Wat ik zeg als niemand spreekt
Op NRC Boeken een recensie van Ilja Pfeijffer over de nieuwe dichtbundel van Nachoem Wijnberg, ‘het leven van’. Hij schrijft onder andere:
In al deze opzichten en vooral in dat laatste opzicht zijn de gedichten in Het leven van fundamenteel afwijkend. Dit is geen bundel van verzen, maar van zinnen. Als ik het zo zeg, zeg ik het verkeerd. Ook een verhalenbundel of een roman is opgebouwd uit opeenvolgende zinnen. Maar zo is dit niet. Dit is helemaal anders.
Het fenomeen prozapoëzie is Pfeijffer dus schijnbaar ontgaan, evenals de hele ‘New Sentence’ beweging. En de invalshoek die nu net wel de moeite van het bespreken waard is – of dit soort pseudo-autobiografische poëzie in de mode is, aangezien Tjitske Jansen vorig jaar met ‘Koerikoeloem’ aan kwam zetten, met een engiszins vergelijkbaar uitgangspunt; nee, daar ga je het als criticus natuurlijk niet over hebben. Je schrijft liever gewaagde stellingen neer als:
Deze bundel is een soort Tractatus logico-philosophicus, behalve dan dat hier de logica soms ver te zoeken is.
Bent u er nog? Fijn. Deze bundel is namelijk een soort telefoonboek, maar dan zonder namen of nummers.
Heel scherpzinnig opgemerkt van Ilja. Gelukkig ziet hij in de volgende passage een ‘estafette’ in de bundel, want de eerste en laatste zinnen sluiten bij elkaar aan. De criticus sluit af met de observatie dat deze poëzie, zelfs als het geen poëzie mocht zijn, gewoon waar is. Waar, ja. Want wat zei Wittgenstein ook alweer, ‘The logic of the world is prior to all truth and falsehood’. Juist, ja.
De hele bespreking leest u hier
Commentaar