De Contrabas, deel 2. De civilisatie van het internet.
Als ik iets angstaanjagend vind zijn het wel de commentaarvelden op een site als de Huffington post. Niet om een of andere vermeende agressie of grofheid maar omdat je door tonnen en tonnen chatcommentaar moet waden om een enkele enigszins intelligente reactie terug te kunnen vinden. Het hele internet is uitgegroeid tot een grote chatbox. Dit is geloof ik het echte probleem, niet de nogal kleinburgerlijke vijand van de polemiek.
Toch zie je bijna altijd dat de ‘woede’ en de ‘negativiteit’ en andere kleingeestige burgermansangsten tot de publieke vijand worden verklaard door een klein legertje columnisten en opiniemakers. ‘We doen allemaal dankzij het internet zo negatief’ heet dan de probleemanalyse van deze media elite – tot eenzelfde conclusie had men in elke willekeurige Amerikaanse talkshow ook gekomen – de oplossing is dus niets dan een manifestatie van het probleem.
De gegoede burgerij die de negativiteit uit wil bannen, die alle scherpe kantjes van een debat wil vijlen, die steen en been klaagt over elk onvertogen woordje dat valt en van elk vlekje op het spierwitte tafelkleed der retoriek een inzinking krijgt – DAT is de context waarbinnen de moderatiediscussie omtrent internet moet worden gesitueerd. Men wil de scherpe, intelligente wolf eruit werken zodat de schaapjes hun gang kunnen gaan.
Ik had mijn hielen ook nog niet van de Contrabas gelicht of daar waren ze weer: Adriaantje Krabbendam en Christina Blaauwendraad.
Ik schreef al eens eerder dat naar mijn idee de hoeveelheid censuur met de komst van internet schrikbarend is gestegen. Dat is zo omdat dit soort middelmaat, nu ze eindelijk de macht hebben zelf krantenredacteurtje te spelen in de oneindige ruimte, die macht gebruikt om de eigen superioriteit te bevestigen. Dat is het kerninstinct van elk levend wezen – en om die superioriteit te kunnen bevestigen moet men alles wissen wat doet vermoeden dat die superioriteit niet bestaat. Ergo, men wist dus *zowel* de hogere als de lagere elementen, om de illusie van superioriteit in stand te houden. Dit is een fenomeen dat je bij middelmaatelites standaard kamerbreed ziet worden toegepast. Of de middelmaat nu ‘Revisor’ heet of ‘Contrabas’ of ‘NRC Handelsblad’ – elke middelmaat poogt van nature de werkelijkheid zo te verdraaien dat het precies datgene niet laat zien dat de eigen vermeende superioriteit zou aantasten.
Tot nu toe een volslagen natuurlijk fenomeen. Al deze belangrijke heren, al deze pofferige webredacteurtjes en reactiemoralisten – wie zou geen begrip voor ze kunnen opbrengen?
En natuurlijk zal de overheid middels het Letterenfonds – middelmaat par excellence – zijn best doen deze driftige internetharkers in hun heilige missie bij te staan. Het internet moet worden geciviliseerd, de natte droom van elke rabiate pennenlikker. Henk Propper ligt er nog elke nacht wakker van. O nee, toch niet, want die heeft alleen een leuk baantje.
Je kunt de volgende grote ontwikkeling in het subsidiewezen al aan voelen komen. De blaadjes, ze moeten niet alleen op internet AANWEZIG ZIJN, nee, zij dienen ook fatsoenlijk te worden gemodereerd om ons culturele erfgoed voor de toekomst te bewaren.
En dan krijg je een eindeloze stroom chatachtige, nietszeggende proza, met een erboven hangende redacteur die toevallig altijd de enige persoon is die iets intelligents te melden heeft.
In plaats van dat je zo’n literair blad eens aan hun bestaansrecht herinnert en een een fatsoenlijke eis op tafel legt – namelijk dat ze aan SCOUTING doen, wat werkelijk hun enige literaire plicht is – maar juist die plicht wordt door zowat elk blad totaal verzaakt. Ik heb in de 15 jaar dat ik actief dicht precies eenmaal een verzoek van een literair blad ontvangen. Is dat normaal? Nee, dat is de omgekeerde wereld. Men zit op zijn reet, publiceert wat binnen komt waaien en noemt dat een ‘kwaliteitscurator’. Scouting daar voelt men zich te goed voor. Het instituut is belangrijker geworden dan de literatuur. Op internet aanwezig zijn lijkt dan voor deze doorsneemannetjes een prima alternatief. Als ze maar wel een bak geld krijgen voor die website.
De jubelpolitie, gesponsord door de overheid
Ik bekijk regelmatig met grote verbazing dat Contrabas gedichtenforum. Nu weet iedereen natuurlijk dat ik niet bepaald een groot fan van Breukers ben, maar desondanks wil ik de lezers eraan herinneren dat het Breukers zelf is die mij verbannen heeft en niet andersom. Het is Dhr Breukers die, gesponsord met 18000 euro overheidsgeld, aan diverse schrijvers te kennen geeft ‘daar niet welkom te zijn’. Ik ben daar een van.
Ook boycot Dhr Breukers, sinds hij overheidsgeld kreeg, al het nieuws van Loewak. Het ‘Kom Nou Mijnheer Komrij’ filmpje was niet op de Contrabas te zien en voor het Calimero filmpje, ook van mij afkomstig, nam mijnheer op onsmakelijke wijze het krediet over door te zwijgen over de bron. Tja, je hebt talent of je hebt het niet.
Wat mij het meest aan de Contrabas verbaast is echter niet de onsmakelijk boertsige proporties van ellenboogtalent Breukers, maar de horde jubelende ‘poezieliefhebbers’ die er zich verzameld hebben en aldaar hele matige werkjes de hemel in prijzen.
Lees hier ‘Het oog van de Naald’ van Maarten Das
De superlatieven zijn niet van de lucht. Leest u vooral de commentaren eronder. Mijn vraag is simpel: waarom vinden mensen dit een goed gedicht? Leg eens uit?
1. Het is niets dan de transcriptie van een bestaand (arabisch?) spreekwoord. Het beeld kende ik al.
2. Het bevat een perspectief fout. Het oog wordt opgepoetst en niet de naald.
3. Er zit geen enkele intelligente observatie in
4. Het is taalkundig niet boeiend.
Geen goed gedicht, hoogstens iets dat leuk afgekeken is. Gek toch dat mensen zo jubelend doen over iets zo basaal middelmatigs? En niet alleen nu. Met enige regelmaat verschijnt daar een incrowd jubelaars om elkaar applaus te geven. Enge mensen, die in de grond genomen alleen applaudiseren uit eigenbelang en effectbejag. Of omdat ze gewoon totaal geen smaak hebben, net als Breukers zelf.
Loewak vs Contrabas
Ik heb wel eens vaker tegen deze en gene beweerd dat die statestieken (die onzichtbare statestieken) van de contrabas niet kloppen. Dat kan ik beargumenteren. Breukers noemt steeds twee nummers:
1. 50.000 bezoekers per maand
dit lijkt mij sterk voor een nederlandstalige site met bijna uitsluitend poezieinhoud.
2. Pageviews: 2.200.000 sinds augustus 2005
Ah, nu kunnen we gaan rekenen. Want als je het aantal pageviews weet weet je doorgaans ook het aantal echte bezoekers. Laten we eerst de grafiek van Loewak eens bekijken:
Deze beslaat ongeveer 1 jaar. Zoals je onderin kunt zien bij Totals en dan Pages zijn er in een jaar tijd 670.000 pagina’s op Loewak bekeken. Zou dat over vijf jaar uitgesmeerd worden waren dat er ongeveer 3,5 miljoen.
Breukers site heeft 2,2 miljoen pageviews gehad. Die kan dus nooit of te nimmer 50.000 bezoekers per maand hebben, het werkelijke aantal ligt ongeveer op 2/3 wat Loewak heeft: dus een 12000 bezoekers per maand, zo ongeveer.
Dat is best een aardig bezoekersaantal, jammer wel dat Breukers erover moet liegen. Waarschijnlijk zit hij net iets te vaak op het Ellegirl forum met andere meisjes te klessebessen, zoals blijkt uit de printscreen van zijn browser die hij als ‘advertentietarieven’ op zijn site zette:
De Scheve Lakei van het Valse Toontje
Poezienieuws vandaag? Ja, natuurlijk: De Scheve Lakei van het Valse Toontje wijst met grote verontwaardiging op een vermeend vals toontje in een recensie van Erik Jan Harmens. Waarschijnlijk vreest hij opkomende concurrentie, maar gelukkig laat Harmens onze lakei weten dat zijn scheve schaats voorlopig veilig is. Lees meer op:


Commentaar