Hans van Willigenburg over Benders en ‘Willem’
Hans van Willigenburg schreef vandaag onverwacht op zijn weblog een stuk over mij en mijn twee bundels. Ik citeer:
Meer nog dan van de polemist houd ik van de dichter Benders. In zijn magistrale gedichten schuilt zijn ware kracht. Ik zie een belhamel aan het werk, een enthousiaste jongen die in elke boom klimt met geen ander doel dan hem op de kortst mogelijke termijn neer te halen (maar dan wel met rukken waar je ademloos naar kijkt). Deze inzet doet me denken aan Lucebert, die ooit, net als Benders, met een ogenschijnlijk vrolijk-destructieve missie de poëticale arena betrad.
Het hele stuk is hier te lezen
Ik ben me er overigens natuurlijk van bewust dat veel mensen me irritant vinden. Of ik dat ook daadwerkelijk ben vind ik een andere vraag. Mensen ervaren dat zo, waarschijnlijk omdat ik nogal dominant aanwezig ben. Een van mijn goede voornemens dit jaar is dan ook me volledig tot Loewak te beperken qua publieke uitingen en de rest over te laten aan de wissewasjes die aldaar vanaf heden ongeremd kunnen doen alsof ze iets in de lauwe melk te brokkelen hebben.
Geen Benders meer dus op CB, en al helemaal niet op Ooteoote of elders.
Wel op facebook, maar daar ben ik slechts nog met een handvol schrijvers bevriend. Ook het ontvrienden was overigens mijn initiatief. De irritatie is dus wederzijds, zeg maar!
Recensie: ‘Het Duimzuigend Fossiel’ van Arnoud Rigter
Je hebt mensen die kunst het liefst in een museum bekijken, netjes en overzichtelijk op een dienblaadje gepresenteerd. Je hebt ook mensen, en daar ben ik er zelf een van, die het juist leuk vinden door de schetsboeken van een kunstenaar te bladeren, waar de primordiale chaos nog prevaleert en je meer kunt zien van het ontstaansproces van werken. Voor mensen uit de eerste categorie, die alleen nette, overzichtelijk verpakte omlijste shock-therapietjes willen zien is ‘Het Duimzuigend Fossiel’, de nieuwe bundel van de Eindhovense dichter Arnoud Rigter, overduidelijk niet bedoeld. Maar bent u een van die mensen die liever door de jungle van de schepping dwaalt dan door de wachtkamer van het verhevene, dan is ‘Het Duimzuigend Fossiel’ een uniek exemplaar voor uw collectie.
‘Het Duimzuigend Fossiel’ is een prachtig vormgegeven boek, uitgegeven door Uitgeverij Opwenteling – een kleine uitgeverij die jarenlang sluimerend was, en van wie ik me van lang geleden vooral veel hele matige boekjes herinner, maar schijnbaar is het roer omgegooid. Het boek bestaat uit tekeningen en getekende gedichten van Rigter, plus een begeleidende CD met poëzie en muziek. Een dikke bundel vol chaotische tekeningen die zich sterk op graffitikunst ijken – Rigter heeft duidelijk kennis van de kunstontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar, wat je van niet veel dichters zeggen kunt. Zijn tekentalent is niet buitenissig, maar voor een dichter erg goed. Zijn tekeningen zijn al even vreemd als zijn poëtische observaties en oneliners, en samen vormen zij een eenduidig beeld – een monsterlijk geheel. Pagina voor pagina blijf je gefascineerd doorbladeren, de vreemde gedachtekronkels lezende of kijkend naar de tekeningen die heel veel verschillende elementen in zich combineren – van barokke engelen tot architectonische structuren tot Giger/Escheresque taferelen, en vaak nog in hetzelfde beeld. Die fascinatie met de vreemde wereld die Rigter ons voortovert maakt de aanschaf van ‘Het Duimzuigend Fossiel’ al de moeite waard. Maar er is meer.
Een volle begeleidende CD met maar liefst 12 klankwerken, geen amateurwerk maar bijzonder goed in elkaar gezet. Een soort poetische hoorspelen op muziek, bijzonder amusant om naar te luisteren. Met absurde titels als ‘Gille de La Tourette voor Hoogbegaafden’ en ‘Hoe een meestergrimeur onder de wol rolt’. Ga er maar eens even aanstaan, wat een werk heeft deze jongen in elkaar gedraaid: liefst 3 disciplines in een boek op een unieke wijze aan elkaar knopen.
Maar is het dan allemaal ook goede poëzie? Nou ja, wie traditionele poëzie verwacht komt natuurlijk bedrogen uit. Dit zijn geen traditionele gedichten, dit zijn gedichtflarden of, zoals de kaft het meldt, ‘gedichtachtigen’. Maar ik kan met de hand op het hart zeggen dat deze bundel van Rigter mij mateloos meer boeide dan welke bundel die ik afgelopen jaren van gevestigde dichters zag verschijnen, op enkele uitzonderingen na misschien. Het wordt hoog tijd dat Rigter meer opgemerkt wordt door die gevestigde orde – waarom is dit werk nog niet besproken in al die bladen, in die ‘usual suspects’ – het lijkt de kritiek tegenwoordig totaal aan signaalfunctie te ontbreken. Wat nog voor kritiek door wil gaan negeert nieuw talent, of schrijft er alleen over als ze prijzen winnen.
Het mogen dan geen traditionele gedichten zijn, krachtig zijn de gedichtflarden en observaties van Rigter zeker. Krachtig en vaak ook erg komisch. De beelden die Rigter gebruikt zijn cynisch en absurd. Een gedicht gaat bijvoorbeeld over hoe hij een auto probeert te deconstrueren om er middels die deconstructie de crashtestdummy uit te krijgen, maar uiteindelijke rest er alleen nog een ‘popbrok’ welke dan door de dichter geïmiteerd wordt en weer verband houdt met de eicel-oerknal waar de bundel mee opende. Alles in de bundel lijkt verband met alles te houden. Joepiezoetbindmiddel.
‘Het Duimzuigend Fossiel’ is een fascinerende bundel van een interessant dichter. Rigter durft risico’s te nemen, en als bundel is deze bundel veel vernieuwender dan het meeste dat voor vernieuwend door wil gaan.
Valt er niks op de bundel aan te merken? Oh vast en zeker wel. Zijn tekentalent is niet echt top notch, de muziek is af en toe wat voorspelbaar, maar dat soort kritische opmerkingen vind ik altijd stukken minder relevant als een werk als geheel een behoorlijke prestatie vertegenwoordigt. Dan denk ik: nou en. Het blijft dan een beetje klagen over vogelpoep op de Eiffeltoren. Arnoud Rigter mag trots op deze bundel zijn, en ik kijk nu al uit naar zijn volgende. En ga ondertussen lekker mediteren met ‘De man met de schedel op zijn hoofd’ als dreigende muzak op de achtergrond.
‘Het Duimzuigend Fossiel’, Uitgeverij de Opwenteling, ISBN 978-94-90687-09-0
Martijn Benders, Istanbul, 09-09-2011
Bekijk ook de ‘teaser’ van Het Duimzuigend Fossiel:
Recensie ‘Willem’ door Samuel Vriezen
Componist en dichter Samuel Vriezen schreef een recensie over ‘Willem’ op zijn weblog, welke hier valt te lezen:
http://blogger.xs4all.nl/sqv/archive/2011/08/04/671274.aspx
Onderdeel van een nieuwe serie ‘Toegezonden’ waarin Samuel bundels op een minder formele wijze bespreekt.
Een geciteerd stukje:
Elk gedicht heeft wel iets fris, zo’n vonkend moment, al vonkt het soms maar even en verdwijnt het als je er te goed naar kijkt. Dat levert een bundel op die onderhoudt en niet teleur stelt. Fantastisch dus. Ook zijn de gedichten gaaf bijgeschaafd, netjes in de vorm. Soms naar mijn smaak te netjes. Een gedachtensprong wordt dan te mooi aan het eind van een gedicht afgehecht. Motieven komen in een afsluitend gebaar aan het eind van een gedicht toch nog de zaak bij elkaar houden. Vaak niet nodig, denk ik. Maar soms werkt een strakke vorm juist heel overtuigend, zoals in Bezoek aan de afdeling voor wonderen: twee strofes, twee keer vijf regels, waarin de ikfiguur vóór de witregel door een stel bureaucratische engelen het bij hem passende “wonder” krijgt toebedeeld, waar op hij na de witregel “brandschoon” weer buiten staat om naar huis te gaan, waar de visite op hem wacht. Simpel en geen speld tussen te krijgen.
Waarschuwing: ik ken Dhr Vriezen persoonlijk. Ik heb hem liefst tweemaal op prettige wijze ontmoet. Wie een bloedhekel aan informele vriendenrecensies heeft, vermoed dat ik Dhr Vriezen geld heb toegestopt omdat ik voor mijn eigen canonisatie vrees, of wie belang hecht aan andere schoolmeesterachtige bureaucratenobjectiviteit gelieve deze recensie beter niet te lezen. Lees het wel als u een prettige bespreking wil lezen van een van de meest aangename persoonlijkheden in de Nederlandse letteren.
Recensie: Vroege Sneeuw van Frank Koenegracht
Ik wou hier een recensie gaan schrijven van het boek ‘Vroege Sneeuw’, de verzamelde gedichten van Frank Koenegracht uitgegeven in 2003 door de Bezige Bij, een prachtig uitgegeven boek met al even prachtige gedichten erin.
Het boek is echter vreemd genoeg als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik kan het nergens meer vinden. Mijn hele huis overhoop gehaald. Het is weg! En dat vind ik erg, want het is een van de mooiste Nederlandstalige boeken die ik ooit heb gelezen.
Als ik maar één Nederlandstalige bundel mee naar een onbewoond eiland zou mogen nemen – het zou dus ‘Vroege Sneeuw’ zijn van Frank Koenegracht. Het boek dat op raadselachtige wijze in je huis weet te verdwijnen.
Veel recensie is dit niet. Maar neemt u maar van mij aan dat Frank Koenegracht zonder meer een van de interessantste dichters uit het Nederlands taalgebied is. Hij heeft de kracht beelden op te roepen die nog lang nasmeulen op je netvlies. Hij wordt geroemd om zijn humor, teveel naar mijn idee, want Koenegracht is mijns inziens wezenlijk een tragisch dichter. De aanwezige humor dient vooral om de flinke portie duisternis die ook in zijn gedichten aanwezig is draaglijker te maken.
Wel viel me op dat de gedichten naar het einde van het boek toe iets zwakker werden, maar dat is bij een bundel met zoveel schitterende gedichten nauwelijks relevant. Dit is een boek dat je blindelings moet kopen. Een boek dat in de kast van elke poëzieliefhebber thuishoort. Wel raad ik je aan het met een touw aan de kast vast te binden. Dan weet je tenminste zeker dat ook boeken als sneeuw voor de zon kunnen verdwijnen.
Recensie: Melktanden van Martijn den Ouden
Een bundel die me stukken beter beviel dan de bundel van K.Michel is de debuutbundel ‘Melktanden’ van Martijn den Ouden. Sterker nog, ik vind het onbegrijpelijk dat deze bundel niet genomineerd werd voor de Buddingh prijs, want een nominatie had den Ouden op zijn minst moeten krijgen voor deze boeiende, avontuurlijke maar wel zeer oneven bundel. Oneven omdat er naast intrigerende en sterke gedichten ook enkel werkjes in staan die er echt beter niet in hadden kunnen staan – ‘Lieve vrienden’, inderdaad, zoals een andere recensent opmerkte, ongetwijfeld het meest slappe gedicht uit de bundel. Dat een bundel mindere gedichten bevat is niet erg – dat bevat elke bundel, maar er is wel een bepaalde ondergrens waar zo’n minder gedicht niet beneden moet komen, want dan trekt het de hele bundel omlaag. Om die reden zou elke dichter op zijn minst als doel moeten stellen dat het minste gedicht uit een bundel nog ‘redelijk’ of ‘goed’ is – als je dat kunt stellen, dan heb je een echte bundel geschreven.
‘Melktanden’ is hoe dan ook een bijzonder debuut. Dat is ten eerste al zo omdat den Ouden zich niets aantrekt van het huidige Nederlandstalige poeziestramien: al die anekdotische gedichtjes, met bakken tegelijk, en daarbovenop de structuralistisch-minimalistische laag van de jaren 80 perspectiefdichters. Ik kan geen ‘schuivende camera’ meer zien eerlijk gezegd, en daarom is het fijn dat er af en toe iemand als den Ouden ten tonele komt die eens een ander geluid laat horen.
De poezie van den Ouden is een merkwaardige visionaire mengeling van absurdisme, surrealisme en conceptueel structuralisme. De beelden die hij oproept zijn zelden clichématig en af en toe wel ietwat vergezocht, maar mij stoorde dat niet zo. In het eerste deel van de bundel zet hij sterk in met het gedicht ‘Het uit papier gevouwen dier’ waarin hij meteen al laat zien geen alledaags dichter te zijn. In een soort diafragma van taal roept hij een beeld op van een vergiftigd landschap – daarbij gebruik maken van surrealistische beelden en structuralistische herhalingen. Hij slaagt er daarbij in de beelden daadwerkelijk op mijn netvlies te toveren – een teken dat we met een echte dichter van doen hebben.
dat diertje is in de brandnetels gevonden
is het een hoefdier?
nee,
hij pist over z’n schoentjes
zwartgelakte balletschoentjes
bij Harm deed ie een dansje
verloor zijn Hoed
doe het hokje maar weer dicht
straks is ie weg
In het tweede deel van de bundel zit helaas de zwakke passage die ‘Lieve vrienden’ heet, maar ook het gedicht erna is niet sterk. Doet er niet toe, want ook in dit hoofdstuk valt genoeg leuks te vinden:
op jouw leeftijd Laura
- en je hebt je laten facefucken-
is het blijk en bloot dat je met bruidsnagels niet naar tanden graaft
dertig centimeter kan diep zijn
en
haar broekzakken staan bol van de wikkeltjes
zij gooit niets weg
de culminatie van het hoofdstuk in een waar melkboerspektakel lijkt me aan Aphex Twin ontleend, misschien de hele bundel wel want in ‘Window Licker’ zit ook zo’n lange witte limousine, en dit is een lange witte limousinebundel, vol tripachtige raamperspectiefjes.
het speelkwartier van mijn jeugd
is voorzien van een raam
het getik van vogels die zich te pletter vliegen
een school met uitzicht op een bouwput
klaslokalen vol knikkerende kinderen
sterke kinderen
hijskranen en flatskeletten
die school win nog eens een prijs
Een volleerd dichter is den Ouden nog niet – maar wat dit een goed debuut maakt is onder meer dat hij het aandurft te schrijven zonder het handje van de lezer teveel vast te houden, wat toch misschien de meest gebruikelijke beginnersfout is. Hij durft zijn fantasie op de vrije loop te laten en serveert de lezer de beelden uit de wildernis, en dat is doorgaans een interessantere methodiek dan de lezer strak aan de hand door hem al bekende straten leiden. Dan mag de camera nog zo interessant bewegen, die straten heb ik nu wel gezien.
Recensie: Sandro Setola – ‘Drawings’
Kunstboeken zijn een genre apart. Ze worden eigenlijk zelden besproken in de reguliere media – dat is jammer want er is qua kunst en designboeken veel moois op de markt te krijgen. Een van zulke mooie boeken is het net gepubliceerde boek ‘Drawings’ van kunstenaar Sandro Setola.
Sandro maakt vooral tekeningen, vaak op groot formaat. Maar zijn werk heeft veel raakvlakken en snijpunten met de wetenschap, en dan met name met de architectuur en wat men ook wel ‘organische architectuur’ zou kunnen noemen, wat op- zijn beurt weer snijvlakken heeft met de biologie. Sandro tekent schitterende fantasielandschappen met vormen die organisch lijken zijn ontstaan – en op groot formaat kun je naar zo’n tekening vaak uren kijken zonder dat het gaat vervelen.

Daarom is dit zo’n fijn boek. Het is op heel groot formaat geprint, en als je het boek openklapt kun je elke tekening tot in de kleinste details bewonderen. Heerlijk om naar te staren, en interessant als je geïnteresseerd bent in de overgangsfase tussen architectuur en organische wereld. Op die scheidslijn werkt Sandro veel, en kan de wetenschap ook nog veel van hem opsteken.

Sandro zelf verteld in het boek over zijn werk, zijn fascinaties, en zijn ontwikkeling, in begrijpelijke, leesbare taal – niet het soort wollige kunst-taaltje dat je in veel kunstboeken ziet, maar een begrijpelijk en boeiend verhaal dat gaat over zijn eigen belevingswereld. Hier zouden kunstboeken beter eens een voorbeeld aan nemen, want naar mijn idee zit niemand op een nieuwe manifestatie van de postmodernisme-generator te wachten. Daarvoor lees je geen boeken. Je leest omdat je interesse hebt voor een bepaalde kunstenaar en daarom is het fijn de man zelf aan het woord te horen.
De tekeningen in het boek zijn ronduit schitterend. Sandro Setola is duidelijk een van de meest getalenteerde eigentijdse tekenaars, en voor wie de tekenkunst en architectuur lief is is dit boek eigenlijk verplichte kost. Maar ook als je af en toe iets open wilt slaan om je ogen eens flink te laten verdwalen – wat iedereen toch eens vaker zou moeten doen. Een aanrader.
Het boek kan direct besteld worden bij de kunstenaar zelf: ssetola@gmail.com
Commentaar