Over Loewak
Leonard Cohen
‘…an infinitely small vocabulary’
‘Echte dichters hebben geen rijbewijs.’, poneerde een vriendin van me eens. Ik heb die opmerking nooit empirisch bevestigd, maar er zijn me sindsdien wel veel dichters zonder rijbewijs opgevallen. Dat zullen dan wel de echte zijn.
Zou er ook een boven gemiddeld aantal dichters homoseksueel (m/v) zijn? Dat past dan natuurlijk wel erg netjes in een stereotype beeld van zowel dichter als homoseksueel als sensibel en overgevoelig. Het is natuurlijk ook een compleet onbenullige vraag (en daar komt bij dat ik persoonlijk niet veel voel voor vast omlijnde categorieen voor het omschrijven van seksualiteit).
Toch kunnen specifieke gevallen die vraag op een andere manier oproepen, misschien bijvoorbeeld heeft de homoseksualiteit van een dichter invloed op zijn taalgebruik? Zowel homoseksuelen als dichters spreken namelijk de taal van de minderheid, waarbij ‘minderheid’ op twee manieren moet worden gelezen. Ze vormen twee statistische minderheden in de maatschappij, maar belangrijker is dat ze de taal van de meerderheid, van de heersers, van de homogeniserende slogans van het kapitalisme, van binnenuit opbreken. Een minderheids taal is een taal die de heersende taal vervormt, anders maakt, eigen maakt door vreemd te maken, eigen maakt door onderdrukte – maar ook in de heersende taal inherente – structuren, patronen, te laten spreken. Zo zingt Leonard Cohen, geoefend in de dubbelzinnigheid, ‘From the wars against disorder, from the sirens night and day, from the fires of the homeless, from the ashes of the gay: Democracy is coming to the U.S.A.’
‘Littérature mineure’ is een begrip van Deleuze/Guattari dat ze beschreven in Kafka: pour une littérature mineure (1986), als 1. ‘deteritorrialiserend’ (van het gevestigde, van de norm afwijkend), 2. fundamenteel politiek geladen (alleen al omdat het van het gevestigde afwijkt), 3. gemeenschappelijk (omdat alleen in een devenir-mineur, een kleiner-worden de mogelijkheid tot verandering ligt).
(Wat is het toch een fijne bijkomstigheid dat een littérature mineure de lezer ook nog eens slimmer maakt; laatst vastgesteld door onderzoekers aan de University of British Columbia. Voor dit onderzoek kregen twee groepen hetzelfde verhaal van Kafka te lezen. Maar terwijl een groep de oorspronkelijke versie las, was voor de tweede groep het verhaal aangepast zodat het trapsgewijs, met logische stappen verliep. Na het lezen kregen beide groepen een oefening in het herkennen van patronen in een serie letters. Lezers van het oorspronkelijke, absurdistische verhaal waren vervolgens aanzienlijk beter in het herkennen en herinneren van deze patronen.)
Was Kafka homoseksueel? Ik geloof niet dat dat onder Kafka kenners (Kafkaisten?) de consensus is, maar in internet comment streams blijkt er veel over de vraag te zijn gediscussieerd, vaak met bevestigend antwoord. Nu zijn comments op sites natuurlijk wel de laatste bron voor betrouwbare informatie (alhoewel er nu juist op poëzie blogs opvallend evenwichtige en aimabele discussies worden gevoerd). We laten ‘Butter’ even aan het woord, (uit een reactie op een artikel waarin wordt gesteld dat Kafka homoseksueel was): ‘Kafka was a gay dude and he used his writing to deal with the surrounding conflict.’
Ongeacht of dit nu met betrekking tot Kafka klopt, het is zeker waar dat homoseksualiteit over het algemeen gepaard gaat met persoonlijk / maatschappelijk conflict, wat vervolgens door veel schrijvers wordt verwerkt in hun boeken. Datzelfde geldt natuurlijk net zo goed voor andere minderheden wat vaak tot vernieuwing leidt, omdat dat nu eenmaal van de marge komt. ‘… Many or most of the figures who re-created modern writing were gay, or Irish, or Jewish.’ schrijft Gregory Wood in A History of Gay Literature: The Male Tradition.
*
Deze gedachten over het verband tussen homoseksualiteit, marginalisatie, en poëzie werden aangespoord door de onlangs in Nederlandse vertaling uitgebrachte Verzamelde gedichten van Federico García Lorca (vertaald door Bart Vonck). Het deed me namelijk denken aan Lorca’s erotische ‘Ode for Walt Whitman’ (1930):
You gave a cry like a bird
With his prick pierced through by a needle
Enemy of satyrs
Enemy of the grape
And lover of bodies under rough cloth.
Not for one moment, tight-cocked beauty,
Who in mountains of coal, advertisements, and railroads
Had dreamed of being a river and of sleeping like one
With a particular comrade, one who could put in your bosom
The young pain of an ignorant leopard.
Not for one moment, blood-Adam, male,
Man alone in the sea, beautiful
Old Walt Whitman.
Because on the rooftops
Bunched together in bars
Pouring out in clusters from toilets
Trembling between the legs of taxi-drivers
Or spinning upon platforms of whiskey
The cocksuckers, Walt Whitman, were counting on you.
[…]
The cocksuckers, Walt Whitman, the cocksuckers,
Muddy with tears, meat for the whip,
Tooth or boot of the cowboys.
Want ook Whitman (1819-1892) was homoseksueel, en beschrijft één biograaf, Lorca vond hem een ‘pure ‘mannelijke’ homo, niet een geaffecteerd figuur, zoals Lorca zichzelf zag.’ Or your shoulders of corduroy worn thin by the moon / Or your muscles of a virgin Apollo.’
Het fragment van ‘Ode for Walt Whitman’ komt uit een vertaling van Jack Spicer (1925-1965), met kenmerkend opstandig, grof taalgebruik. Het is geen toeval dat Spicer dit gedicht vertaalde, en de manier waarop evenmin. Spicer was een fan van Lorca, en ook hij was homoseksueel (net als opvallend veel andere dichters in zijn (in)directe omgeving: Robert Duncan, Robin Blaser, Landis Everson, en op iets meer afstand Allen Ginsberg, Jack Kerouac (bij gelegenheid, vertelt Ginsberg in een interview), Charles Olson, Frank O’Hara, James Schuyler, en John Ashbery). Spicer was een homorechten activist, zelf-verklaard anarchist (wat leidde tot zijn verwijdering van de universiteit, waardoor hij nooit zijn promotie onderzoek afsloot), en alcoholist (de oorzaak van een vroege dood). Geen wonder dus, dat zijn gedichten gekenmerkt worden door een punk opstandigheid, dat tegelijkertijd van een diepe menselijkheid getuigde, vol van bittere humor. En net zo min verbazend dat voor hem de dichter een medium was voor het absoluut Andere. Zijn eigen stem vertrouwde hij niet, zijn schrijf procedure bestond uit uren wachten op een ingeving van het Andere, wat hij provocerend en speels ook wel de Marsmannetjes noemde (luister op PennSound naar een serie lezingen die Spicer kort voor zijn dood hierover gaf).
Spicer’s debuut was After Lorca en is typerend voor zijn eigenheid, en speelse maar brilliante provocaties: hij liet de al 20 jaar overleden Lorca vanuit zijn graf een niet geheel overtuigde brief van steun schrijven. Dit was 1957, toen Auden in de jury zat van de Yale Younger Poets serie (voor debuten). En, zo staat er in de inleiding van My vocabulary did this to me (wat overigens Spicer’s laatste woorden waren), ‘Lorca is perhaps the only major international gay poet he could propose to rival Auden’s endorsement.’ Lorca schrijft aan Spicer:
The dead are notoriously hard to satisfy. Mr. Spicer’s mixture may please his contemporary audience or may, and this is more probable, lead him to write better poetry of his own. But I am strongly reminded as I survey this curious amalgam of a cartoon published in an American magazine while I was visiting your country in New York.’ The cartoon showed a gravestone on which were inscribed the words: ‘HERE LIES AN OFFICER AND A GENTLEMAN.’ The caption below read: ‘I wonder how they happened to be buried in the same grave.
In After Lorca staan ook zes ‘antwoorden’ aan Lorca, waarin Spicer zijn poëtica uiteenzet:
Words are what stick to the real. We use them to push the real, to drag the real into the poem. They are what we hold on with nothing else. They are as valuable in themselves as rope with nothing to be tied to.
I repeat – the perfect poem has an infinitely small vocabulary.
*
En, zoals reeds vermeld bij Knack, liet vanuit een heel andere hoek ook Leonard Cohen zich inspireren en vormde Lorca’s ‘Little Viennese Walz’, om tot het nummer ‘Take This Waltz’.
En alhoewel Leonard Cohen niet homoseksueel is beschrijft hij wel al zijn ganse artistieke loopbaan (waaronder twee experimentele romans), (sexuele) verhoudingen en verlangens tussen mensen (in een verzet tegen elk vastgeroest normatief beeld van wat seksualiteit, familiestructuur zou ‘moeten’ inhouden). Door deze lyrische, weerbarstige erotiek, heeft Leonard Cohen toch meer gemeen met Spicer, Lorca, en tot op zekere hoogte zelfs Whitman dan een eerste aanblik zou doen vermoeden. De lijn die Walt Whitman, Lorca, Leonard Cohen, en Jack Spicer verbindt is er dus niet een van tijdsgebonden chronologie, maar een van intensiteiten, affecten, gemoedstoestanden. Weer uit de inleiding van My vocabulary did this to me:
As his last letter to Lorca suggests, the mingling of poets in the sheets of a book is the mingling of lovers, but this union suggests an eros beyond sex, through which their textual bodies become as indistinguishable as bodies decaying together in the earth…in effect made new; ‘the pieces of the poetry or of this love.
-
‘Homosexuality’
Roses that wear roses
Enjoy mirrors.
Roses that wear roses must enjoy
The flowers they are worn by.
Roses that wear roses are dying
With a mirror behind them.
None of us are younger but the roses
Are dying.
Men and women have weddings and funerals
Are conceived and destroyed in a formal
Procession.
Roses die upon a bed of roses
With mirrors weeping at them.
uit: Jack Spicer, My vocabulary did this to me: the collected poetry of Jack Spicer, Gizzi, Peter; Killian Kevin (eds.), Middletown: Wesleyan University Press, 2008, p. 6
De nieuwe Benders
'Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem' heet de nieuwe dichtbundel van Martijn Benders.
Hoe het kan dat één ongeordende, doorgaande stroom gedichten, op het oog zonder plan of doel, opbouw of richting geschreven, zo kan fascineren is lastig
uit te leggen.
Abe de Vries, De Contrabas
Lees de recensie
Archives
- January 2012
- December 2011
- November 2011
- October 2011
- September 2011
- August 2011
- July 2011
- June 2011
- May 2011
- April 2011
- March 2011
- February 2011
- January 2011
- December 2010
- October 2010
- September 2010
- July 2010
- June 2010
- May 2010
- April 2010
- March 2010
- February 2010
- January 2010
- December 2009
- November 2009
- October 2009
- September 2009
- August 2009
- July 2009
- June 2009
- May 2009
- April 2009
- March 2009
- February 2009
- January 2009
- December 2008
- November 2008
- October 2008
- September 2008
- August 2008
Commentaar