De Berlijnse pottenfabriek
Vildan heeft wat vrienden die geregeld langskomen. Zij wonen in Berlijn en schipperen een beetje tussen Duitsland en Istanboel. Prima lui, alleen nemen ze altijd wat van die duitse meisjes mee die hier zijn om de Turkse taal te leren. Ook niks mis mee. Waar wel iets mis mee is: al die meisjes zien er precies hetzelfde uit. Van die lange plompe grieten met geschoren kapsels, kilos okselhaar en kistjes aan hun voeten. Prima, niks mis mee, denk je dan, tot je probeert een gesprek aan te knopen. Vandaag kwam Askin er weer met twee aanzetten die er precies hetzelfde uitzagen als de laatste vijfentwintig.
Bij binnenkomst bekroop de moedeloosheid me al, want Vildan had laten weten dat ze 2 dagen zouden blijven. Twee dagen tegen klonen uit de Berlijnse Pottenfabriek aangapen, dat doe je geen mens aan, toch? Ik lag dus enigszins mokkend boven op de schommelsofa een sigaret te roken toen Vildan liet weten dat ze niet zouden blijven. Opgemonterd toog ik naar beneden en probeerde een gesprek aan te knopen. Vergeet het maar. De ene studeerde politicologie. Ik probeer dus een discussie op te starten over spontane geschiedenis versus geensceneerde, wat me een ‘huh’ blik van jawelste opleverde. Ik probeerde nog even literatuur, wat een ‘oh literatuur’ reactie opleverde.
Dood aan de Berlijnse Pottenfabriek! Okselhaar is levensgevaarlijk, het vergroeit met de hersenen!
Commentaar