Literaire tijdschriften

Top 20 literaire sites Nederland incl. Literaire tijdschriften

Ik heb even het onderzoek verder doorgevoerd door ook de literaire tijdschriften mee te nemen in het onderzoek. De meeste van hen zijn tegenwoordig ook digitaal aktief, hebben archieven online, en krijgen daar flinke subsidies voor dus het is interessant te zien of dat ook vruchten afwerpt. Hier is de top 20 Literaire websites incl. de literaire tijdschriften:

1. Literairnederland.nl 1,429,445
2. Decontrabas.com: 2,298,844
3. De Gids: 2,413,068
4. Papieren man 2,770,655
5. Meander Magazine: 2,962,723
6. Boekweb.nl 3,408,886 (nb die hoort er eigenlijk niet tussen)
7. Brakkehond.be: 4,054,068
8. Loewak.nl: 4,555,610
9. Achillevandenbranden.blogspot.com 4,604,050
10. Epibreren.com 4,721,464
11. Kluger Hans: 5,049
12. De Reaktor 5,697,826
13. Pomgedichten.nl: 5,938,035
(alleen bijgevoegd omdat die Wolff het altijd over zijn miljoenen bezoekers heeft)
14. Tzum.info: 6,405,724
15. Lava Literair: 7,680,707
16. Poeziekrant: 8,278,288
17. Tirade: 8,433,876
18. Hollandsmaandblad.nl: 8,900,768
19. Krakatau.nl: 9,675,744
20. DWB.be 9,696,186

Opvallend. Slechts 1 literair blad in de top 10, de Gids, meteen ook het oudste blad dat Nederland rijk is.
Een aantal bladen en instanties die veel geld kregen om een ‘digitale aanwezigheid’ te bewerkstelligen is het niet gelukt een top 10 plek te veroveren. Bedenk dat de Reaktor uit wel een 20 of wat mensen bestaat, en dat ik Loewak met zijn tweetjes bestier, of Achilles van Den Branden die verslaat ze in zijn uppie.

Dit zijn de literaire bladen die de Top 20 niet haalden:

Passionate magazine: 12,502,813
Deus ex machina: 16,875,853
Liegendkonijn.be: 28,234,060
De Revisor: 13,091,184
NY: 17,634,443
Boekie Boekie: 24,372,643
Op Ruwe Planken: 25,417,767

Waar wel enkele bladen bij zitten die naar mijn weten veel geld kregen om een online presentie te maken.
Conclusie: de top 10 literaire sites wordt vooral gedomineerd door onbetaalde, op vrijwillige basis geschreven, bezielde websites. Er is maar 1 literair blad in te vinden ondanks het feit dat de financiele middelen ruimschoots voor handen waren.

Het literaire tijdschrift is dood, lang leve het literaire tijdschrift

Dat is de kop van een recensie van The Oxford critical and cultural history of modernist magazines, misschien interessant voor mensen die de recente discussie hebben gevolgd die ontstond na naar aanleiding van de Master scriptie van Bart Temme over de effectiviteit en relevantie van Nederlandstalige literaire tijdschriften als kweekvijvers voor jong talent (onder andere op DeContrabas , hier op Loewak door Martijn Benders, en in een reactie van Temme in het NRC).

De recensie van bovengenoemd boek begint met de uitspraak van T.S. Eliot dat, ‘The first function of a literary magazine is to introduce the work of new or little-known writers of talent.’ In 1920 stelde hij als doel voor een tijdschrift dat hij opzette, ‘the maintenance of critical standards and the concentration of intelligent critical opinion.’

Wat betreft het hedendaagse tijdschrift; ik denk dat het tijdschrift/boek nog even moet wennen aan het internet. Het zal vast (nog een hele tijd) blijven bestaan, maar ik vermoed in toenemende mate als aanhangsel van digitale varianten die steeds meer in verbinding met elkaar zullen staan, zoals nu al te zien in de ontwikkeling van Personal Digital Assistants waarmee verbinding kan worden gemaakt met andere netwerken (PDA, Kindle, internet, automatische garagedeur).

Anderzijds geven computers juist ook nog altijd de schijn van een soort buro-oppervlakte (bijvoorbeeld de desktop, en het mappen systeem), en zijn er nog veel aspecten van computers/websites die doen denken aan de layout van een boek – als een soort drapering over de eigenlijke digitale bouwstenen van computer en internet.

De kweekvijver, revisited

Op weblog de Contrabas een discussie over ‘het literair tijdschrift als kweekvijver voor talent’.

Maar waarom wordt de hamvraag niet beantwoord, namelijk waarom een selectiemechanisme (uitgever) een ander selectiemechanisme nodig zou hebben om te kunnen selecteren. Dat is toch klinkklare onzin. Je zegt er eigenlijk mee dat de redacteuren van uitgevers niet in staat zijn werk op kwaliteit te beoordelen. Dat doen wij wel voor hen.

Het tijdschrift als een soort talentenjacht, dat is toch een door en door commercieel idee juist.

De enige prangende vraag die zo’n constructie oproept is dezelfde als die de Beurs van Berlage oproept: zou een gorilla het soms beter doen.

Daar zou een onderzoek naar gedaan moeten worden.

Wat overigens wel interessant is aan deze discussie is dat hij de algemene maatschappelijke en economische tendens volgt: het google-model economie waar de tussenpersonen worden uitgeschakeld.

Dezelfde argumenten die je in deze draad tegenkomt (‘de literatuur gaat teloor zonder tussenpersonen’) vind je in vrijwel alle economische sectoren terug (‘zonder tussenpersoon geen betrouwbare hypotheek’)

Interessanter dan het gemeier van deze tussenpersonen is de vraag of het google-model op lange termijn wel kan werken. Naar mijn idee niet, namelijk. Het is gebaseerd op het idee dat je alles permanent gratis aan kan bieden, waarin ik een wraakmotief van de consument ontwaar: alles moet gratis, want ik ben boos over het systeem.

Het is in principe een nieuwe vorm van protestcommunisme.

Daar doen wij gezellig even aan mee middels een gelegenheidsgedichtje:

De naam is debat

Het onderhouden van een kweekvijver
vereist ophoging met een gouden randje,
zodat de brulkikker, bij gebrek aan tandjes
meent dat de hemel op de horizon gloort.

Het stinkt er, maar niemand die dat stoort.
Als het maar pruttelt, overloopt van talent.
Soms waggelt er een dikke bromvlieg langs
die in het water pist, maar alles went

want vretend van het eigen excrement
zul je ooit de vijver ontgroeien, zal je tong
geen vlieg beroeren maar cement

dat uit oren, neus en mond zal vloeien
tot je een standbeeld van jezelf bent
en je tong zich inmetselt
in zelfbemoeienis.

Ken je me nog?
Uit de kweekvijver?
Aangenaam.

M.H.Benders