Een niet geheel verbazende ironie van het de recente aankonding van Paul Zukofsky is dat ik nu opeens de onverwacht blijde ‘eigenaar’ ben van Louis Zukofsky’s ‘A’, en dat is nu voor iedereen mogelijk: iemand heeft namelijk net het boek in zijn geheel gratis op internet gezet als gratis downloadbaar Torrent bestand. Ook ironish is dat Paul’s vader zelf een handje van had om te ‘citeren’ van anderen: in de zelfde tijd als Walter Benjamin maar (volgens biograaf Mark Scroggins) zonder van zijn werk op de hoogte te zijn, werkte Zukofsky met een soortgelijke methode, namelijk een boek over Shakespeare, Bottom: On Shakespeare (1963) dat voornamelijk uit citaten bestaat. Vervolgens maakte Celia Zukofsky ter nagedachtenis aan de dood van haar man een boekje dat ook bestond uit citaten, ditmaal van Zukofsky zelf.
Beckett’s brieven
” ‘Nastorquemada nyles’ is niet met zekerheid geidentificeerd.” Staat hier. Geen wonder, heel begrijpelijk. Daar komt bij dat Beckett, naast aan het leven, ook aan een onleesbaar handschrift leed. Fijn daarom dat dat handschrift door anderen is ontleedt en is uitgegeven in boekvorm. Net verschenen als deel één van Beckett’s brieven, waarvan er nog drie zullen volgen. Altijd een vreemd gegeven gevonden, brieven uitgeven. Vooral van iemand die zijn persoonlijke leven graag voor zich hield. Hoe traceert een redacteur al die brieven eigenlijk? Het schijnt in elk geval interessant leesvoer te zijn.
Ondanks zijn latere sobere stijl had Beckett er toch af en toe wel een handje van om multi-syllabische woorden in te zetten. ‘antepenultimate’ (‘voor-voorlaatste’) is een persoonlijk favoriet. The Penguin Dictionary of Curious and Interesting Words biedt uitkomst voor het opzoeken van zulk soort curieuze woorden. Een zekere George Stone Saussy III heeft opvallende woorden uit het werk van roman schrijvers verzameld. ‘Antepenultimate’ staat er niet in, maar wel vele andere door Beckett gebruikte opvallende woorden waarvan je zonder dit woordenboek waarschijnlijk naar de betekenis zou moeten gissen. Verdere (te verwachten) schrijvers die erin zijn te vinden; Nabokov, Thomas Pynchon, Anthony Burgess, en anderen.
Er bestaat naar mijn weten geen Nederlandse versie van, maar het is een goede bron als je toevallig van plan bent je Engelse ‘incondite’ (ongepolijste) prosa to ontwikkelen tot een ‘fulgent logodaedaly’ (verblindende gave met woorden).
Algolagniac – Sadist, masochist, of beide
Ambisinistrous – ‘beide links’, onhandig
Balbutiate – stamelen, stotteren
Bathysiderodromophobia – angst voor metros
Bebeloglyphic – profaan, onheilig schrijven
Biblioclasm – vernietigen van boeken
Brindize – proosten
Chaogenous – uit chaos ontstaand
Frugivorous – fruit-etend
Gynotikolobomassophile – iemand die graag aan de oorlellen van vrouwen zit
Inenubilable – ‘niet onbewolkt’, onmogelijk te verduidelijken
Kakopyge – iemand met lelijke billen
Kaleidogyn – een mooie vrouw (vergelijkbaar woord voor mooie man staat er niet in)
Logorrhea – gezwets
Papyromancy – toekomst voorspellen gebaseerd op hoe iemand een joint draait
Pornofornocacophagomanical – insanely exotically erotic-in a furnace fornicating-shiteatingly
Slabberdegullion – een rommelig persoon
Spousbreach – overspel
Vaticide – moord van een paus, moord van een dichter


Commentaar