Chretien Breukers

Groen uitslaan om een lidwoordje

Wat hieraan vooraf ging: Jacques Kaasblokje Kerstboom Breukers had een ontbrekend lidwoordje gevonden in mijn recensie van Koeprianov en sloeg meteen gifgroen uit met 2000 woorden. Ik zou niet competent genoeg zijn om goede kritiek te schrijven.

Mijn weerwoord dat alleen een volstrekte idioot niet zou begrijpen dat je oud werk van een internationaal dichter niet aan ‘literaire kritiek’ onderwerpt, net zoals een kunstcriticus nooit een boekje met het verzamelde werk van Breughel niet OPNIEUW in de consensus zou proberen gaan plaatsen behalve als daartoe echt grondige aanleiding is – het was aan dovemansoren gericht. Schijnbaar was dat lidwoordje net iets interessanter. Het is dus DE Russische bibliotheek, jongens, niet ‘Russische bibliotheek’.

Deze mensen hebben simpelweg naar mijn idee geen flauw benul wat ‘literaire kritiek’ precies is en wat voor functie zulke kritiek heeft. Een echt criticus zou uiteraard niet gifgroen wat futiliteiten najagen, dat doet hoogstens een cliniclown in een ziekenhuiskamer vol comapatienten.

Literaire kritiek heeft zin in twee gevallen: 1. Het plaatsen van nieuw werk in een context – hoe belangwekkend is dit werk? 2. Het revalideren van oud werk, als dit verkeerd is gewaardeerd: je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan vriendenclubjes in het verleden die een bepaald dichter constant hypten, vriendjespolitiek etc. Het komt natuurlijk voor. Alleen is daarvan bij Koeprianov geen sprake. Er is dan ook geen enkele reden ‘Literaire kritiek’ op zijn werk los te laten, het bestaat allang terecht in een bepaalde context, en de manier waarop ik de bundel besprak is dan ook feitelijk de enige mogelijke wijze zo’n bundel te bespreken. Kritiek zou zich op de vertaling moeten richten, en daarvoor ben ik niet kundig.

Wat ik wel nog nooit heb gezien: een literaire recensie van Jacques Kaasblokje Kerstboom Breukers. Ik heb niet het idee dat die jongen veel met kritiek opheeft, daar hij consistent alles wat naar kritiek ruikt van zijn website wist. Zelf heeft hij zover ik weet nog nooit een kritische recensie geschreven. Er is weliswaar een serie ‘het eerste gedicht’ waarin hij tweemaandelijks demonstreert hoe belabberd hij poezie kan lezen, maar verder beperkt hij zich tot lidwoordjes, ontbrekende interpunctie en andere zaken die een alzheimerpatient met een slechte opleiding mateloos zouden boeien.

Ik schreef daarentegen een beperkte maar leuke reeks recensies. Ik ben er mee gestopt, omdat ik me primair wil richten op mijn dichterschap en andere zaken, maar de recensies als zodanig zijn nog steeds leuk om te lezen. Laat ik ze hier even opsommen:

Recensie Erik Menkveld
Recensie K.Michel
Recensie Gerrit Kouwenaar

Recensie Jan Lauwerijns

Recensie Hans Tentije

Uiteraard wist de ‘literaire wereld’ onder auspicie van ‘Hoofredacteur Edwin Fagel’ niet hoe snel ze van me af moesten zien komen. Soit. Maar het verwijt dat ik een minder recensent zou zijn dan Breukers, die nog nooit van zijn leven een recensie schreef? Zo geloofwaardig als groen uitslaan om een lidwoordje.

Martinus Benders, Istanboel, 28-11-2012

Literaire censuur: eerst het kootje, en al snel volgt de hele hand.

Chretien Breukers heeft beide recensies van ‘Willem’ van het internet verwijderd. Ook liet hij weten dat ik de recensies niet op mijn eigen site mag zetten. Wat een betrouwbare literatuurliefhebber. Wat zouden de auteurs van die recensies, Willem Tieske Derks en Abe de Vries daarover te melden hebben?

Waarom laat men zo’n persoon gedichten bloemlezen? Wie kan het mij uitleggen?

Aangezien ook Samuel Vriezen de recensie verwijderde is de enige overgebleven recensie die van Joop Leibbrand op Meander.

Zo zie je maar weer: Censuur, het begint met een kootje, en voor je het weet is het de hele hand.
Dat krijg je met een kudde schapen die nooit ergens tegen in het geweer komen.

Een post als deze zie je bijvoorbeeld gewoon nooit op Ooteoote verschijnen:

want mijnheer van Adrichem zit dat op staatskosten doodleuk te wissen. Fijn, dat de staat mensen sponsort die de concurrent monddood maken met die middelen.

Het is een trieste bedoening, als je het mij vraagt. Als je het hun vraagt zul je waarschijnlijk te horen krijgen dat ik dit ‘allemaal zelf heb veroorzaakt’ door niet ‘vriendelijk genoeg te zijn op de gang’ of iets dergelijks. Tja. Dood aan alle polemiek, lang leve de kleine, neoromantische, nieuwfeodale gesammtliteratuur. Met een flinke portie censuur, dus. Want wij en de onzen zijn aan de macht. Wees er maar apetrots op, jongens. Doe de groeten aan Assad, en hopelijk spoedig aan Khadaffi.

Gemanipuleer op de Contrabas

Breukers heeft de reacties op slot gegooid, dus ik zal mijn antwoord maar hier posten, en daarmee hou ik die vette corrupte flapdrol voor gezien:

Volstrekte onzin natuurlijk, dat ik uit ‘gebrek aan erkenning’ zou argumenteren. Ik heb juist volop erkenning gehad, er is geen dichter die laatste jaren zulke sterk positieve recensies kreeg als ik, erkenning die zich ook herhaaldelijk op de Contrabas manifesteerde. Ben je alweer vergeten dat je liefst 5 bundels bij me hebt besteld? Natuurlijk niet. Het is niets dan alweer een verdachtmaking, van iemand die grossiert in verdachtmakingen, bij gebrek aan intelligentie om een daadwerkelijke discussie te voeren.

Nee, mijnheer, mijn probleem is niet dat ik me ‘miskend’ voel, mijn probleem is dat ik mijn argumenten steeds gewist zie worden door iemand die zich opwerpt als de vertegenwoordiger van de ‘literaire kritiek’. En dat is bepaald niet netjes, zo niet te zeggen verschrikkelijk onfatsoenlijk. En om zo’n mijnheer dan te zien staan netwerken op het graf van Zeeman, nee, dank je de koekkoek.

Ook dit postje ga ik weer eindeloos blijven herposten tot je het laat staan.

Als jij denkt dat ik me door een overheidsdienaartje de mond laat snoeren heb je het bij het verkeerde eind, knul.

Leer je plek kennen: en die is NIET aan de bovenkant van de hierarchie.

Middenmotertje. Bemiddelaar. Vertegenwoordiger. Ambtenaar. Zulke mensen kunnen best hun waarde hebben, maar niet als ze in de waan verkeren bovenop de apenheuvel te mogen plaatsnemen met behulp van een flinke portie censuur, want op andere wijze kunnen ze zich daar niet handhaven.

Wat zou ik graag in dat asbestwijkje in Utrecht wonen, samen met Dikke Breukers, in plaats van die retesaaie stad Istanboel. En bundeltjes schrijven die gemiddeld 0.2 recensies scoren die altijd de toonzetting hebben ‘tja, het is ergens wel aardig werk’. Bloemlezingen uitbrengen die niet eens een recensie weten scoren. Nog nooit zelf maar voor een van die stomme prijsjes genomineerd zijn geweest. Nee, als miskende figuur heb ik grote bewondering voor erkend Gildemeester Chretien Breukers, de man die dankzij zijn enorme erkenning zijn eigen b-dichtertjes in boekjes kan uitbetalen.

Tjeeminee.

De Nationale Polemische Encyclopedie: Chretien Breukers

Ik ga ook een poezie encyclopedie beginnen. Het is belangrijk dat er ook een onpartijdige, wetenschappelijke variant van die met belastinggeld betaalde lobbyclopedie komt. Eerste item wordt Chretien Breukers.

Chretien Breukers – de moderne mavo-versie van Gerrit Komrij.  Is uitgever, dichter, bloemlezer, encyclopedist en recensent tegelijk omdat hij wil bewijzen dat je je eigen belang ook heel goed zelf kunt verzinnen en dat, als je dat maar lang genoeg doet, iedereen het gaat geloven. Ook wel bekend als de LimboBerlusconi van de Nederlandse poezie, maar dan zonder enig zicht op afdoende potentie om zelfs ook maar een van de denkbeeldige hoofdharen van Jacques Hamelinck te laten oprijzen.  Foetert eindeloos in niet mis te verstane Paul De Leeuw stijl tegen denkbeeldige autoriteiten. Censureert collega schrijvers, omdat dat er nu eenmaal bijhoort, tegenwoordig. Houdt van wielrennen. Eet voortdurend kaasblokjes en had het liefst ‘Jacques’ geheten. Publiceerde al zijn bundels zelf en ging vervolgens een poezie encyclopedie opzetten waarin alleen ‘officiele uitgeverijen’ worden toegelaten, in een soort masochistische poging zijn eigen ellenboogwerk voorbij te stoffen. Beste vriend: kraker, garnalenpeller, schoolcongierge en poezie-expert Bart Droog. Het was liefde op het eerste gezicht tussen de twee heren. Onder de indruk van elkaars huisregeltjespoezie verrichten beide heren het enorme monikkenwerk om de hele Nederlandse Poeziewereld met zichzelf te vervangen, onderwijl allerlei dichters in kaart brengend van wie u liever nooit iets gehoord zou hebben. Na de Grote Nationale Poezie encyclopedie gaat Jaques Breukers ongetwijfeld nog ooit een belangrijke prijs winnen. Meest belangwekkende uitspraak: ‘Kunnen we het niet eens over de inhoud gaan hebben, jongens?” Op zijn weblog de Contrabas mag u alleen onder uw eigen naam posten, omdat zichtbaarheid Dhr Breukers en zijn potentiele geldschieters nauw aan het hart gaat.

Schaapjes in wolfskleding

Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven, kent u die uitdrukking? Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven. Ik moest daaraan denken toen ik zag dat Bart F.M. Droog plots, nu het Letterenfonds alleen nog geld geeft aan ‘projecten’ en niet meer aan tijdschriften, zijn oude natte droom weer tot leven zag komen: een enorm archief, met politie-agent Droog in het midden, die de lakens uitdeelt over wie en wat waar en hoe herinnerd moet worden door iedereen.

Wat nu, dacht ik. Waarom zou het Letterenfonds in vredesnaam geld gaan geven aan iemand die het niet eens gelukt is zelf de Wikipedia te halen? Want zo moeilijk is dat toch niet. Elke flapdrol met wat cultureel kapitaal kan er zo in. Waarom moet garnalenpeller Bart droog de chroniqueur der Nederlandse poezie van de laatste honderd jaar worden? Die man heeft zelf nog nooit een fatsoenlijk gedicht weten schrijven. Hij loopt constant in zijn krakerskistjes de Letterenwereld door te commanderen, huisregels hier, relletje daar, het doet me terugdenken aan de tijd dat ik zelf gekraakt woonde. Ik woonde een paar jaar in een gekraakte school tegenover het evoluon. Ook daar hadden we een kraakagent. Mij altijd een raadsel geweest waarom mensen die de ‘gevestigde orde’ ontvluchten vervolgens nog grotere regelneukers worden dan ‘de vijand’. Misselijk word je ervan. Regeltjes, regeltjes, regeltjes, de kraakagentjes worden helemaal gek zonder hun preciare regeltjes. En maar vergaderen, ellenlang vergaderen. Elk gebarsten dakgootje moest een week over vergaderd worden. Ik liet altijd verstek gaan, en was dus de zondebok. Ik was niet politiek correct. Ik gaf niets om de gemeenschap. Beeeeh, beeeeeh. Schaapjes in wolfskleding.

Bart FM Droog de Encyclopedie van de Nederlandse Poezie laten samenstellen dat is de koffiejuffrouw vragen het jaarverslag van de onderneming te schrijven. En een fijne koffiejuffrouw is het niet – het is een hele humeurige koffiejuffrouw, die overal plakkerige koffie morst. Die in de gang steeds staat te roddelen over het personeel. Die hetzes voert – tegen collega Pijpertje en collega Wolfie, bijvoorbeeld.

Het echte probleem is niet het bestaan van de heerschap Droog. Dit soort congierges, koffiejuffrouwen en agentjes bestaan overal en zullen altijd overal blijven bestaan. Er bestaat helaas geen manier op humane wijze van ze af te komen.

Het echte probleem is dat dat Letterenfonds geld dat bedoelt is voor literatuur mogelijkerwijze aan dit soort ‘slimme mannetjes’ met ‘slimme projectjes’ gaat geven. Zodat er een of andere volstrekt nutteloze encyclopedie online staat, waar je over allerlei priegeldichters en nonentiteiten kunt lezen die toch niet meer te krijgen zijn in print, dus wat voor nut het heeft erover te lezen? Mij heeft nog nooit iemand het uit kunnen leggen. Ik vind die Wikipedia pagina als encyclopedie meer dan afdoende.

Inmiddels gaat de polemiek verder tussen Droog en Gerrit Komrij
en heeft Bart besloten de ‘flooding technique’ toe te passen. Zo heet dat wanneer de koffiejuffrouw zoveel plakkerige koffie over je papieren morst dat ze onleesbaar zijn geworden.

Chretien Breukers – Baas op eigen Blog

Absurder kan het niet – commentaar dat ik op de Contrabas leverde op mijn eigen gedichten wordt er doodleuk gewist. Onder pseudoniem ja, want onder mijn eigen naam ben wist het systeem automatisch alles wat ik post. Ik protesteerde bij een ‘Contrabas Collega’ en die liet me het volgende weten:

martijn, ik heb je grieven aan chrétien voorgelegd, hij vindt dat hij op grond van inhoudelijke blogregels, die voor iedereen gelden, gerechtigd is te doen met jouw posts wat hem goeddunkt. Ik wierp nog tegen dat het wel gek is, benders een podia te geven en hem dan op datzelfde blog van de commentaarmogelijkheid te ontzetten maar naar zijn gevoel zet je de discussie altijd naar je hand, ga je er met al je zwaarte die richting aan geven waarbij een moderator panikeert want dan wordt er ingepikt door luitjes die ook die richting weer gaan omsurfen enzoverder,- en je kunt het een blogbaas niet euvel duiden dat hij baas is over zijn blog, dat ben jij op jou manier ook, toch? Ikzelf heb geen blog, dus nou ja, ik kan alleen maar bemiddelen

Sta eens even, voor een moment maar, stil bij hoe absurd deze redenatie is. Inhoudelijk commentaar op mijn eigen gedichten mag worden gewist ‘want ik zet de discussie naar mijn hand’.

Baas op eigen blog. Die ideologische dekmantel over het onfatsoen kennen we nu zo langzamerhand wel. Ik ben ook baas in eigen huis, maar dat betekent nog niet dat ik het recht heb mensen gekneveld de kelder in te gooien. Wie een dichter het recht ontzegt zijn eigen gedichten (op verzoek!) van commentaar te voorzien, met als enige redenatie ‘Jij bent retorisch niet in de hand te houden door mij’ – hoe gestoord is zo’n moderator precies? Autoriteit gebaseerd op censuur: alles wat ik retorisch niet de baas kan wis ik. Waar ik woon noemen we zo iemand ook wel een ‘slapjanus’.

Prima allemaal, maar wel betaald met gemeenschapsgeld. En met hetzelfde fatsoensgehalte als de opmerking dat Samuel Vriezen alleen zijn pianospel wou promoten toen hij op de begrafenis van een vriend een stuk speelde.

Ja, ook dat ben ik niet vergeten. Baas op eigen blog – maar wel een vervelende, pokdalige koppelbaas wiens broek achterlangs half op de reet hangt.

Voor Breukers zijn blik leugens weer opentrekt: de gewiste postjes bevatten geen enkel scheldwoord en alleen relevant commentaar op de gedichten zelf. En voor de fatsoensrakkers van het Letterenfonds zich weer in de handen wrijven: nee, het uitbannen van scherpe taal is het uitbannen van de literatuur zelf. En dat heeft met schelden absoluut niets te maken – wat deze luitjes doen is pogen de polemiek onmogelijk te maken. En masse. Er mag geen scherp woord geschreven worden. Behalve door Mijnheer Breukers zelf, en de kornuiten die hij in de hand heeft. Kornuiten als Adriaan, die snel even hun gebrekkige taalkennis komen demonstreren als de grote boeman het spreken onmogelijk is gemaakt. De Grote Adriaan, bekend van zijn bedrijfsadvertenties op de website van het Letterenfonds.

En wat wiste Breukers precies? Volgende opmerkingen over het gedicht ‘Gum’:

‘Hand heeft ook andere connotaties in dit gedicht – het betekent ook wijze van schrijven, wat het directer met de gum verbindt, en er is bovendien ook nog een homoseksuele connotatie – ‘van het handje zijn’ betekent homoseksueel zijn. Het gedicht is dus zelf ook dubieus over het geslacht, en dat is het conceptuele eraan – ook het begin kan op die manier geduid worden: je bent een lekker ding, je bent onzijdig, je bent HET handschrift’.

Dat commentaar heeft Breukers gewist. De man heeft een zieke geest, meer kan ik er niet van maken. Ik zou graag eens de onzichtbare blogregels inzien waar hij zich in deze kwestie op beroept. Waar zijn die te lezen en waarom hield ik me daar niet aan?

Martinus Benders

Commentaar

De nieuwe Benders



'Wôld, Wôld, Wôld!' heet de derde dichtbundel van Martijn Benders. Een lijvige dichtbundel met 222 pagina's. De bundel heeft een aantal verassingen voor u in petto en kwam uit in drie versies.

Koop de bundel nu!



'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de tweede dichtbundel van Martijn Benders.

Koop de bundel nu!