Gedicht: Kudde – uit het Boek der Dode Uilen
Kudde
Ik nam al het mooie en voortreffelijke mijn schouders op.
Over mijn leven plaatste ik een vaas bloemen.
Nu sterf ik in de stilte, liggend langs een muur.
Baby-engelen en geestjes van kinderen knuffelen me in slaap.
Het licht valt tussen de gordijnen op de gele vloer.
Vroeger voerde ik monsters, ik was vlijtig en gemeen.
Ik smokkelde iets origineels en schrikbarends mijn leven in.
Ik was een zondaar, nu een gepensioneerde.
Mijn geest is plat, zwart en vredig.
Ik weet nu dat God niet dood is. God heeft honger.
Als hij komt vreet hij de paddenstoelen van de wereldtafel.
Eindelijk zal ik het geblaat van zijn kudde horen.
De zon zal rennend in een feestjurk opkomen.
Alle zieltjes aftaaien als vlammetjes in de as.
Het gekerm van de doden wordt tot één grote giechel.
Levenden en doden zullen in krankzinnig gehinnik
de manen aaneenknopen.
Boeken worden gepureerd tot een enkele letter.
De Almachtige laat de wereld uit zijn afgeleefde handen vallen
als een stok kaarten na een nachtenlang spel.
Kom, zie me bij de muur liggen, dag in dag uit.
De verblekende muren, die steeds eindelozer worden.
Mijn huis werd een donkere grot zonder hart.
Martijn Benders, naar Novica Tadic, eerste versie – uit: Boek der Dode Uilen, Uitgeverij Loewak, 2012
Kindertekeningen (gedicht)
Kindertekeningen
Je bent de mijne, zei de jongeman.
Je tanden zullen op je knieën slaan, vuile klootzak.
Ik ben de engel die jou de mond gaat snoeren.
Op je schoenen ga je pissen, huilen op mijn mouw.
Zingen zul je, als een echte stemvork.
Je schreeuw zal een schreeuw van de vrijheid zijn.
Mijn geluksmechaniek zal je in de tang nemen.
Kleine tirannen, kleine lammeren – niets zal je deren.
Ik gooi je tussen muizenbotten in een betoverde kelder.
Dove weduwen zullen voor je zingen, maat.
Ik neem je het grazende licht in, om je te kunnen zien.
Je trekt een zwaar beladen kar over een landweg.
Je gaat honing voor me rapen in de woestijn, vriend.
Aan mijn zoon met zijn gouden haar doe je me denken.
Een wereld die we vergeten zijn, is het niet.
Samen met onze eerste kindertekeningen.
Een wereld die we vergeten zijn.
Martijn Benders, eerste versie, 14-07-2011, naar Novica Tadic
Uit ‘Boek der Dode Uilen’, Uitgeverij Loewak, verschijnt begin 2012
‘Het Verlangen’ van Eddie Besselsen
HET VERLANGEN
Alles in verstild verlangen
een merel sleutelt schuchter aan z’n repertoire
de passieflora achterom lijkt aan elastiek te hangen
ook buurmans plichtmatig groeten wordt een hoopvol gebaar
maar vooral het licht dat na veel vijven en zessen
weer uitzicht biedt waarop ik lang was uitgekeken
‘k moet weer terug naar iets een oude dorst gaan lessen
de lagere school uitgaan bezwijken niet bezweken raken
onder zoveel mysterie in kastanjes, straatklinkers,
verweerde daken
in lucht rimpelloos als de bast van beuken.
Maar er moet iets onherroepelijks zijn ontstaan in
m’n dagelijkse ijver
de herinnering ervan eens de landing van een zwaan
in een stille vijver
vervaagt wanneer ik ’t opduiken wil in m’n zoekgeraakte
rommelkast
’t is niet verlangen naar de eerste zachte avondlucht
het aquarelleren van ’t late licht in mijn keuken
nee eerder naar een niet nader omschreven, niet
ingevuld niet te begrijpen allesomvattend tegenbericht.
‘Het Verlangen’ van Eddie Besselsen (1956) uit: DONKERSTRAAT. HOENDERBOSSCHE VERZEN, UDEN 1994.
Haar vader vond me ook een stomme lul
Een lightverse wat Karavanserai niet haalde, maar het lijkt me zeer geschikt als levenslied:
Haar vader vond me ook een stomme lul
Ze frot haar onderbroekjes in haar tas,
het boek dat ik haar gaf dat ze nooit las.
Ze vindt mijn poezie maar flauwekul,
haar vader vond me ook een stomme lul.
Het hemdje wat ik droeg vond hij maar niks,
ik kocht het op de Kuipmarkt voor een riks.
Hij loerde slechts vol afkeur naar mijn haar
door de vettige wolken van zijn sigaar.
Nu is ze weg, ze zei geen enkel woord.
Ze keek of ik haar hamster had vermoord.
En waar ze is, ik heb echt geen benul.
Haar vader vond me ook een stomme lul.
En gister hoor ik over een andere vent.
Ik zit nog steeds te mokken op mijn krent.
Ik gooi haar foto’s in het afwassop.
Haar vader was een echte kuttekop.
M.H.Benders, 22-08-2005
Vrij naar Gerry Rafferty
Een en ander natuurlijk geinspireerd door Shane Macgowans versie, die je hier incl een fijn interviewfragment kunt bekijken:
Commentaar