poolse poezie

Als er een God bestond – Ewa Lipska

Als er een God bestond

Als er een God bestond
zou ik bij hem thuis gaan dineren.
Geen stoplicht zou er staan maar een meidoorn.
Een engel kwam me halen met een auto.
Duiven gemaakt van mollige wolken
zullen over de vouwtafel fladderen.
Uit de lege kruiken zullen we
wijwater drinken en toosten op
de vrije wil. Zelfs als God
bijziend is zal hij de eeuwigheid
zien aankomen en als hij een taalknobbel heeft
kan hij heilige gedichten voor nog heiliger
anthologieën vertalen heiliger dan
de heiligste eerste druppel uit welke
een rivier ontsprong.

Later gaan we samen fietsen, God en ik.
Over kersenbomen, over het landschappelijk paradijs.
De dekstro der aarde staat al in vazen gereed.
Prooidieren liggen op het braakland.

Uiteindelijk stapt God van zijn fiets af en zegt:
hij is het,
die God is.

Hij pakt zijn verrekijker uit zijn zak. Hij beveelt me
de aarde te aanschouwen. Hij vertelt me
hoe dingen zo gebeuren konden,
hoe lang hij zijn kunsten al bedrijft
en hoe onfeilbaar hij zakte met de wereld,
miniscule vliegtuigjes van ideeen lancerend
vanuit zijn Vacuum. Als God een gelover was
bad hij tot zichzelf voor de eeuwige hoop.

Ossen dragen de zon op hun hoorns.
De vouwtafel wiebelt op zijn poten.
Ik krijg mijn medicijnen van God
en ik zal genezen
nadat ik overleden ben.

(Vertaald uit het Engels door M.H.Benders, oorspronkelijke vertaling Magnus J. Kryriski)

Bekentenis van een Courtisane – Ewa Lipska

“Ze zijn vooral bang van het licht” zegt ze,
trekkend aan een zwarte kousenband. “Zij vrezen de mensen,”
(ze opent een pakje sigaretten) “en hun eigen volgelingen.”
Ze propt een been op de railing van het bed:
“Ze zijn paranoide. Ze gluren achter gordijnen vandaan.
Ze nodigen me uit te komen parachutespringen,
voor kogelvrije cocktails in besloten gelegenheden.
Als er een noodgeval is dan ontbieden zij.
Ik heb hier een bundeltje notities.
Fotos. Bekroningen. Krantenknipsels.
Die daar links is dood. Neergeschoten.
Officieel bezit ik een trouwjurken verhuurbedrijf.
Deze jurken hebben menig revolutie overleefd,
hebben menig liefde zien omkeren.
In sommige kun je nog het klapwieken
van het hart horen. Kooien van witte volanten,”
- zegt ze, de rouge op een wang bijpoederend.
“Na vele jaren verliezen zij hun glans
en verzakken rond de schouders.” Ze steekt
een sigaret op. “Om mij te amuseren vrat
een zekere generaal al zijn insignes
van zijn uniform af. Zulke klanten
stellen wij op prijs, in deze onverschillige tijden
waarin het aanzicht van een zwarte zwaan
een slecht voorteken is geworden.

(Vertaald uit het Engels, Engelse vertaling Karen Kovacik)

Ewa Lipska (1945, Krakow) is een van de belangrijkere stemmen van de generatie nieuwe Poolse dichters uit de jaren 80. In 1986 verscheen haar verzameld werk in het Pools.

Zie ook deze meanderpagina over Ewa Lipska