Frits Bolkestein

Frits Bolkestein heeft gelijk!

Alfred Schaffer won vorige week vrijdag de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2010 voor zijn bundel Kooi, aldus een internetbericht op de Contrabas. Wat we niet wisten is dat een maand tevoren een twist in de jury had plaatsgevonden. De juryvoorzitter Frits Bolkestein stapte zelfs op:

“Volgens de criteria van de Ida Gerhardt Stichting moet de laureaat dichten in de geest van Ida Gerhardt. Maar daar hadden mijn collega-juryleden Vaessens en Perquin lak aan. Die houden er een postmoderne visie op na, en die is zacht uitgedrukt niet de mijne. Ik moest die criteria allemaal niet zo nauw nemen, zeiden ze. Ik zag het verkeerd. Zij namen het toch ook ruimer? Maar dat weigerde ik. Mijn voorkeur ging uit naar een dichtbundel van Hester Knibbe, die beduidend klassieker dicht dan Alfred Schaffer. Daarom ben ik er mee opgehouden.’ ” (Het stuk op de Volkskrant)

Toen ik dit bericht zag dacht ik meteen: Bolkestein heeft gelijk. Ik postte de volgende observatie op facebook, waarna een levendige discussie volgde die ik hier grotendeels zal weergeven.

Ik schreef:

Frits Bolkenstein is right. He stepped out of a jury because the other members didnt take the criteria of the price seriously. That is exactly the problem with literature prices: they are meant as manifestations of existant group consensus rather than entities of their own. It doesn’t matter what ‘price’ it is, you can’t take it serious, but that gossip behind the curtain, that canonical group behavior, that is the only thing ‘serious’ about literature for these people. Symbolic capital for symbolic people.

Vervolgens kwam er een bosje Perdu aanhangers op facebook langs en ontstond een levendige discussie over deze actie van Frits Bolkenstein:

Martijn Benders
Hij heeft gelijk omdat je, als je de criteria van een prijs niet serieus neemt, je deze prijs net zo goed af kunt schaffen. Dan gaat het niet meer om de ‘Ida Gerhardt’ prijs maar de prijs voor wie deze juryleden de beste bundel vonden. Het is dus een volstrekt egocentrisch type ‘postmodernisme’ wat we hier zien: de geest van de prijs wordt genegeerd, alles draait alleen om de ‘algemene consensus’ en om de ‘beste dichter’ of beter gezegd: de naam die het ‘beste ligt’ als symbolisch kapitaal bij de eigen achterban. Een volstrekte gotspe waar je inderdaad uit moet stappen als je de prijs serieus neemt.

Ricco van Nierop
is het niet een uitzondering dat deze prijs ‘in de geest van’ de naamgever wordt uitgereikt, de meeste lit-prijzen die vernoemd zijn naar een oude/overleden schrijver zijn toch (al) losgekoppeld van die naamgever?

Martijn Benders
Ja, maar dat is absoluut niet terecht. Een prijs dient te gaan om de geest waarin deze is opgericht, niet om het ego van de deelnemende juryleden die graag de politiek correcte keuze opdienen. Op deze manier gaan alle prijzen altijd over hetzelfde: wie ligt er het best binnen de groepsconsensus momenteel en de ‘intellectuele uitdaging’ bestaat eruit ‘het best te weten wie er het best ligt binnen die consensus’. Dat is een flauwe grap, meer niet.

Martijn Benders
De werkelijk relevante vraag is hier: wat had Vaessens in hemelsnaam in die jury te zoeken? Want het was Bolkestein die op de juiste plek zat, en juist Vaessens die daar volstrekt misplaatst zat.


Matthijs Ponte

“Beoordeling vindt plaats in de geest van het werk van Ida Gerhardt, waarbij inhoud en vorm met elkaar in balans zijn. ” geeft http://www.idagerhardtpoezieprijs.nl/website/index.php?docid=42 . Dus, nee, Martijn Benders heeft niet gelijk. De criteria van de prijs zijn nu eenmaal totaal opgerekt en ik zie niet in hoe de bundel van Schaffer niet binnen deze criteria zou vallen. Het is waar dat je die criteria op basis van het oeuvre van Gerhardt wellicht anders zou kunnen opstellen, en misschien is dat zelfs wenselijk, maar dit is de opdracht die ook Bolkestein heeft meegekregen.
Bolkestein’s probleem is een specifieke poetica, die Joost hier boven uitlicht, die zegt: proza is proza en poezie is poezie; Schaffer schrijft proza en geen poezie. Die poetica kun je (blijkbaar) nog immer aanhangen, maar vond kennelijk geen weerklank bij de rest van de jury. Tough luck, Frits. Het is geen premisse van het werk van Gerhardt en het is (dus) ook geen noodzakelijk uitgangspunt bij de toekenning van deze prijs.

Martijn Benders
“De criteria van de prijs zijn nu eenmaal totaal opgerekt en ik zie niet in hoe de bundel van Schaffer niet binnen deze criteria zou vallen.”

Dat is volstrekt niet de vraag die aan de orde is. Welke bundel dan ook kan immers altijd binnen welke criteria dan ook vallen – de vraag die aan de orde is is een hele andere: of een prijs moet worden uitgereikt naar de geest van de criteria en de persoonlijkheid van de prijs of dat het – zoals in dit geval – simpelweg een potje consensuskaarten van de jury is, waarmee alle literaire prijzen feitelijk hetzelfde gezicht krijgen. De geest van een prijs doet er niet meer toe, slechts de algemene smaak telt. Het spreekt ook niet in het voordeel van Schaffer dat hij een jaar eerder zelf in die jury zat, net als eerder al andere sjofele journalistieke coryfeen van de middelmaatsconsensus (Rob Schouten, Erik Menkveld) – mij een raadsel wat die met Ida Gerhardt te maken hebben of de geest van Ida Gerhardt. Noem het dan gewoon ‘De Literaire Prijs’….

Marcel
Het is eigenlijk zo dat al dat oprekken van de afgelopen jaren niet zo goed was. Het instellen van zulke prijzen zou een zekere diversiteit moeten bevorderen voor de verschillende vertegenwoordigers van de poëzie. Door de regels alsmaar op te rekken zodat de lievelingen van het huidige discours overal als winnaar binnenkomen werkt niet ter bevordering van de pluriformiteit.

Martijn Benders
Heel goed gezien, Marcel. Het is zelfs uitermate bespottelijk geworden op deze manier.

Joost Baars
Volgens mij is Schaffers poezie bij uitstek een poëzie waarin vorm en inhoud met elkaar in balans zijn. Ik denk dus ook niet dat de uitgangspunten van de prijs opgerekt zouden hoeven worden om hem die prijs te geven. Ik denk daarentegen dat dat wel zou moeten gebeuren om Hester Knibbe die prijs te geven. Knibbe heeft gewoon een vorm en kan daar om het even watvoor inhoud in kwijt. Dat is bij uitstek poëzie waarin de vorm helemaal niets met de inhoud te maken heeft.

Het is dus Bolkestein die de grenzen van de prijs wil oprekken. En het is ook Bolkestein die je derhalve postmoderniteit zou moeten verwijten, als je dat uitgekauwde verwijt al van stal zou willen halen.

Matthijs Ponte
Dat zei ik al. Maar daarmee heeft Bolkestein nog niet gelijk.
“Het is waar dat je die criteria op basis van het oeuvre van Gerhardt wellicht anders zou kunnen opstellen, en misschien is dat zelfs wenselijk, maar dit is de opdracht die ook Bolkestein heeft meegekregen. ”
Het probleem is echter ook niet zoals jij het stelt: ja, het is waar dat veel prijzen uitwisselbaar lijken, maar waarom zou specifiek de Ida Gerhardt Poezieprijs moeten gaan naar een andere dichter? Is het criterium van de organisatie echt zo absurd? Het is helemaal niet waar dat elke bundel binnen het criterium “Beoordeling vindt plaats in de geest van het werk van Ida Gerhardt, waarbij inhoud en vorm met elkaar in balans zijn. ” valt. Was het maar waar.

Martijn Benders
Leg mij nou eerst eens op een heldere manier uit waarom Vaessens een betere keuze is als jurylid voor deze prijs dan Bolkestein, want daar gaat de discussie uiteindelijk over. Wat heeft Vaessens precies met het ideeengoed en de persoonlijkheid van Ida Gerhardt te maken? Niets toch? Het is toch gewoon een standaardformule die hier wordt toegepast: 1 dichtertje, 1 politicus/liefhebber en 1 academicus, schudden en klaar. Dat de academicus totaal de tegenpool is van de persoon op wiens basis die prijs is opgericht is schijnbaar niets eens relevant. Wat je krijgt is halfgare fopintellectuelen die discussies gaan voeren over ‘wat er wel en niet binnen de criteria past’ alsof dat niet bij uitstek het domein van de retorica is.

Joost Baars
Nee, martijn, daar ging de discussie niet over. De discussie gaat over wat “balans tussen vorm en inhoud” betekent. Voor Bolkestein is dat hetzelfde als vormvastheid en klassieke verzen, omdat hij kennelijk vindt dat alleen klassieke verzen een balans tussen vorm en inhoud bezitten.

Degene overigens die valt onder jouw typering van “halfgare fopintellectuelen die discussies gaan voeren over ‘wat er wel en niet binnen de criteria past’ “, is precies Bolkestein. Hij zwengelt die discussie aan. Vaessens en Perquin (toch ook niet de meest postmoderne dichter out there) heb ik niet horen of zien beweren Knibbe niet in de criteria past.

Ik ken de poëzie van Schaffer, en als je nou een moderne Nederlandse dichter moet noemen bij wie vorm en inhoud “in balans” zijn, dan is het Schaffer wel. We hoeven het dus helemaal niet over die criteria te hebben – dat zit wel snor. Bolkestein houdt gewoon niet van moderne poëzie. Dat kan.

Zo’n jury kan dan twee dingen doen: een compromiswinnaar kiezen, of een meerderheidsbesluit nemen. Beide oplossingen maakt Bolkestein onmogelijk door er zo potsierlijk uit te stappen.

Martijn Benders
“Nee, martijn, daar ging de discussie niet over. De discussie gaat over wat “balans tussen vorm en inhoud” betekent.”

Kletskoek. Dat is een discussie die tot de retorica behoort, niet tot de filosofie. Je kunt namelijk om het even welke bundel tot om het even welke criteria binnen zwetsen: het gaat hier juist om de vraag wat ‘in de geest van Ida Gerhardt’ betekent. Wie meent dat Thomas Vaessens iemand is die in de geest van Ida Gerhardt werkt is gewoon niet goed bij zijn hoofd. Bolkestein was de juiste man op de juiste plek, Vaessens had daar absoluut niks te zoeken.

Martijn Benders
‘Balans tussen vorm en inhoud’, wat een abjecte onzin,de ultieme keutelpraat!

Matthijs Ponte

oh nee, als je het zo stelt, inderdaad: zo is het maar net. Het is goed dat het eens gezegd wordt.

Martijn Benders
Het is keutelpraat, net zoals ‘balans tussen links en rechts’ in de politiek keutelpraat is. Het is holle retoriek die volkomen subjectief is, nergens over gaat en de ultrapolitieke functie heeft de middelmatigheid overal en altijd te laten zegevieren.

Samuel Vriezen
“Kooi” van Schaffer is zonder meer een keihard vormvaste bundel, die bestaat uit een strak volgehouden afwisseling van proza… See moreïsche fragmenten van steeds precies twee pagina’s met sonnetten in een parlandometrum. De klank is inderdaad anders dan bij Ida Gerhardt, maar dat kan het probleem niet zijn; het lijkt me geen “Ida Gerhardt Impersonation”-prijs. Blijft de vraag over: wat is dan wel “in de geest van Ida Gerhardt”?

Ik zou nog steeds graag de exacte formulering van die prijs zien, trouwens. “Vorm en inhoud in balans” zegt mij ook vrij weinig, dan kun je net zo goed “goede poëzie” zeggen.

Martijn Benders
Ja, zoals ik al zei het is doodeenvoudig om van welke bundel dan ook te beredeneren dat ze ‘vormvast’ is – daarom gaat daar de discussie ook niet over.

Samuel Vriezen
Inderdaad kan je zelfs van het zwakste brouwsel nog wel met wat truuks een “vorm” beschrijven. Toch is de vorm van Kooi heel wat helderder dan van het merendeel van de bundels die verschijnen; het is ook de formeel meest heldere bundel van Schaffer zelf, met mogelijke uitzondering van Definities en Hallucinaties.

Maar goed, die “geest van Ida” dus. Wat is die dan? Bolkestein schijnt het te weten (het lijkt de Geest van Pim wel verdorie).

Maar, los van of Bolkesteins argument grond heeft: ik vind het op zijn minst wel goed dat zo’n politicus zijn jurylidmaatschap zo serieus neemt.

Martijn Benders
Wat niet wegneemt dat ik best vind dat schaffer in de traditie van gerhardt te plaatsen is – saaie, conservatieve en ultraveilige poezie met veilige voorbeelden die veilige prijsjes wint. Ik wil zelfs best toegeven dat wat mij betreft ook vaessens in die hoek past. Het is echter voor zulke conservatieve elementen van het grootste belang dat zij de autonome klassieker, hier gespeeld door bolkenstein, binnenshuis weten houden. Lukt dat niet dan krijg je een soort eurlings effect: er moet schijnbaar een familie gemaakt worden en dat moet als progressief de boeken in verdwijnen.