Editorial:
Loewak is an Intelligent Media network. We offer news, articles and perspectives no one else offers.Our aim is to build a new media that actually rewards instead of punishes intelligence. We are looking for writers, journalists, scientists and artists to form an alternative to the big media. Choose 'Blog hosting' from the top menu to see what we can offer you.
Ad network
Fantasmania:

Posts Tagged ‘recensie’

Korte recensie: ‘Vuur’ van ter Balkt

Ik doe even een korte bespreking uit het hoofd. Ik heb het boek niet bij de hand (zit op een terras) dus citeren is er even niet bij.

‘Vuur’ viel mij lichtelijk tegen. Misschien waren de verwachtingen te hoog gespannen. Er valt in de bundel genoeg te genieten, daar niet van, maar er staan ook aardig wat gedichten in die ik nogal mager vond. Iets irriteert me aan ter Balkt een beetje. Ter Balkt, dat is alsof je een naakte woesteling uit de peelgrond ziet kruipen, met dennenaalden in het haar, die vervolgens de modder van zich afschuddend Samuel Beckett begint te citeren. Begrijpt u wat ik bedoel? Er is iets erg artificieels aan de hele voorstelling. Ik vraag me soms af of die hele woestheid die ter Balkt ons voorspiegelt niet teveel een gimmick is geworden. Toch zijn de beste gedichten uit de bundel wel weer juist die werken waar hij zich van woeste, wilde beelden bedient.Hij probeert dat echter te combineren met beschouwelijke werkjes, vaak over een schilderijtje wat hij ergens zag hangen of door wat overgeetaleerde cultureel correcte kunstenaars als Beckett op te voeren. Het komt op mij niet echt over als iemand die veel tijd heeft gestoken in het bestuderen van kunst, het lijkt er meer op dat ter Balkt schrijft over wat toevallig op zijn weg komt. De woesteling uit de peelgrond die per toeval het museum in struikelt, dus, wat nogal eigenaardige en niet direct hele interessante poezie oplevert.

De cavia die Milosz in een theaterstoel zette, dat is ter Balkt. Het probleem is alleen dat hij hem een pak aangetrokken heeft en een stropdas.

(Vervolgd, thuis)

Er staan echter genoeg goede gedichten in ‘Vuur’ om een aanschaf, ook voor niet-Ter Balkt fans, zonder meer te rechtvaardigen. Gedichten als ‘De Dennen’, ‘Peppels’, ‘Donderdagen en Pompstations’ en ‘De Onwillige Slijpsteen’ getuigen van een grote, beeldende kracht en zijn oerdegelijke Ter Balkt epigonen.

Zwak vond ik vooral de metapoëzie over poëzie zelf in de gedichten ‘Poëzie’ en ‘Ga naar huis poëzie’. Het gedichten schrijven over de poëzie zelf is altijd lastiger, maar het wordt m.i. vrij funest wanneer je in zo’n situatie de zaken te helder benoemd. ‘Ga naar huis poezie, ga naar huis/ de weg was lang, ‘t weer werd slechter/ je zong het zwarte water uit zijn hol/ en nu zing je ‘t eindelijk terug… dit vind ik geen interessant concept. De afsluiting van het gedicht is nog erger ‘Ik heb altijd al horen zingen / waar jouw verblijf is achter de bergen/ Ga naar huis Poezie en neem me mee’ ..

Ter Balkt is zowiso niet zo’n denker, hij is een structuralistisch mysticus die vooral met veel dikke lagen woeste woordenverf de lezer wil overdonderen. Dat werkt niet als je dat probeert te combineren met beschouwelijkheid. Dat is het probleem wat ik in deze bundel vaak zie terugkeren. Enerzijds die woestheid, maar die poogt ter Balkt al dan niet bewust met de ultieme beschouwelijkheid, de kunstbeschouwing, te combineren wat naar mijn idee niet werkt. Al helemaal niet omdat je gewoon voelt dat de man geen consistente kunstsmaak heeft maar gewoon af en toe wat schrijft over dingen die hij toevallig tegenkomt. Niks mis mee, maar het is veel te beschaafd. Hier zien we dus eigenlijk een dilemma: enerzijds is de woestheid van ter Balkt wellicht teveel een kunstje geworden, anderzijds is het zijn belangrijkste stijlkenmerk en juist het sterkste aspect aan zijn poëzie.

Dit is een dilemma waarmee elke kunstenaar of dichter vroeger of later te maken krijgt. Ik hoop echter dat Ter Balkt in zal zien dat de beschouwelijke poezie niet zijn sterkste punt is en dat hij een andere weg zal zoeken om zijn kenmerkende woestheid te kanaliseren.

Als ik ooit die ontheemde, uit de Ragnarok ontsproten verwilderde VeluweGod tegen het lijf loop hoop ik niet dat hij uit Kerouac voor zal gaan lezen.

Recensie: Het verzamelde werk van Arie Visser

Wanneer je zachtmoedige mensen wilt treffen kun je het beste de onderkant van de maatschappij met een bezoekje eren. De zwervers, de junkies, de mensen die niet kunnen meedraaien in onze verharde maatschappij: meestal zijn het zachtaardige figuren die te gevoelig, te fijnzinnig of te onwerelds zijn om het in onze maatschappij te kunnen redden. Arie Visser was mijn inziens zo’n persoon.

Uitgeverij Prometheus bracht in 2007 het verzamelde werk van Arie Visser uit. Het is een prachtuitgave in drie delen, met een mooie verzamelband eromheen. Visser had een eigenaardige levenswandel. Na jaren van junkiebestaan in Amsterdam verruilde hij dit voor een leven als islamiet in Casablanca, getrouwd met een Marokkaanse vrouw. De verzamelband bestaat uit 3 delen: Poezie, Proza en Documentatie, welke ik in deze recensie apart zal bespreken.

Poezie

In het deel ‘poezie zijn alle gedichten van Visser verzameld inclusief wat nagelaten gedichten. Vissers poezie kon mij eerlijk gezegd het minst boeien. Hij schrijft mystieke gedichten gebaseerd op Arabische poezie en op de tanka en haiku tradities. Groot nadeel van zijn gedichten is dat ze op erg verwaterde soefi-mystiek lijken: Oosterse poezie is zowiso al aan de kitscherige kant maar deze kitscherigheid wordt bij Visser nog erger doordat ze gekoppeld wordt aan zijn nogal beperkte mystieke ervaringen die hij alleen in de meest doortrokken gemeenplaatsen en cliche’s weet te verwoorden. Dat heeft tot gevolg dat je sterk de indruk hebt dat je een slechte Nederlandse vertaling van een soefisch mysticus zit te lezen, gemaakt door een vertaler die niet bijzonder veel van het mystieke aspect van het werk begrijpt. Laat ik een voorbeeld geven:

Sheherezade

lieflijk gezicht dat naar me lacht
je hebt mijn hoofd op hol gebracht

je oogopslag is een verhaal
voor minstens duizend en één nacht


Dit gedicht is typerend voor het type poezie wat Visser schreef. Sherezade is een karakter uit 1001 nacht. Visser bakt er niks van: bovenstaand gedicht bevat geen enkele interessante gedachte, beeld of zelfs ook maar klank. Mierzoete mystiek vervat in de meest versimpelde versvormen: hou je daarvan, dan is de poezie van Visser iets voor jou. Nog een voorbeeld, het begin van de cyclus ‘licht en vuur’ dat Visser zelf als zijn belangrijkste werk beschouwde:

ik was op weg naar het licht
maar ik kwam aan bij ijskoud vuur

papaver kus waarvoor ik zwicht
dode maan om zoveel uur

heimwee was de harpenaar
op de blinde snaar van zinnen

en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht

zo ging ik de vuurzee binnen
badend in het zweet van licht


Het spijt me, maar ik vind dit zeer middelmatig. Het begint al met die ontzettend voor de hand liggende tegenstelling in de eerste strofe, die hij in de laatste ook nog eens meent te moeten herhalen, die kitscherige ‘papaver kus’ en dat zijn heimwee vervolgens ook nog de harp van zijn zinnen gaat bespelen – dat is allemaal tot daaraantoe. In de strofe die daarop volgt wordt het pas echt irritant:

en de hoogspanning op die snaar
schroeide al wat waar was dicht


Pff, nee, om hier het uiterst vlakke begrip waarheid van stal te halen en dan te beweren dat de heimwee die op je zintuigen harp speelt de waarheid aan het dichtschroeien is: dit is uiterst rammelende, vlakke en ondoordachte poezie. Wellicht wel poezie die mensen aan zal spreken die van niet al te moeilijke, begrijpelijke en makkelijk verteerbare ‘mysterieuze’ gedichten houden gebaseerd op oosterse poezie. Ik ben daar niet één van. Het is ergens wel sympathiek dat Visser probeert op een Oosterse wijze te schrijven maar hij doet dat naar mijn mening niet op een wijze die iets toe te voegen heeft, sterker nog zijn werk is juist een sterke vervlakking van al bestaande Oosterse poezie. Geen aanrader dus, vind ik.

Proza


Wel interessant is Vissers Proza. Vooral zijn beschrijvingen van de Marokkaanse wereld en het verschil met de Nederlandse cultuur zijn boeiend om te lezen. Een verademing om iemand eens met gevoel voor nuance over Marokkanen te zien schrijven. Visser was zeker wel een integer en intelligent persoon. Ook zijn interesse in mystiek was authentiek, maar wel overschaduwd door een intens verlangen naar rust. Dat levert een heel ironisch beeld op: Visser schrijft regelmatig hoe hij heroine gebruikte omdat hij de ultieme rust zocht die heroine te bieden heeft. Precies hetzelfde argument voert hij op andere plekken op om te verantwoorden dat hij islamiet werd. Volgens hem bood de islam, door zijn absolute waardensysteem met vele zekerheden, mensen rust. Dezelfde rust die hij dus feitelijk in heroine zocht.

Dat schetst een beeld van een gevoelige man die de wereld eigenlijk niet aankan en daarom zijn vlucht zoekt in alles wat hem die wereld kan doen vergeten. Visser is echter erudiet genoeg om interessante verhalen te schrijven, hoewel ook zijn verhalen wat vlak aandoen omdat hij wezenlijk te conformistisch is en de confrontatie niet echt zoekt. Goed voorbeeld is zijn artikel over de boeken van Castaneda. Visser probeert te verantwoorden waarom deze boeken toch letterlijk waar zouden kunnen zijn. De oplossing die hij daarvoor heeft verzonnen: Castaneda was onder hypnose toen hij al die onverklaarbare zaken meemaakte. Tja. Dat is natuurlijk geen wezenlijk interessante verklaring die werkelijk iets toe te voegen heeft. Het is, opnieuw, een vervlakkend, rationeel opzetje om iets mystieks aan de gewone man te brengen. Het is jammer dat Visser nooit de ruggengraat had die simpele begrijpzucht los te laten.

Vissers proza is heel interessant voor mensen die nog niet veel van de islam weten en graag eens een eerste blik werpen in een wereld die zeer verschilt van de onze. In deze tijden is zo’n boek best aan te raden, want de misverstanden worden met het jaar maar erger.

Visser mag geen groot dichter geweest zijn, hij was wel een amusante en heldere verteller. Ook voor mensen die interesse hebben in een goed straatbeeld van Amsterdam in de jaren tachtig is Vissers proza een aanrader. Ik zie in Visser vooral een tegenpool van Hans Vlek: waar Vlek een geweldig dichter is maar een uiterst verward mystiek verteller is Visser precies het omgekeerde.

Documentatie

Het derde boek is een boek vol allerhande documentatie over Visser. Tig bedelbrieven die hij naar uitgevers zond, interviews ed. Het is af en toe interessant om te lezen. De bedelbrieven hadden van mij best uit het boek gelaten mogen worden. De zoveelste brief van Visser waarin hij zich beklaagd over het harde schrijversbestaan: wat voegt dit toe aan zijn oeuvre, denk ik dan. Het is toch al vrij matig, gooi er dan niet ook nog eens allerlei persoonlijke correspondentie doorheen welke alleen op de leedvermaak hormonen zijn werk zal doen.

Het verzamelde werk van Arie Visser is mijns inziens dus vooral interessant voor mensen die graag de verhalen van een zachtmoedige, sympathieke man willen lezen die gepoogd heeft zich te vereenzelvigen met de islamitische cultuur. Een goede antidote voor een overdosis Wilders.



Who are we
Loewak is currently made by Martijn Benders and Jeroen Nieuwland. Martijn Benders is an award winning Dutch poet and philosopher that is currently working on a tetralogy of four books simultanously. Jeroen Nieuwland is a Berlin based avantgarde poet, teacher and art lover.
Ad network
Categories