breukers

De jubelpolitie, gesponsord door de overheid

Ik bekijk regelmatig met grote verbazing dat Contrabas gedichtenforum. Nu weet iedereen natuurlijk dat ik niet bepaald een groot fan van Breukers ben, maar desondanks wil ik de lezers eraan herinneren dat het Breukers zelf is die mij verbannen heeft en niet andersom. Het is Dhr Breukers die, gesponsord met 18000 euro overheidsgeld, aan diverse schrijvers te kennen geeft ‘daar niet welkom te zijn’. Ik ben daar een van.

Ook boycot Dhr Breukers, sinds hij overheidsgeld kreeg, al het nieuws van Loewak. Het ‘Kom Nou Mijnheer Komrij’ filmpje was niet op de Contrabas te zien en voor het Calimero filmpje, ook van mij afkomstig, nam mijnheer op onsmakelijke wijze het krediet over door te zwijgen over de bron. Tja, je hebt talent of je hebt het niet.

Wat mij het meest aan de Contrabas verbaast is echter niet de onsmakelijk boertsige proporties van ellenboogtalent Breukers, maar de horde jubelende ‘poezieliefhebbers’ die er zich verzameld hebben en aldaar hele matige werkjes de hemel in prijzen.

Lees hier ‘Het oog van de Naald’ van Maarten Das

De superlatieven zijn niet van de lucht. Leest u vooral de commentaren eronder. Mijn vraag is simpel: waarom vinden mensen dit een goed gedicht? Leg eens uit?

1. Het is niets dan de transcriptie van een bestaand (arabisch?) spreekwoord. Het beeld kende ik al.
2. Het bevat een perspectief fout. Het oog wordt opgepoetst en niet de naald.
3. Er zit geen enkele intelligente observatie in
4. Het is taalkundig niet boeiend.

Geen goed gedicht, hoogstens iets dat leuk afgekeken is. Gek toch dat mensen zo jubelend doen over iets zo basaal middelmatigs? En niet alleen nu. Met enige regelmaat verschijnt daar een incrowd jubelaars om elkaar applaus te geven. Enge mensen, die in de grond genomen alleen applaudiseren uit eigenbelang en effectbejag. Of omdat ze gewoon totaal geen smaak hebben, net als Breukers zelf.

Loewak vs Contrabas

Ik heb wel eens vaker tegen deze en gene beweerd dat die statestieken (die onzichtbare statestieken) van de contrabas niet kloppen. Dat kan ik beargumenteren. Breukers noemt steeds twee nummers:

1. 50.000 bezoekers per maand

dit lijkt mij sterk voor een nederlandstalige site met bijna uitsluitend poezieinhoud.

2. Pageviews: 2.200.000 sinds augustus 2005

Ah, nu kunnen we gaan rekenen. Want als je het aantal pageviews weet weet je doorgaans ook het aantal echte bezoekers. Laten we eerst de grafiek van Loewak eens bekijken:

Deze beslaat ongeveer 1 jaar. Zoals je onderin kunt zien bij Totals en dan Pages zijn er in een jaar tijd 670.000 pagina’s op Loewak bekeken. Zou dat over vijf jaar uitgesmeerd worden waren dat er ongeveer 3,5 miljoen.

Breukers site heeft 2,2 miljoen pageviews gehad. Die kan dus nooit of te nimmer 50.000 bezoekers per maand hebben, het werkelijke aantal ligt ongeveer op 2/3 wat Loewak heeft: dus een 12000 bezoekers per maand, zo ongeveer.

Dat is best een aardig bezoekersaantal, jammer wel dat Breukers erover moet liegen. Waarschijnlijk zit hij net iets te vaak op het Ellegirl forum met andere meisjes te klessebessen, zoals blijkt uit de printscreen van zijn browser die hij als ‘advertentietarieven’ op zijn site zette:

Zie ook hier voor groter beeld op de site zelf

Surrogaatpoezie: Tongebreek van Breukers

Aan slechte poezie heb ik geen hekel, net als ik geen hekel heb aan slechte films. Die kijk ik gewoon niet. Ze zijn makkelijk te vermijden, aan de titel en de beschrijving zie je meestal al dat het de zoveelste formulistische torture porno is die zo de prullenbak in kan.

Waar ik wel een hekel aan heb is surrogaatpoezie. Dat zijn gedichten die veelvuldig gebruik maken van het stijlmiddel van de suggestie, zozeer zelfs dat hele gedichten puur en alleen uit suggestie bestaan. Er is geen concept, er is geen plot, er is geen spanning: nee, er is alleen de suggestie van een concept, de suggestie van een plot, de suggestie van spanning. Surrogaatpoezie, dus.

Dat is geen poezie die perse iemand nadoet. Je kunt volstrekt authentieke surrogaatpoezie schrijven zonder een enkele dichter als voorbeeld te hebben. Bij surrogaatpoezie draait het erom dat het poetische zelf puur en alleen uit suggestie bestaat: geen lichamelijkheid, geen diepte: slechts een oppervlakkig bundeltje verwijzingen en suggesties als poetica.

Een voorbeeld. De nieuwe dichtbundel van Chretien Breukers. Zoals u weet mag ik de man niet, dus neemt u mijn woorden vooral niet als objectief aan (en ik zal zijn bundel verder ook niet bespreken) maar zijn schrijfstijl is precies wat ik bedoel als ik het heb over surrogaatpoezie. Neem het titelgedicht: ‘Tongebreek’:

Tongebreek

Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.

De titel (tongebreek) wordt in regel twee van het gedicht al weer letterlijk herhaald, zonder dat dit enige toegevoegde waarde heeft. Een zalvend, walmend ‘wij’ toontje wordt aangeslagen. Let ook op de slechte dubbelrijm in regel twee: (‘van een – uiteen’)


Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.

Het was een stille dag, maar desondanks werden wij door de taal uiteen geslagen, maar we wisten het nog niet.

Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.

Wij zouden wel eens willen weten waarom deze afschuwelijk drammerige, suggestieve zinnen voor poezie zouden moeten doorgaan.

Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam

Zou u ook wel eens weg van huis en haard, uw vader achterlatend
naar een verre streek? Zonder naam, nog wel?

en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.

Zonder naam, met een dikke strot, zouden wij van huis
en haard, met mompel om ons heen en geteem.

Mozeskriebel, wat een suggestieve rommel.

De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan

Kunt u ons nog verstaan, of bent u ook gemoord?

en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.

Enfin, het is eigenlijk te slecht om woorden aan vuil te maken. Maar zoals altijd zul je zien dat er lieden genoeg zijn die gaan roepen dat dit geweldige poezie is. Daar doe je niks aan. We leven in een tijd waarin de esthetica door verregaand propagandisering gecorrumpeerd is. Waarin de suggestie van een debat een debat moet heten, de suggestie van een verhaal een verhaal moet zijn: we leven in de tijd van het surrogaatdenken en de hapklare katholieke kletsmystiek van Breukers, die feitelijk niets omvat dan een besmuikt gemompeld aflaat aan het adres van de Kerk, dat is wat tegenwoordig poezie moet heten.

De Scheve Lakei van het Valse Toontje

Poezienieuws vandaag? Ja, natuurlijk: De Scheve Lakei van het Valse Toontje wijst met grote verontwaardiging op een vermeend vals toontje in een recensie van Erik Jan Harmens. Waarschijnlijk vreest hij opkomende concurrentie, maar gelukkig laat Harmens onze lakei weten dat zijn scheve schaats voorlopig veilig is. Lees meer op:

De PoeziePrive, deel 3874