letterenfonds

Pieter Steinz nieuwe directeur Letterenfonds

Pieter Steinz, de nieuwe directeur van het Letterenfonds, reisde naar Schotland om Macbeth op te sporen en naar Roemenie om Dracula te vinden. Helaas bleken de personages ontraceerbaar maar het literaire reisje was desondanks toch de moeite waard, want Macbeth blijkt zich over heel Europa te hebben verspreid en dankzij Pieters reisje weten wij dat nu ook. Kijk naar de leerzame uitleg:

Dat wordt groot succes voor de nieuwe bundel van Piet Paulusma in Saudie Arabie en Noord-Korea!

“Steinz, die zelf een tiental encyclopedische en literair beschouwende werken publiceerde, zegt in dat gesprek voorts nog dat hij ervoor wil ijveren dat een Nederlander, met name Cees Nooteboom, de Nobelprijs Literatuur krijgt.”

Schaapjes in wolfskleding

Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven, kent u die uitdrukking? Een hetzemaker laat je geen encyclopedie schrijven. Ik moest daaraan denken toen ik zag dat Bart F.M. Droog plots, nu het Letterenfonds alleen nog geld geeft aan ‘projecten’ en niet meer aan tijdschriften, zijn oude natte droom weer tot leven zag komen: een enorm archief, met politie-agent Droog in het midden, die de lakens uitdeelt over wie en wat waar en hoe herinnerd moet worden door iedereen.

Wat nu, dacht ik. Waarom zou het Letterenfonds in vredesnaam geld gaan geven aan iemand die het niet eens gelukt is zelf de Wikipedia te halen? Want zo moeilijk is dat toch niet. Elke flapdrol met wat cultureel kapitaal kan er zo in. Waarom moet garnalenpeller Bart droog de chroniqueur der Nederlandse poezie van de laatste honderd jaar worden? Die man heeft zelf nog nooit een fatsoenlijk gedicht weten schrijven. Hij loopt constant in zijn krakerskistjes de Letterenwereld door te commanderen, huisregels hier, relletje daar, het doet me terugdenken aan de tijd dat ik zelf gekraakt woonde. Ik woonde een paar jaar in een gekraakte school tegenover het evoluon. Ook daar hadden we een kraakagent. Mij altijd een raadsel geweest waarom mensen die de ‘gevestigde orde’ ontvluchten vervolgens nog grotere regelneukers worden dan ‘de vijand’. Misselijk word je ervan. Regeltjes, regeltjes, regeltjes, de kraakagentjes worden helemaal gek zonder hun preciare regeltjes. En maar vergaderen, ellenlang vergaderen. Elk gebarsten dakgootje moest een week over vergaderd worden. Ik liet altijd verstek gaan, en was dus de zondebok. Ik was niet politiek correct. Ik gaf niets om de gemeenschap. Beeeeh, beeeeeh. Schaapjes in wolfskleding.

Bart FM Droog de Encyclopedie van de Nederlandse Poezie laten samenstellen dat is de koffiejuffrouw vragen het jaarverslag van de onderneming te schrijven. En een fijne koffiejuffrouw is het niet – het is een hele humeurige koffiejuffrouw, die overal plakkerige koffie morst. Die in de gang steeds staat te roddelen over het personeel. Die hetzes voert – tegen collega Pijpertje en collega Wolfie, bijvoorbeeld.

Het echte probleem is niet het bestaan van de heerschap Droog. Dit soort congierges, koffiejuffrouwen en agentjes bestaan overal en zullen altijd overal blijven bestaan. Er bestaat helaas geen manier op humane wijze van ze af te komen.

Het echte probleem is dat dat Letterenfonds geld dat bedoelt is voor literatuur mogelijkerwijze aan dit soort ‘slimme mannetjes’ met ‘slimme projectjes’ gaat geven. Zodat er een of andere volstrekt nutteloze encyclopedie online staat, waar je over allerlei priegeldichters en nonentiteiten kunt lezen die toch niet meer te krijgen zijn in print, dus wat voor nut het heeft erover te lezen? Mij heeft nog nooit iemand het uit kunnen leggen. Ik vind die Wikipedia pagina als encyclopedie meer dan afdoende.

Inmiddels gaat de polemiek verder tussen Droog en Gerrit Komrij
en heeft Bart besloten de ‘flooding technique’ toe te passen. Zo heet dat wanneer de koffiejuffrouw zoveel plakkerige koffie over je papieren morst dat ze onleesbaar zijn geworden.

Occupy poetry, deel 2: de Staatscanon

Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon. Wist u dat die bestond? Opgezet door niemand minder dan CDA minister Maria van der Hoeven.

In dit artikel valt er meer over te lezen

We lezen onder andere: ‎”Door een auteur veel subsidie te geven, verleent het Fonds voor de Letteren hem of haar canonieke status.”

Een heel bijzonder Fonds vind ik dat. Bemiddelaars, van bedenkelijk literair gehalte (wie vindt Rob Schouten en Adriaan Krabbendam grote literatuur schrijven? ) die niet alleen bepalen wie er geld krijgt, behalve zijzelf (netjes alles vanaf de gang aanhorende, uiteraard) maar ook nog eens, door de hoeveelheid geld, laten merken wie er in aanmerking komt vereeuwigt te worden, en wie niet.

En omdat dat nog niet genoeg dolle vreugde is komt er een CDA minister met een “Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon” op de proppen.

Geen toeval dus, die ‘Brabantse Canon’ waar ik laatst bezwaar tegen had. De overheid machtigt zich nu al de taak van de literatuurwetenschap toe. Die jongens hebben het immers te druk met elkaars boeken lezen, en de politiek heeft het klaarblijkelijk niet druk genoeg. Zou dat nog wat schuiven, commissielid zijn in de “Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon”?

Het is werkelijk hemelschreiend waar die ambtenaren zich tegenwoordig met behlup van publiek geld mee denken te kunnen bemoeien. Een Canon vormen? Door de politiek? Is er ook maar iemand, ergens, die mij uit kan leggen waarom dat noodzakelijk is? En niet juist een verschrikkelijk pedante, badinerende en ook zeer bedenkelijke onderneming? Schrijvers die zich laten fiatteren en vereeuwigen door de overheid? Dat is al Orwell en Kafka in één doos. En dan durven ze ook nog te klagen dat ze niet populair meer zijn! Ze zouden nog in Guantanamo hun boekjes gaan staan verkopen, als er maar een ambassadeur en een bankettafel aanwezig was.

We zitten opgezadeld met ze, deze schrijvers. Met een avantgarde die alleen overbekende namen weet te noemen. Je zou bijna gaan denken dat die mensen nooit boeken lezen. Daar hebben ze met al dat commissiewerk natuurlijk ook geen tijd voor. De door hen verafgode Duchamps schreef ooit dat de enige keuze die de kunst in de toekomst daadwerkelijk zou hebben die was om ondergronds te gaan. Duchamps zag in dat het huwelijk tussen de beschaving en de kunst nooit goed af zou lopen. Maar in het ondergrondse: geen lintjes, geen boekenballen, geen borrelhapjes – er zou nauwelijks een schrijver te vinden zijn die het zou overleven. Daarom: de Helden moeten er zijn, en moeten verder hun mond houden. Heel veel zwijgzaamheid vind je er, in die Canons. En af en toe een adelaar die zich niets aan die scheur in de aarde gelegen laat liggen.

Chretien Breukers – Baas op eigen Blog

Absurder kan het niet – commentaar dat ik op de Contrabas leverde op mijn eigen gedichten wordt er doodleuk gewist. Onder pseudoniem ja, want onder mijn eigen naam ben wist het systeem automatisch alles wat ik post. Ik protesteerde bij een ‘Contrabas Collega’ en die liet me het volgende weten:

martijn, ik heb je grieven aan chrétien voorgelegd, hij vindt dat hij op grond van inhoudelijke blogregels, die voor iedereen gelden, gerechtigd is te doen met jouw posts wat hem goeddunkt. Ik wierp nog tegen dat het wel gek is, benders een podia te geven en hem dan op datzelfde blog van de commentaarmogelijkheid te ontzetten maar naar zijn gevoel zet je de discussie altijd naar je hand, ga je er met al je zwaarte die richting aan geven waarbij een moderator panikeert want dan wordt er ingepikt door luitjes die ook die richting weer gaan omsurfen enzoverder,- en je kunt het een blogbaas niet euvel duiden dat hij baas is over zijn blog, dat ben jij op jou manier ook, toch? Ikzelf heb geen blog, dus nou ja, ik kan alleen maar bemiddelen

Sta eens even, voor een moment maar, stil bij hoe absurd deze redenatie is. Inhoudelijk commentaar op mijn eigen gedichten mag worden gewist ‘want ik zet de discussie naar mijn hand’.

Baas op eigen blog. Die ideologische dekmantel over het onfatsoen kennen we nu zo langzamerhand wel. Ik ben ook baas in eigen huis, maar dat betekent nog niet dat ik het recht heb mensen gekneveld de kelder in te gooien. Wie een dichter het recht ontzegt zijn eigen gedichten (op verzoek!) van commentaar te voorzien, met als enige redenatie ‘Jij bent retorisch niet in de hand te houden door mij’ – hoe gestoord is zo’n moderator precies? Autoriteit gebaseerd op censuur: alles wat ik retorisch niet de baas kan wis ik. Waar ik woon noemen we zo iemand ook wel een ‘slapjanus’.

Prima allemaal, maar wel betaald met gemeenschapsgeld. En met hetzelfde fatsoensgehalte als de opmerking dat Samuel Vriezen alleen zijn pianospel wou promoten toen hij op de begrafenis van een vriend een stuk speelde.

Ja, ook dat ben ik niet vergeten. Baas op eigen blog – maar wel een vervelende, pokdalige koppelbaas wiens broek achterlangs half op de reet hangt.

Voor Breukers zijn blik leugens weer opentrekt: de gewiste postjes bevatten geen enkel scheldwoord en alleen relevant commentaar op de gedichten zelf. En voor de fatsoensrakkers van het Letterenfonds zich weer in de handen wrijven: nee, het uitbannen van scherpe taal is het uitbannen van de literatuur zelf. En dat heeft met schelden absoluut niets te maken – wat deze luitjes doen is pogen de polemiek onmogelijk te maken. En masse. Er mag geen scherp woord geschreven worden. Behalve door Mijnheer Breukers zelf, en de kornuiten die hij in de hand heeft. Kornuiten als Adriaan, die snel even hun gebrekkige taalkennis komen demonstreren als de grote boeman het spreken onmogelijk is gemaakt. De Grote Adriaan, bekend van zijn bedrijfsadvertenties op de website van het Letterenfonds.

En wat wiste Breukers precies? Volgende opmerkingen over het gedicht ‘Gum’:

‘Hand heeft ook andere connotaties in dit gedicht – het betekent ook wijze van schrijven, wat het directer met de gum verbindt, en er is bovendien ook nog een homoseksuele connotatie – ‘van het handje zijn’ betekent homoseksueel zijn. Het gedicht is dus zelf ook dubieus over het geslacht, en dat is het conceptuele eraan – ook het begin kan op die manier geduid worden: je bent een lekker ding, je bent onzijdig, je bent HET handschrift’.

Dat commentaar heeft Breukers gewist. De man heeft een zieke geest, meer kan ik er niet van maken. Ik zou graag eens de onzichtbare blogregels inzien waar hij zich in deze kwestie op beroept. Waar zijn die te lezen en waarom hield ik me daar niet aan?

Martinus Benders

Kluun als exportproduct

Ondertussen vind ik het interessante aspect aan de zaak juist dat hele ‘Kluun als exportproduct’ – dat kan niet anders dan een hoop minachting genereren bij de Chinezen voor de kwaliteit van de westerse literatuur. Wat een ontzettend vreemde beslissing.

Het Letterenfonds begint steeds meer op Buma Stemra te lijken. Die organisatie gebruikt ook het jaarlijkse songfestival om consistent een bepaalde industrietak te promoten. Dat we jaar in jaar uit voor schut staan – het is hen om het even, het gaat immers om iets anders: namelijk dat de ‘eigen groep’ als de top van de muziekindustrie blijft gelden. Dat de Nederlandse wansmaak geen universele geldigheid heeft weet men allang. Men is juist bang die wansmaak te verliezen – daar verdienen ze immers geld mee. Men heeft, kort gezegd, geen enkele belang bij nieuwe muziek die het songfestival zou winnen. Men wil een dom publiek met wansmaak, want daaraan verdient men zijn brood. Voor schut staan in Europa neemt men dan maar op de koop toe, als de eigen industrie maar aan de top blijft.

Ook het Letterenfonds beweegt die richting op. Onbegrijpelijk, natuurlijk, zo’n beslissing om die wansmakelijk slechte boeken van Kluun aan de Chinezen te gaan presenteren. Het kan bijna niet anders of het zal een hoop minachting genereren bij de Chinezen voor de westerse literatuur. Maar dat is het Fonds der Letteren om het even. Het gaat hen duidelijk om iets anders. Dat de Nederlandse wansmaak niet universeel geldig is weet Henk Propper natuurlijk ook best. Nee, wat hier feitelijk gebeurt is iets anders: alles wat goed verkoopt moet ook als een standaard van kwaliteit gepresenteerd worden. Niet voor de Chinezen. Wat de chinezen ervan vinden zal hen worst wezen. Dat ze waarschijnlijk nooit meer een boekendeal binnenhalen met zulke wanproducten ook – die deals leveren sowieso erg weinig op. Nee, het gaat het Letterenfonds er vooral om de nieuwe literatuur te legitimeren. En dat is een literatuur die drijft op oude glorie en pulp.

Ondertussen staat de echte Nederlandse schrijverswereld voor lul. Maar dat hoort erbij, waarschijnlijk. Het idee dat je als land kwaliteitsliteratuur moet exporteren zal wel uit de 19e eeuw stammen. Nog frappanter is een stuk dat ik vanmorgen in het NRC las, de krant die columnisten uit één bepaald specifiek cafe lijkt te betrekken. Ene Steven de Jong schrijft daar: “Een Westerse afzetmarkt geeft hen niet alleen een groter podium, maar ook die felbegeerde vrijheid van meningsuiting.” Steven heeft klaarblijkelijk geen flauw benul hoe censuur werkt. Hoe intelligent is zo’n opmerking precies? Het verbaast me weinig dat mijn artikelen op Loewak evenveel likes genereren als de columnistenstukjes op het NRC.

Lees dat artikel hier

Het is allemaal korte termijn politiek, bedoeld om de eigen industrietak hoog te houden. Dat daarmee een funest beeld wordt geschapen van de westerse literatuur zal onze jongens een zorg wezen. Als het eigen winkeltje maar blijft draaien. Op de lange termijn speelt men zo op een ongelofelijk domme wijze het fascisme in de kaart. Immers, het beste argument tegen de westerse cultuur is het onvermogen van dat systeem de beste elementen boven te halen en rommel te verkopen als hoogste goed. Wij zijn geen alternatief meer, op die manier. Wij zijn misschien wel erger dan de culturen die we willen bekeren.

De Contrabas, deel 2. De civilisatie van het internet.

Als ik iets angstaanjagend vind zijn het wel de commentaarvelden op een site als de Huffington post. Niet om een of andere vermeende agressie of grofheid maar omdat je door tonnen en tonnen chatcommentaar moet waden om een enkele enigszins intelligente reactie terug te kunnen vinden. Het hele internet is uitgegroeid tot een grote chatbox. Dit is geloof ik het echte probleem, niet de nogal kleinburgerlijke vijand van de polemiek.

Toch zie je bijna altijd dat de ‘woede’ en de ‘negativiteit’ en andere kleingeestige burgermansangsten tot de publieke vijand worden verklaard door een klein legertje columnisten en opiniemakers. ‘We doen allemaal dankzij het internet zo negatief’ heet dan de probleemanalyse van deze media elite – tot eenzelfde conclusie had men in elke willekeurige Amerikaanse talkshow ook gekomen – de oplossing is dus niets dan een manifestatie van het probleem.

De gegoede burgerij die de negativiteit uit wil bannen, die alle scherpe kantjes van een debat wil vijlen, die steen en been klaagt over elk onvertogen woordje dat valt en van elk vlekje op het spierwitte tafelkleed der retoriek een inzinking krijgt – DAT is de context waarbinnen de moderatiediscussie omtrent internet moet worden gesitueerd. Men wil de scherpe, intelligente wolf eruit werken zodat de schaapjes hun gang kunnen gaan.

Ik had mijn hielen ook nog niet van de Contrabas gelicht of daar waren ze weer: Adriaantje Krabbendam en Christina Blaauwendraad.

Ik schreef al eens eerder dat naar mijn idee de hoeveelheid censuur met de komst van internet schrikbarend is gestegen. Dat is zo omdat dit soort middelmaat, nu ze eindelijk de macht hebben zelf krantenredacteurtje te spelen in de oneindige ruimte, die macht gebruikt om de eigen superioriteit te bevestigen. Dat is het kerninstinct van elk levend wezen – en om die superioriteit te kunnen bevestigen moet men alles wissen wat doet vermoeden dat die superioriteit niet bestaat. Ergo, men wist dus *zowel* de hogere als de lagere elementen, om de illusie van superioriteit in stand te houden. Dit is een fenomeen dat je bij middelmaatelites standaard kamerbreed ziet worden toegepast. Of de middelmaat nu ‘Revisor’ heet of ‘Contrabas’ of ‘NRC Handelsblad’ – elke middelmaat poogt van nature de werkelijkheid zo te verdraaien dat het precies datgene niet laat zien dat de eigen vermeende superioriteit zou aantasten.

Tot nu toe een volslagen natuurlijk fenomeen. Al deze belangrijke heren, al deze pofferige webredacteurtjes en reactiemoralisten – wie zou geen begrip voor ze kunnen opbrengen?

En natuurlijk zal de overheid middels het Letterenfonds – middelmaat par excellence – zijn best doen deze driftige internetharkers in hun heilige missie bij te staan. Het internet moet worden geciviliseerd, de natte droom van elke rabiate pennenlikker. Henk Propper ligt er nog elke nacht wakker van. O nee, toch niet, want die heeft alleen een leuk baantje.

Je kunt de volgende grote ontwikkeling in het subsidiewezen al aan voelen komen. De blaadjes, ze moeten niet alleen op internet AANWEZIG ZIJN, nee, zij dienen ook fatsoenlijk te worden gemodereerd om ons culturele erfgoed voor de toekomst te bewaren.

En dan krijg je een eindeloze stroom chatachtige, nietszeggende proza, met een erboven hangende redacteur die toevallig altijd de enige persoon is die iets intelligents te melden heeft.

In plaats van dat je zo’n literair blad eens aan hun bestaansrecht herinnert en een een fatsoenlijke eis op tafel legt – namelijk dat ze aan SCOUTING doen, wat werkelijk hun enige literaire plicht is – maar juist die plicht wordt door zowat elk blad totaal verzaakt. Ik heb in de 15 jaar dat ik actief dicht precies eenmaal een verzoek van een literair blad ontvangen. Is dat normaal? Nee, dat is de omgekeerde wereld. Men zit op zijn reet, publiceert wat binnen komt waaien en noemt dat een ‘kwaliteitscurator’. Scouting daar voelt men zich te goed voor. Het instituut is belangrijker geworden dan de literatuur. Op internet aanwezig zijn lijkt dan voor deze doorsneemannetjes een prima alternatief. Als ze maar wel een bak geld krijgen voor die website.