Foutieve probleemanalyses over de poezie
Even als een hoofditem reageren op iets dat Rik in een discussie op een ander item opvoerde:
“Gevolgen dat populairder maken van Poezie zo vrijwel onmogelijk is. Het medium en tijdsgeest eisen iets in ieder geval bij een eerste lezing sneller toegankelijkheid. “
Wat ik persoonlijk veel zie is foutieve probleemanalyse over de poëzie. Laat ik eens even uiteenzetten hoe het naar mijn idee werkelijk in elkaar steekt.
Poëzie is in Nederland nooit populair geweest. Zelfs een groot dichter als Nijhoff verkocht nauwelijks 300 exemplaren van zijn meest bekende bundels. De kernvraag is dan: waar ligt dat aan? In Nijhoffs tijd was er niet veel concurrentie, concurrentie die er nu dankzij het subsidiesysteem wel is. Aan dat subsidiesysteem is die impopulariteit dus niet te wijten, maar waaraan dan wel?
In Oostbloklanden, bijvoorbeeld Hongarije, hebben de meeste dichtbundels een oplage van 2000 stuks. En dat is een land met de helft van het aantal inwoners dan Nederland heeft. Is de Hongaarse poëzie dan veel en veel ‘toegankelijker’ dan de Nederlandse? Nee, sterker nog: zij is vaak moeilijker en filosofischer, dat weet ik omdat ik veel Hongaarse poëzie lees. Wat is er dus mis met jouw analyse dat de poëzie zich ‘aan moet passen aan een veranderende tijdsgeest’ door ‘begrijpelijker te worden’? Alles. De impopulariteit van poëzie heeft niets te maken met diens ‘begrijpelijkheid’ maar alles met de volksaard: de nuchtere, rationele, berekenende Nederlander leest van nature gewoon niet graag poëzie. Is dat nuttig? Waar is dat goed voor? Het zit simpelweg niet in de aard van het beestje. Begrijpelijker schrijven zal totaal niets uithalen, en is ook al iets dat men al sinds de zestiger jaren probeert – met weinig effect.
Sterker nog, jouw analyse is precies dezelfde analyse die de kranten ook hebben toegepast: de krant moest begrijpelijker worden, minder intellectueel, minder elitair, jan met de pet moest er ook zijn verhaal in vinden, ga zo maar door. En wat zien we? Er worden nog steeds minder en minder kranten verkocht. Foute probleemanalyse. Zo fout dat ik durf te beweren dat de oude positie een sterkere was: toen de krant nog intellectuele allure had, stond ze sterker in haar schoenen. Nu, met gebrek aan enige autoriteit, geeft niet alleen jan met de pet er de brui aan maar ook de intelligente lezers, die zich niet langer vertegenwoordigt voelen.
Er is in Nederland genoeg hele begrijpelijke poëzie. Die verkoopt inderdaad ook wel wat beter doorgaans dan van die postmoderne knooptapijtgedichtjes. Maar de oplossing voor de ‘impopulariteit van de poëzie’ zit niet als een toverformule achter deze begrijpelijkheid verborgen: naar mijn idee is het per definitie onmogelijk iets populair te maken dat duidelijk tegen de volksaard indruist.
Wat je wel kunt doen: minder rommel uitgeven. De uitgeverswereld lijkt wel verworden tot een Chinese wegwerpschoenenfabriek. Het ene na het andere ‘literaire meesterwerk’ wordt de markt op geslingerd tussen de kookboeken en knutselwijzers. Zonder enige kritische feedback, want de kritiek is feitelijk totaal onklaar gemaakt. De kranten schrijven alleen nog over prijzen. Gesubsidieerde internetkliekjes schrijven vooral over eigen vriendjes. Waren er vroeger 30 dichters die slecht verkochten, nu zijn het er 300. Feitelijk is de belangstelling voor poëzie dus niet afgenomen maar juist toegenomen, alleen door de verregaand versplintering en overbemesting van de markt merkt de individuele dichter daar niets van.
Het is ook een vicieuze cirkel: hoe meer rommel er de markt op komt, des te minder zijn mensen bereid boeken ook aan te schaffen. Ik heb zelf genoeg dichtbundels gezien om te weten dat 90% mijn geld niet waard was. Dat gevoel is precies wat er mankeert: wie veertig gulden uitgeeft wil wel iets terugkrijgen dat op een of andere manier indruk maakt. En dat los je met ‘begrijpelijkheid’ niet op – ik heb talloze gedichten gelezen die allemaal verschrikkelijk begrijpelijk, nietszeggend en oersaai waren.
Nee, wat er mist is iets anders: het idee dat je, als je zo’n boek koopt, iets in handen hebt dat op zeldzame wijze iets met je kan doen. Als dat boek dat vervolgens nalaat voel je je bekocht. Als er in grote aantallen zulke boeken verkocht worden wordt het een systematisch probleem. Tel daar de volksaard bij op, en je trekt al snel dezelfde conclusie die ik ook trok: op de boekenmarkt uitgeven heeft geen enkele zin meer. Je kunt veel beter als individu rechtstreeks je boek aan lezers verkopen. Dat is wat ik nu doe. Ik sta daarmee niet meer tussen de wegwerp-poëzie, wat ik een fijn gevoel vind. Ik kan me rechtstreeks naar de lezers zelf verantwoorden, en ik weet nu wie mijn lezers zijn. Ik stuur mijn boeken nog wel aan de kritiek op, maar niet meer aan kranten of prijzen. Tot dusverre werkt deze nieuwe methode uitstekend: ik verkocht meer exemplaren dan van mijn eerste bundel, en verdien er ook meer geld mee. Het is niet zo dat ik ervan kan leven – bij een oplage van 2000 zou dat wel mogelijk zijn, maar helaas zit dat er niet in. Daarover kniesoren lijkt me niet zo zinvol – wel heb ik een nieuw, vernieuwend soort uitgave verzonnen, waarmee ik in Februari 2012 de markt opga en die best eens heel succesvol zou kunnen worden. Maar dat is altijd even afwachten.
Hoe dan ook, ik heb weinig met die probleemanalyse die je voorstelt. Je kunt die ook transponeren naar de muziek of de politiek. Onze tijden vereisen oppervlakkiger muziek. Onze tijden vereisen schreeuwerige aanstellers als politici. Oh ja, denk ik dan. Verklaar mij dan eens waarom die ‘toegankelijke muziekindustrie’ als een plumpudding in elkaar zakt, momenteel.
Groetjes!
Martijn
Boek der Dode Uilen – nieuws
In ‘Willem’ ging het mij even puur om de poëzie – vandaar dat ik aan het object Willem niet zo bijzonder veel aandacht besteed heb, ook uit financiële overwegingen – ik wou eerst eens zien hoeveel animo er voor de bundel is. Hij ziet er best goed uit, behalve de papierkleur, die is veel te wit uitgevallen. Dat is mijn schuld, ik blijk het verkeerde formaat te hebben gekozen – er schijnt een ander formaat te zijn met geler papier. Men leert aldoende.
Mocht er nog iets groots op til staan dan kan ik het boek alsnog een betere vorm geven.
In mijn volgende poëzieboek – Boek der Dode Uilen – sla ik een andere weg in. Ik heb een duidelijk beeld van dat boek in mijn hoofd. We gaan er met meerdere mensen aan werken – ik doe de poëzie die grotendeels een mix wordt tussen pure lyriek, concrete poezie en fusiepoezie – met behulp van Aliz Varga ga ik een deel van het werk van Ferenc Juhasz voor het eerst buiten Hongarije toegankelijk maken, en Alexandra Crouwers zei dat ze graag de vormgeving wil doen.
Thijs van Bragt was in Hongarije en heeft op mijn verzoek dit boek voor me gekocht, waar ik onder andere materiaal uit zal putten:
Ik ben heel blij met alle positieve reacties op ‘Willem’. Na Karavanserai had ik flinke tijd geen zin meer om poezie te schrijven. Dat effect bleef na ‘Willem’ achterwege – ik vermoed dat het te maken heeft met het feit dat ik tijdens ‘Karavanserai’ naar mijn smaak teveel aan de verwachtingen van derden moest voldoen, en daar hou ik niet zo van. Juist om die reden vond ik die bundel een vermoeiend project. Omdat ik dit keer me strikt alleen aan mijn eigen verwachtingen heb gehouden bleef die vermoeienis achterwege – en is de bundel als zodanig naar mijn idee ook minder conventioneel dan de vorige, die op teveel fronten naar mijn idee te naarstig ‘poetisch’ wou zijn. ‘Te hard op de pen drukken’, zoals Lotte het noemde.
Gedicht van Ferenc Juhász in gebarentaal
Ferenc Juhász is de laatste tijd mijn absoluut favoriete dichter geworden. Helaas is de man erg lastig verkrijgbaar. Ik heb een kleine collectie vertaald in het Engels, er is nog een andere collectie maar daar vragen tweedehands handelaren meer dan 150 dollar voor. Ik wil een bundel gaan schrijven die is gebaseerd op werk van oa Juhász , als een soort fusievertaling. Die methode gebruikte ik eerder en die levert wellicht minder authentieke vertalingen maar wel betere poëzie op.
Joost Baars leest gedicht over gloryhole
Na het succes van mijn schilderij ‘Krijn Peter Hesselink is giving poetry workshops behind the gloryhole again’ is de gloryhole helemaal hot topic in literaire kringen. Kijk hier hoe Joost Baars een schitterend gedicht voorleest over de gloryhole op zijn kamer:
Gedicht over Zahra Bahrami
This week the Iranian government hung one of my fellow countrymen because of unclear reasons. I decided to write a poem about it when i saw this picture, so here it is. This work is free of copyright so you can reproduce it wherever you want.
Let’s talk about the guy in the safari shirt.
This woman named Zahra was hanged
because she drank alcohol, or protested the government, it doesn’t matter.
It doesn’t matter to them and it doesn’t matter to us.
Forget about Zahra. Focus on the chameleon in her hand,
can you see how it took the color of the street, can you see
the shopping bags, the guy in the safari shirt?
Let’s talk about the guy in the safari shirt.
He cannot be anything else
than a guy with a belly
in a too small safari shirt
even if he tries very hard
there will always be
a camera like this one
exposing him, in a way
he’s hanging just like Zahra was, it’s just that
he never drank alcohol, as far as we know,
and never protested anything either
and if it wasn’t for a stupid poet like me
no one would have ever noticed his demise
a thought that brings him great comfort
on a cold, distant evening in a room close
to where you are sitting now.
Martijn 29-01-2011
Interview met Benders, deel 7: Poeziesaboteur stopt, koffiejuffrouw, brabantse meisjes
Heer Benders, u staat met twee gedichten in de Turing Nationale Gedichten Top 100. Waarom plots deze aankondiging dat u gaat stoppen met het saboteren van poeziewedstrijden?
Ik vind het wel leuk geweest. Komrij stopt met bloemlezen, ik stop met het saboteren van poeziewedstrijden.
Dingen gaan hand in hand. Dat liedje ‘Kom nou Mijnheer Komrij’ is voorlopig mijn laatste poging de populistenconsensus een hak te zetten. Je wordt ouder. Die consensus is van nature een stomvervelend fenomeen. Alsof je steeds een kamer vol kakelende papegaaien betreed en poogt daar een zinnig statement te maken. Mijn oorspronkelijke filosofie was dat het fenomeen ‘poeziewedstrijd’ tot aktie noopte – simpelweg niet meedoen leek mij ineffectief – je krijgt dan dat die valsemuntermachine een wereld op zichzelf wordt, dat al die elleboogmannetjes in hun poging de consensus te vervalsen geen strobreed in de weg wordt gelegd. Dus dacht ik: hier moet meer mee kunnen. Deze papegaaienconsensus moet op ludieke wijze om zeep worden geholpen. Een zinloze missie, wellicht, maar wel een missie die me de nodige vreugde bezorgde. Het rood aangelopen hoofd van Wim Brands tijdens de Buddingh, een hoogtepunt in mijn consensusbeleving. Als leuke afsluiter heb ik nog een liedje over Gerrit gemaakt en daarmee is de kous voorlopig af.
Het lied ‘Kom Nou Mijnheer Komrij’ kwam niet door de eerste ronde van de Turing heen. Wel staat u met twee gedichten in de Top 100. Vind u dat ook betere gedichten?
We gaan naar verluidt nog een bespreking ontvangen van ‘Kom Nou Mijnheer Komrij’ geschreven door die o-zo professionele Awater jury. Ik vind het onbegrijpelijk dat Gerrit dat schorriemorrie heeft ingezet als voorselectie. Het resultaat was een gigantische puinhoop – het is toch niet te filmen, zoals een vriend van me zei, dat een organisatie als de Turing van wie je enige professionaliteit mag verwachten alles afschuift op de koffiejuffrouw? De koffiejuffrouw heeft het gedaan. Je zou verwachten dat het bestuur ruiterlijk toegeeft dat wij fouten gemaakt hebben – maar nee, een bericht komt naar buiten: alles was de schuld van de systeembeheerder. Erg geloofwaardig klinkt dat natuurlijk niet. Zowiso al omdat een systeembeheerder geen websites bouwt en als het een fout in die site was – wat ze ons willen doen geloven – betekent dat feitelijk dat ze met een ongetest oordeelsysteem de wedstrijd in zijn gegaan.
Zijn mijn top 100 gedichten beter dan de andere gedichten die ik inzond? Nee. Mijn beste gedichten zijn, net als in de eerste editie van de wedstrijd, niet door. Wat deze wedstrijd doet is vooral de smaak van Mijnheer Komrij voor de zoveelste keer nog eens duidelijk maken. Schijnbaar waren tweehonderd bloemlezingen niet afdoende om een duidelijk beeld van die smaak te krijgen. Ook na twee Turing edities is niet glashelder wat nu precies het belang is van de smaak van Dhr Komrij, dus ik verwacht dat er nog vele edities zullen volgen.
Ik kan me echter herinneren dat u vorige keer nog positief was over de wedstrijd?
Toen was het nog iets nieuws. Een verademend stukje kapitalisme in de socialistisch-pedante Fonds Der Letteren sfeer van poezieland. Ik was echter zwaar teleurgesteld in de strategien die gevolgd werden voor de tweede editie. ‘Wat vind Gerrit Komrij van uw gedichten’ werd plots het motto van de wedstrijd, alsof dat ook maar een dode mus wat zou interesseren. Schijnbaar draait die wedstrijd dus om hem heen. Je voelt de slimme marketeer in zijn handen wrijven: de Turing is een product geworden, en heeft daarmee het kapitalisme paradoxaal ook de rug toegekeerd. Echt kapitalisme vereist concurrentie en vernieuwing. Deze doodse herhaling van zetten, deze visieloze marketing: ik ruik meteen de Partij van de Arbeid en het zou mij niet verbazen als de Turing hetzelfde marketingbureau heeft ingezet. Totaal foute strategie: inzetten van die Awater consensus, die totaal geen aanzien bij echte dichters heeft noch bij de zondagsdichter. Het enige juiste kapitalistische perspectief was geweest de prijs weer flink te verhogen, zodat je er niet een tweedehands Fiat Panda meer van koopt maar bijvoorbeeld een echte nieuwe Renault, ik noem maar wat. Met een gedichtje een gloednieuwe Renault winnen. Of voor mijn part een Toeringbus. Maar nee, de heren zwelgden liever in een vermeende succesformule. Daarmee bewezen ze dat de Turing feitelijk niets anders is dan datzelfde pedante socialistische schoolmeestertruukje dat het ook via het Fonds der Letteren voor het zeggen heeft: die consensus is gewoon één pot nat.
‘Kom nou Mijnheer Komrij’ is aangekondigd als zijnde een deel van het album ‘Trix is weg’. Kunt u wat meer vertellen over dat album?
Het wordt een Nederlandstalig album dat waarschijnlijk in kleine oplage uitkomt vergezeld van een schrift. Hoe het er precies uit gaat zien is nog onbekend. Het is feitelijk een project van Bart van der Pligt maar ik werk er ook aan mee. Ik kan er op dit moment nog niet veel over zeggen behalve dat ik geloof dat het een fantastische plaat gaat worden uiteindelijk.
Ik werk ook nog aan drie andere albums, deels onder de naam ‘Genus Pongo’ en deels onder mijn artiestennaam, Martinus Benders. Een wordt een album met electronische, vernieuwende hiphop.
Een ander album wordt een album met Nederlandstalige liederen door mij gemaakt en gezongen. Het derde album wordt een klassiek album met bewerkingen van Rachmaninov en Daquin. Alles zit nog in conceptuele sfeer momenteel. Wat er uiteindelijk echt uitkomt is een kwestie van grondige evaluatie.
En hoe zit het met de boeken?
Nog mee bezig. Focuspunt ligt nu op de roman. Het worden uiteindelijk drie boeken: een roman, een dichtbundel en een filosofieboek. In totaal komen er dus zes werken aan, vandaar dat ik claim met een sexologie bezig te zijn. Het is een magnifiek project, lekker moeilijk, hopelijk lukt het binnen een jaar ofwat er substantiele vorderingen mee te boeken. Wat ik wel interessant vond om te zien is dat geen enkele uitgever ook maar een gram interesse had om de muziek te horen die ik gemaakt had. ‘Wij doen geen muziek’ was het motto. Je zou toch juist verwachten dat zon uitgever juist interesse had in manieren om meer te verkopen, maar nee, het zijn bevroren instituten die niet verder kijken dan hun neus lang is. Ze waren zonder uitzondering allemaal alleen in de roman geinteresseerd. Filosofie en poezie, ja dat zal wel, maar laat die roman eens zien? Eerlijk gezegd vond ik het een nogal onaangename ervaring, en hoe kleiner de uitgeverij hoe botter de hork die er werkt, dat lijkt bijna een universele wet te zijn. Ze weten schijnbaar niet wat ze met me aanmoeten. Het is ook een zo goed als onmogelijk project. Heerlijk.
Kunt u ons iets laten horen uit bovenstaande muziekprojecten?
Hier drie nummers. Eerste een van mijn bewerkingen van Daquins ‘Le Cuchoo’. Ik denk eraan een CD te maken met alleen bewerkingen van dit nummer.
En hier het werkje ‘Motives’ met de tekst en stem van DER PETER. Een interessante man die ook hele mooie schilderijen maakt. Dit is nog de ruwe vorm, ik moet de mastering nog een keer doen als ik tijd heb:
En van de liederen CD het al eerder gepostte ‘Brabants meisje’:


Commentaar