Posts Tagged ‘Marcel Proust’
Proust again!
Proust, altijd weer Proust. La Prisonnière deze keer. De verteller, Marcel, ligt in bed na een nacht ruziën met zijn gevangen liefde. Onverhoopt heeft hij heerlijk geslapen. Volkomen verkwikt laaft hij zich aan de geluiden die van straat komen, de venters die in zijn rijke buurt hun waar te veil aanbieden: oesters, garnalen, makrelen (maquereaux = pooiers), asperges. De scharensliep en de voddenman wedijveren met de uien en sinasappels. Het is een groot koor, wiens gepsalmodieer M. terecht vergelijkt met gewijde gezangen. In Carol Reeds `Oliver Twist’ zit een scène, waarin Oliver, fris gered uit de handen van Fagin en Sykes, net als M. na een zoete nachtrust de blinden van het raam wegduwt om de straatventers, die hun waar uitzingen te kunnen zien. Ik ben een boon als het koor van Prousts straatventers niet model heeft gestaan voor het lied Who will buy uit Reeds musical. Proust heeft op deze pagina’s het lied in taal gecomponeerd, dat bij Reed gezongen kan worden. Toeval bestaat niet.
Jo Willems, Cultuurpaleis, maart 2008
Ware liefde – de taal?
Ware liefde is met zijn tweeën kippenbouillon eten uit één soepbol. Maar vanochtend, bij de eerste zonnestraal al trok mijn liefje een vies zuurpruimengezicht en riep: ‘Je tong is droog.’ Toen moest ik aan de wijze woorden van haar vader denken: het huwelijk bestaat uit het oplossen van problemen met zijn tweeën die je alleen nooit gehad zou hebben.
Proust keek heel anders tegen de liefde aan. Voor hem stond liefde gelijk aan het onbekende. Maar ik denk dat liefde bij Proust eerder gelijk staat aan angst: verlatingsangst. Daar komt de arme Marcel helaas niet achter in Prousts niet te stuiten woordenstroom À la recherche du temps perdu. In het deel Albertine disparue schittert hij daarom niet minder met een krachtig bon mot dat mij op het lijf geschreven lijkt: ‘Laissons les jolies femmes aux hommes sans imagination.’ Droge tong of niet!
In een heel ander boek vond ik de volgende zinnen:
‘Comme de bien entendu, la petite Julie va commencer les hostilités avec Max par une fellation qui renvoie les pipes traditionelles au placard. Les amateurs de turlute (wat een fantastische uitdrukking, jóh) en douceur devront chercher ailleurs: Max poussait tellement fort dans la gorge de sa chèrie du moment que la malheureuse était sur le point d’étouffer. (…) Son pétard (alweer zo’n schoonheid) est lui aussi mis à rude épreuve.’
Nu vraag ik me af of die Max een homme sans imagination is, die niet verder komt dan Julie éffrayée en des pipes violentes?
Wat kan ik zwelgen in die taal. Vernederlands het Frans: ‘Liefje, kom je even turluten?’
Ook denk ik aan mijn eerste lessen Frans. Daarin laaft la bonne la tasse en fuumt papa een pipe. Wat deed maman ondertussen met de pipe van papa?
Papa fume la pipe,
Maman pipe papa
Of… was Maman le sigaar?
Jo Willems, Cultuurpaleis, maart 2008.
