Turing gedichtenwedstrijd

Gedichten 8 tot en met 12 – Turing gedichtenwedstrijd

Het tweede redelijk goede gedicht is binnen, het gedicht ‘Rook’ vind ik een vrij goed gedicht. Jammer wel van het zwakke middenstuk wat net zo goed weggelaten had kunnen worden:

Als hij een huis betreedt
vult hij de kamer als water een kom.

Ook als hij kalm is.

Nou en, denk je dan. Vult water als het kalm is ineens de kom niet meer? Maar het gedicht op zichzelf is beter dan de meeste andere kandidaten die tot dusver langskwamen. Wel vraag je je af: waarom een koerd, eten koerden ‘s avonds brood, eieren met gekookte tomaten, mij niks van bekend. En dat hij zijn handen aan zijn hemd afveegt, en dat dat hemd daarna als ‘rook’ terugkeert, hmm. Helemaal geslaagd is het gedicht niet, maar het loopt niet zo mank op het soort pseudo-oubollige overdrijvingsmanie waar veel andere kandidaatgedichten last van lijken hebben.

De andere vier gedichten die langskwamen maakten op mij weinig indruk. ‘Hoeksteen’, ‘Dilemma’ en ‘Herinnerd Beeld’ vond ik allemaal ongeveer uitwisselbaar – te verwaarlozen als poezie, hoogstens een aardige poging om iets te zeggen, wat niet bijzonder goed lukte. ‘Let them eat cake’ was iets beter dan voorgaande werkjes, maar veel te droog en vlak om echt indruk te maken.

Mijn top 3 tot dusverre:

1. Rook
2. Zonder titel
3. De Jas

De Jas zou ik op een of twee gezet hebben als het wat minder op het gedicht van Kopland had geleken op conceptueel vlak.

Update, 20 minuten naderhand:

Nu ik er meer over nadenk vind ik ‘rook’ eigenlijk een behoorlijk irritant gedicht, juist omdat het dat woord ‘koerd’ gebruikt. Dat het een koerd is had uit het gedicht zelf duidelijk moeten worden. Het hele gedicht past eigenlijk perfect in het pedante straatje van de integratiepolitiek: een koerd die fietsen repareert en belspelletjes belt, en o jee wat is hij ongelukkig. Het had net zo goed een chinees kunnen zijn die negerzoenen verkoopt, of een Marokkaan die werkt in een kaaswinkel. Door de ‘marokkaan’ te benoemen doet de dichter echter een enorm zwaktebod – het maakt het gedicht tot een soort propaganda-pastiche vergelijkbaar met veel wat je in de kranten ziet verschijnen, hoewel met ogenschijnlijk de tegenovergestelde boodschap is het vanuit dezelfde optiek geschreven. Ik kan me bijvoorbeeld een gedicht inbeelden waarin een Nederlander in Istanboel doodongelukkig kebab zit te verkopen, met als boodschap dat integratie toch ook niet alles is. Het heeft iets enorms kitscherigs en manipulatiefs.

Het is dus zo goed als zeker een hele witte mijnheer die nog niet oud genoeg is om de mediale invloeden van de laatste 10 jaar uit zijn hersenpan te weren, de persoon die dit gedicht schreef.

Dus NEE we blijven bij zonder titel!!!

Uw lokale Turing gedichtenwedstrijd verslaggever meldt:

Het is natuurlijk volstrekt not done om bij de laatste 100 te zitten en dan verslag te doen van de wedstrijd. Belangenverstrengeling ten top. Ik zou zwijgzaam met de duimen moeten zitten draaien, maar u kent mij, geen land mee te bezeilen, geen wedstrijd interactief genoeg.

Wat mij vooral opvalt aan die radiouitzending met de 20 beste gedichten tot nu toe:

* Door gedichten enorm dragend voor te dragen lijken ze al snel goed. Ik vond bijvoorbeeld de eerste drie gedichten al luisterend best in orde. Toen ik ze op papier zag sloeg de twijfel echter toe. Tot nu toe is het beste gedicht duidelijk ‘De Jas’ maar dat gedicht heeft wel een erg slecht verzonnen einde, vind ik. En het is ergens natuurlijk ook heel makkelijk om met zo’n onderwerp te ‘scoren’. De jas van je eenzame vader.

* Dat vierde gedicht is niet om aan te zien zo slecht.

* Het vijfde vond ik ook helemaal niks, ondanks de wel leuk klinkende titel.

* Dat ‘gedragen voordragen’ is eerder een probleem dan een oplossing, vind ik. Het roept ook wat vragen op. Heeft een goed schilderij een prachtige lijst nodig? En toch: denk aan Dylan Thomas. Wat een moeilijk probleem. Het is een hele verraderlijke kunst.

* Het is een schande dat ze mij nog steeds niet gediskwalificeerd hebben.

De komende tijd ga ik in deze draad, want ik vind dat weblogs draadjes hebben, ook de rest van de gedichten becommentarieren. Vanavond kwam gedicht 6 langs, het laatste woord. Dat vond ik net zo’n clichetrekker als gedicht 4, soort ‘filosofie van de heuvel’ gedichtje zeg maar, met de retespannende boodschap dat poezie altijd datgene is wat niet gezegd wordt, maar toch begrepen. De betere candlelight, zeg maar.