subsidie

De jubelpolitie, gesponsord door de overheid

Ik bekijk regelmatig met grote verbazing dat Contrabas gedichtenforum. Nu weet iedereen natuurlijk dat ik niet bepaald een groot fan van Breukers ben, maar desondanks wil ik de lezers eraan herinneren dat het Breukers zelf is die mij verbannen heeft en niet andersom. Het is Dhr Breukers die, gesponsord met 18000 euro overheidsgeld, aan diverse schrijvers te kennen geeft ‘daar niet welkom te zijn’. Ik ben daar een van.

Ook boycot Dhr Breukers, sinds hij overheidsgeld kreeg, al het nieuws van Loewak. Het ‘Kom Nou Mijnheer Komrij’ filmpje was niet op de Contrabas te zien en voor het Calimero filmpje, ook van mij afkomstig, nam mijnheer op onsmakelijke wijze het krediet over door te zwijgen over de bron. Tja, je hebt talent of je hebt het niet.

Wat mij het meest aan de Contrabas verbaast is echter niet de onsmakelijk boertsige proporties van ellenboogtalent Breukers, maar de horde jubelende ‘poezieliefhebbers’ die er zich verzameld hebben en aldaar hele matige werkjes de hemel in prijzen.

Lees hier ‘Het oog van de Naald’ van Maarten Das

De superlatieven zijn niet van de lucht. Leest u vooral de commentaren eronder. Mijn vraag is simpel: waarom vinden mensen dit een goed gedicht? Leg eens uit?

1. Het is niets dan de transcriptie van een bestaand (arabisch?) spreekwoord. Het beeld kende ik al.
2. Het bevat een perspectief fout. Het oog wordt opgepoetst en niet de naald.
3. Er zit geen enkele intelligente observatie in
4. Het is taalkundig niet boeiend.

Geen goed gedicht, hoogstens iets dat leuk afgekeken is. Gek toch dat mensen zo jubelend doen over iets zo basaal middelmatigs? En niet alleen nu. Met enige regelmaat verschijnt daar een incrowd jubelaars om elkaar applaus te geven. Enge mensen, die in de grond genomen alleen applaudiseren uit eigenbelang en effectbejag. Of omdat ze gewoon totaal geen smaak hebben, net als Breukers zelf.

De kweekvijver, revisited

Op weblog de Contrabas een discussie over ‘het literair tijdschrift als kweekvijver voor talent’.

Maar waarom wordt de hamvraag niet beantwoord, namelijk waarom een selectiemechanisme (uitgever) een ander selectiemechanisme nodig zou hebben om te kunnen selecteren. Dat is toch klinkklare onzin. Je zegt er eigenlijk mee dat de redacteuren van uitgevers niet in staat zijn werk op kwaliteit te beoordelen. Dat doen wij wel voor hen.

Het tijdschrift als een soort talentenjacht, dat is toch een door en door commercieel idee juist.

De enige prangende vraag die zo’n constructie oproept is dezelfde als die de Beurs van Berlage oproept: zou een gorilla het soms beter doen.

Daar zou een onderzoek naar gedaan moeten worden.

Wat overigens wel interessant is aan deze discussie is dat hij de algemene maatschappelijke en economische tendens volgt: het google-model economie waar de tussenpersonen worden uitgeschakeld.

Dezelfde argumenten die je in deze draad tegenkomt (‘de literatuur gaat teloor zonder tussenpersonen’) vind je in vrijwel alle economische sectoren terug (‘zonder tussenpersoon geen betrouwbare hypotheek’)

Interessanter dan het gemeier van deze tussenpersonen is de vraag of het google-model op lange termijn wel kan werken. Naar mijn idee niet, namelijk. Het is gebaseerd op het idee dat je alles permanent gratis aan kan bieden, waarin ik een wraakmotief van de consument ontwaar: alles moet gratis, want ik ben boos over het systeem.

Het is in principe een nieuwe vorm van protestcommunisme.

Daar doen wij gezellig even aan mee middels een gelegenheidsgedichtje:

De naam is debat

Het onderhouden van een kweekvijver
vereist ophoging met een gouden randje,
zodat de brulkikker, bij gebrek aan tandjes
meent dat de hemel op de horizon gloort.

Het stinkt er, maar niemand die dat stoort.
Als het maar pruttelt, overloopt van talent.
Soms waggelt er een dikke bromvlieg langs
die in het water pist, maar alles went

want vretend van het eigen excrement
zul je ooit de vijver ontgroeien, zal je tong
geen vlieg beroeren maar cement

dat uit oren, neus en mond zal vloeien
tot je een standbeeld van jezelf bent
en je tong zich inmetselt
in zelfbemoeienis.

Ken je me nog?
Uit de kweekvijver?
Aangenaam.

M.H.Benders