The New Bomb Turks – Job
Ben inmiddels een maand gestopt met roken, ben aan het oefenen qua autorijden in Istanbul meestal met dit muziekje op. Rijdt heel lekker. Autorijden in Istanbul is geen kattepis. No rules. Watch your ass. In sommige delen van Istanbul: big fucking chaos. Vooral parkeren is lachen. Dubbel parkeren is heel normaal. Ga je even ergens een fles wijn halen, staat bij terugkomst je auto totaal geblokkeerd en kun je uur wachten tot de met zonnebril getooide eigenares van die dikke mercedes hautain haar autootje komt ophalen. Fuck that.
Over een maand of wat nok ik hem en ga ik een maand door Turkije crossen met mijn peugeot.
Istanbul, de koningin der opiaten
Mijn ouder vriendin Ilse is hier op bezoek. Ik had haar al bijna 20 jaar niet gezien. We waren jonge punks, destijds, politiek aktief en hopeloos naief en ook onbeholpen. Raar natuurlijk iemand te zien die je bijna 20 jaar niet gezien hebt, maar Ilse en ik hadden destijds wel een band. Dat was nog steeds zo, ze schoot meteen in de lach toen ze me op het vliegveld zag en we hebben de hele week door Istanbul gelopen, gepraat, raki gezopen en gefilosofeerd.
Istanbul is voor mij een soort opiaat. Het geheim van een goed opiaat is dat je het intense besef hebt dat je niet relevant bent. Dat je niets bent, dat je niet bestaat. Dat niks er ook maar een millimeter toe doet.
Mensen die nooit opiaten gebruikt hebben begrijpen daar natuurlijk niets van. Zij vinden het hele idee irrelevant te zijn een deprimerende gedachte. Toch is dit juist de magie van een grote stad: de volslagen gelukzaligheid van het onbeduidend zijn, het getorpedeerd worden met indrukken tot je zintuigen lens zijn.
Wellicht is het zelfs zo dat mensen die in een grote stad wonen onterecht van arrogantie worden beschuldigd. Want in dat grote, verzengende niets waarin niets er toe doet is ook de bezoeker vaak volslagen irrelevant. Dat merk je bijvoorbeeld in Berlijn of Parijs. Maar dat is nu juist het snufje extra ook weer wat Istanbul te bieden heeft: een gigantisch metropool met eigenlijk overal katten, tierlantijntjes, knusse straatjes, montere mensen, vlekkeloze bediening, transparante sfeer – Istanbul is de koningin der opiaten, een glitterend doolhof voor de ziel waaruit het nooit meer ontsnapt. Ik sprak een keer een oude Turkse man die zijn hele leven nooit Istanbul uit geweest was. ‘Dit is mijn gevangenis’ zei hij en hij gebaarde om zich heen. Ik zei hem dat met zulke mooie gevangenissen de vrijheid zelf een vervelende cipier wordt. Of dat had ik eigenlijk willen zeggen. Ik denk zelf ook niet dat ik hier ooit nog weg zal gaan.
De Berlijnse pottenfabriek
Vildan heeft wat vrienden die geregeld langskomen. Zij wonen in Berlijn en schipperen een beetje tussen Duitsland en Istanboel. Prima lui, alleen nemen ze altijd wat van die duitse meisjes mee die hier zijn om de Turkse taal te leren. Ook niks mis mee. Waar wel iets mis mee is: al die meisjes zien er precies hetzelfde uit. Van die lange plompe grieten met geschoren kapsels, kilos okselhaar en kistjes aan hun voeten. Prima, niks mis mee, denk je dan, tot je probeert een gesprek aan te knopen. Vandaag kwam Askin er weer met twee aanzetten die er precies hetzelfde uitzagen als de laatste vijfentwintig.
Bij binnenkomst bekroop de moedeloosheid me al, want Vildan had laten weten dat ze 2 dagen zouden blijven. Twee dagen tegen klonen uit de Berlijnse Pottenfabriek aangapen, dat doe je geen mens aan, toch? Ik lag dus enigszins mokkend boven op de schommelsofa een sigaret te roken toen Vildan liet weten dat ze niet zouden blijven. Opgemonterd toog ik naar beneden en probeerde een gesprek aan te knopen. Vergeet het maar. De ene studeerde politicologie. Ik probeer dus een discussie op te starten over spontane geschiedenis versus geensceneerde, wat me een ‘huh’ blik van jawelste opleverde. Ik probeerde nog even literatuur, wat een ‘oh literatuur’ reactie opleverde.
Dood aan de Berlijnse Pottenfabriek! Okselhaar is levensgevaarlijk, het vergroeit met de hersenen!
Commentaar