Posts Tagged ‘nederland’
De beste dichter van Nederland volgens Benders
Mensen vragen me uiteraard wel eens wie ik de beste dichter van Nederland vind. Is dat ter Balkt of Verhelst, wiens bundels ik vandaag binnen heb gekregen, die ik binnenkort ook zal recenseren (en m.i. moet de VSB poezieprijs volgend jaar zich op deze twee bundels concentreren waarbij ikzelf, na enig lezen, mijn conclusie alvast getrokken heb) – nee, landen moeten immers, gelijk als presidenten, de dichters krijgen die zij verdienen. De beste dichter van Nederland? Overduidelijk Willem Adelaar!
U kent ze wel, die B-films die zo slecht zijn dat ze eigenlijk gewoon steengoed zijn geworden. Willem Adelaar is zo’n B-film. Ik heb hem slechts n keer zien optreden. Een kalende man in een vaal spijkerpak, die bij elk woordje over de microfoon heen glundert naar de 12 huisvrouwen die hem overal achterna reizen en bij elk woordje uit Adelaars mond geil aan hun parelkettinkjes trekken. Adelaar, de kwaaiste niet, geeft elk van hen een netjes afgemeten portie zelfgenoegen en torpedeert de arme vrouwen met de ene geniale inval na de andere. Leest u maar even mee:
Dit is door het latende kunnen
de wil die je uit zegt te geven
komt in een langs aan langs zijn
naar de beneden gerichte verwaaiing
Heeft u wel eens last van zo’n naar beneden gerichte verwaaiing? Die het latende kunnen wil zegt te gaan uitgeven? Langs aan langs nog wel? Nou, ik kan u verzekeren dat als u naar een optreden van Willem Adelaar gaat zulke naar beneden gerichte verwaaiingen u om de oren gaan vliegen. We lezen even verder:
onder beschutting daarin te laten
tegenover het door te vloeien
van slokkende berustbaarheid
Diep. Dit is diep. Heel diep. Je slokdarmen gaan ervan in de knoop zitten. De beschutting in regel 1 symboliseert natuurlijk die verwaaiing. Willem wil hiermee zeggen dat, hoezeer de boel ook aan het verwaaiien is, de zaak ook als beschutting kan worden ervaren tegenover het ‘doorvloeien’ van die, inderdaad, slokkende berustbaarheid. Ik voel hem. U ook? Sluit aan in de rij. Zijn spijkerpak begint nu pas warm te lopen:
mort zich door aan te dringen
het gescheelde uitdragende weten
blijkt ook het zicht te kerven
Dit is natuurlijk de dubbele bodem in het gedicht, de valkuil die Adelaar daar moedwillig eigenhandig met zijn grote sociologenhanden heeft ingegraven. Voelt u hem? Die mort, die zich, nadat hij de slokkende berustbaarheid heeft overwonnen, het gescheelde uitdragende ook blijkt het zicht te kerven? Kijk, poetisch is het natuurlijk niet, maar daar gaat het bij Adelaar niet om. Adelaar wil, net als zijn Duitse Bondgenoot, vooral glunderen. Gescheeld uitgedragen glunderen, met de ogen rondkervend door de beschutting van het kreunende publiek dat zo’n overdaad aan gevoel gewoon niet meer lijden kan. Adelaar gooit er nog een laatste strofe tegenaan:
de weersomzet tot duizelen brengt
geen uitstervende nog in bereik
noem jij mij de nabijheid
keer ik de uiterlijkheden.
Geloof mij maar, na zo’n gedicht moet je het oude taartenvet van de bierviltjes schrapen. Nee, Adelaar is dan wellicht de meest lachwekkende dichter van Nederland, maar dat past uiteraard prima in het rijtje meest lachwekkende MP, meest lachwekkende DDV, etc. Adelaar is gewoon onmisbaar en voor Nederland gewoon de beste dichter die momenteel voor handen is.
Het hele gedicht kunt u hier bij Mijnheer Vianen lezen.
U kent ze wel, die B-films die zo slecht zijn dat ze eigenlijk gewoon steengoed zijn geworden. Willem Adelaar is zo’n B-film. Ik heb hem slechts n keer zien optreden. Een kalende man in een vaal spijkerpak, die bij elk woordje over de microfoon heen glundert naar de 12 huisvrouwen die hem overal achterna reizen en bij elk woordje uit Adelaars mond geil aan hun parelkettinkjes trekken. Adelaar, de kwaaiste niet, geeft elk van hen een netjes afgemeten portie zelfgenoegen en torpedeert de arme vrouwen met de ene geniale inval na de andere. Leest u maar even mee:
Dit is door het latende kunnen
de wil die je uit zegt te geven
komt in een langs aan langs zijn
naar de beneden gerichte verwaaiing
Heeft u wel eens last van zo’n naar beneden gerichte verwaaiing? Die het latende kunnen wil zegt te gaan uitgeven? Langs aan langs nog wel? Nou, ik kan u verzekeren dat als u naar een optreden van Willem Adelaar gaat zulke naar beneden gerichte verwaaiingen u om de oren gaan vliegen. We lezen even verder:
onder beschutting daarin te laten
tegenover het door te vloeien
van slokkende berustbaarheid
Diep. Dit is diep. Heel diep. Je slokdarmen gaan ervan in de knoop zitten. De beschutting in regel 1 symboliseert natuurlijk die verwaaiing. Willem wil hiermee zeggen dat, hoezeer de boel ook aan het verwaaiien is, de zaak ook als beschutting kan worden ervaren tegenover het ‘doorvloeien’ van die, inderdaad, slokkende berustbaarheid. Ik voel hem. U ook? Sluit aan in de rij. Zijn spijkerpak begint nu pas warm te lopen:
mort zich door aan te dringen
het gescheelde uitdragende weten
blijkt ook het zicht te kerven
Dit is natuurlijk de dubbele bodem in het gedicht, de valkuil die Adelaar daar moedwillig eigenhandig met zijn grote sociologenhanden heeft ingegraven. Voelt u hem? Die mort, die zich, nadat hij de slokkende berustbaarheid heeft overwonnen, het gescheelde uitdragende ook blijkt het zicht te kerven? Kijk, poetisch is het natuurlijk niet, maar daar gaat het bij Adelaar niet om. Adelaar wil, net als zijn Duitse Bondgenoot, vooral glunderen. Gescheeld uitgedragen glunderen, met de ogen rondkervend door de beschutting van het kreunende publiek dat zo’n overdaad aan gevoel gewoon niet meer lijden kan. Adelaar gooit er nog een laatste strofe tegenaan:
de weersomzet tot duizelen brengt
geen uitstervende nog in bereik
noem jij mij de nabijheid
keer ik de uiterlijkheden.
Geloof mij maar, na zo’n gedicht moet je het oude taartenvet van de bierviltjes schrapen. Nee, Adelaar is dan wellicht de meest lachwekkende dichter van Nederland, maar dat past uiteraard prima in het rijtje meest lachwekkende MP, meest lachwekkende DDV, etc. Adelaar is gewoon onmisbaar en voor Nederland gewoon de beste dichter die momenteel voor handen is.
Het hele gedicht kunt u hier bij Mijnheer Vianen lezen.
