Posts Tagged ‘recensie’
Rob Schouten: De leukste thuis
In de Awater van dit najaar een korte recensie van Karavanserai van de hand van Rob Schouten, die, ontegenzeggenlijk de druk van veertig jaar journalistieke ervaring op zijn schouders voelende, de bijzonder spitsvondige suggestie doet dat mijn overgewicht zich laat vertalen naar de afmetingen van mijn bundel. ‘Poezie Obesitas’ heet zijn stukje en het centreert zich, naast de hem gebruikelijke ‘leukste thuis’ mimiek, rond het oneigenlijke argument dat het allemaal te dik, teveel, te overvloedig is.
Waarom vind ik dat een oneigenlijk argument? Omdat ik met Karavanserai nu juist iets wilds en visionairs neer wou zetten wat zich nu juist eens niet netjes binnen de perken hield, zoals het gros van de Nederlandse poezie meestal doet. Om dan de uitbundigheid of afmetingen als contra-argument op te voeren: dat vind ik geen kritiek, dat vind ik pure gemakzucht, net zoals ik ‘Maradonna, het is een prima voetballer maar hij zou niet zoveel moeten pingelen’ geen voetbalkritiek vind maar een idiote opmerking.
Een van mijn favoriete kunstenaars momenteel is Fred Tomaselli. Ik kan me al zeer levendig inbeelden wat de heren Critici bij zijn werk zouden gaan schrijven:
‘Ja, een talentvolle man die Tomaselli maar zijn werk is wel erg druk. Moet dat nou, al die uitbundige kleurtjes en gepriegel? Dat schrikt mij als kijker toch wel een beetje af’
Dit soort hersenloos popi-jopi gebazel kun je natuurlijk ‘kunstkritiek’ noemen. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt als ik daar zelf anders over denk.
Ik ergerde mij eerder al aan Schouten door zijn volstrekt zouteloze recensie van ’4 zinnen’ van Samuel Vriezen. Mijn recencie is, hoewel positief bedoeld, al even irritant. Jammer, want het gaat er steeds meer op lijken dat Awater eigenlijk het beste argument is tegen de invloed van Komrij op de Nederlandse poezie. Maar goed, ik hou zowiso niet van ‘clubjes’.
Recensie Jan Lauwereyns ‘Vloeistof en Welvaart’
Op de Recensent van deze week een recensie van mij van de bundel ‘Vloeistof en Welvaart’ van Jan Lauwereyns:
Het lezen van deze bundel van Lauwereyns volgt ongeveer hetzelfde proces: het is alsof je naar het geroezemoes van mensen zit te luisteren terwijl op de achtergrond, een moment terug, een atoombom ontploft is. Dat geeft het geroezemoes een dreigende, ja, wellicht zelfs irritante ondertoon. Je leest de gedichten en continu heb je het gevoel dat op de achtergrond iets veel belangrijkers gebeurt, iets wat de dichter nalaat bij de naam te noemen. Je zou dus kunnen stellen dat in deze bundel van Lauwereyns de formule van de voorgrondruis prevaleert. Dat is natuurlijk een eigenaardige manier van poëzie schrijven. Het heeft wel iets weg van een Lynch film: je voelt een constante dreiging op de achtergrond, waardoor een alledaags gesprek plotseling veel vreemder aanvoelt.
Recensie Miroslav Holub
Vandaag in de Recensent, mijn recensie van het boek ‘ De Geboorte van Sisyphus’ van Miroslav Holub, recent verschenen bij de Bezige Bij:
Recensie ‘Zwarte Gaten’ van Hans Verhagen
Deze week schreef ik voor De Recensent een recensie over de laatste bundel van dichter Hans Verhagen. Een kort citaat:
De poëzie van Verhagen doet me ergens denken aan de poëzie van Hans Vlek. Verhagen heeft wel een duidelijk eigen stemgeluid waaruit je goed af kunt lezen dat hij net als Vlek een kind van de jaren zestig is. Hij mist wel de scherpte en het beeldend vermogen van Vlek, maar compenseert met bevlogenheid en woede. Op de achtergrond hoor je de jazzmuziek meedeinen. Het boekwerk is verfraaid met heerlijk achterhaalde kunstwerken. Verhagen is de laatste der Mohikanen, de enige van zijn generatie die het nog niet opgegeven heeft.
De hele recensie valt vandaag te lezen op de Recensent